Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De edele en wijze Lady van Deal

(voor Elizabeth Carter (1717 - 1806))

Jij bent geboren op 16 december 1717 in Deal, Kent, waar koning Henry VIII Deal Castle, Walmer Castle en Sandown Castle liet bouwen. Jouw vader was de eeuwigdurende pastoor van Deal Nicolas Carter. Jouw moeder Margaret overleed rond 1728. Zij was de enige dochter en erfgename van John Swayne uit Bere Regis. Jouw rode, bakstenen familiehuis staat nog steeds op de kruising van South Street en Middle Street, vlakbij de zee. Jouw vader gaf zijn vele kinderen les in Latijnse en Griekse taal. Jij was traag van begrip, maar jij zette vastberaden door. Jij wilde goed en geleerd zijn. De grammatica leerde jij van de literatuur en jij leerde ook Hebreeuws van jouw vader. Jouw vader stuurde jou voor een jaar naar het gezin van M. Le Seur, een vluchtelingenpredikant in Canterbury, waar jij vloeiend Frans leerde. Later leerde jij nog Italiaans, Spaans, Duits, Portugees en Arabisch.

Op jouw 16-de publiceerde jij als Eliza in 'The Gentleman's Magazine' van Edward Cave, een vriend van jouw vader. Cave bracht jou in contact met vele, literaire personen, zoals Samuel Johnson. In 1738 publiceerde jij een anonieme verzameling van jouw gedichten. Jij vertaalde in het Engels 'Examen de l'essai de M. Pope sur l'homme' (1737) van Jean-Pierre de Crousaz, 'Newtonianismo par le dame' van Francesco Algarotti en alle werken van Epictetus. Jij hebt jouw jongste broer ook nog voorbereid op de Cambridge University. Jij redigeerde enkele nummers van 'The Rambler' van jouw vriend Samuel Johnson. Jij was beïnvloed door de schrijfster Hester Chapone en jij had een diep geloof in God, wat o.a. in jouw gedichten 'In Diem Natalem' en 'Thoughts at Midnight' naar voren komt.

Jij was van nature zwaar gebouwd en jij nam snuiftabak om zolang mogelijk wakker te blijven om jouw studie voort te zetten. Door de overmaat van studie en door slaapgebrek kreeg jij levenslang een intense hoofdpijn. Jij bestudeerde de astronomie en de geografie van de oude geschiedenis. Jij speelde spinet en de westerse concertfluit. Jij was dol op dansen, tekenen, tuinieren, het kweken van bloemen en handwerken. Jij deed zelf de huishouding en om de negatieve effecten van teveel studie tegen te gaan, maakte jij lange wandelingen en bezocht jij sociale feesten. Jij was vanaf jouw jeugd dik bevriend met jouw buurmeisje Elizabeth Robinson, geboren op 2 oktober 1718 in Yorkshire en de oudste dochter van Matthew Robinson, 2nd Baron Rokeby, en de erfgename van de Drakes van Monks Horton. Elizabeth was jouw buurmeisje/buurvrouw in Monks Horton en jullie waren levenslang met elkaar bevriend. In 1742 trouwde Elizabeth met de rijke landeigenaar Edward Montagu, die 28 jaar ouder was en talrijke kolenmijnen bezat. In 1743 werd hun zoon John geboren, die in 1744 overleed. Edward overleed op 20 mei 1776, waarna Elizabeth zijn rijkdom en bezittingen erfde.

Elizabeth Montagu was een politica en haar huis aan Hill Street in Londen was de belangrijkste salon in Londen. Zij hield Blue Stocking-evenementen in haar huis op 16 Royal Crescent in Bath. In Bath woonde zij ook in Edgar Buildings, Orange Court, Gay Street en Queens Parade. Zij publiceerde drie dialogen in 'Dialogues of the Dead' (1760) van George Lyttelton en 'An Essay on the Writings and Genius of Shakespeare' (1769). De staatsman George Lyttelton was 1th Baron en 5th Baronet. Elizabeth respecteerde jouw vaardigheid en deugdzaamheid. Er is een gedenkteken voor Edward, Elizabeth en John in de Winchester Cathedral. Jij bezocht Elizabath vaak in haar buitenverblijf/landhuis Sandleford Priory in Sandleford en in haar huis in Londen. De schrijfster Hannah More was ook vaak bij Elizabeth in Sandleford Priory. Vanaf 1741 was jij dik bevriend met Catherine Talbot, want jullie waardeerden de vermogens, deugden en vroomheden van elkander. Catherine was ook een schrijfster en zij woonde met haar moeder Mary Martyn bij Thomas Secker in Lambeth Palace. Thomas Secker was de bisschop van Oxford en vanaf 1758 de aartsbisschop van Canterbury. In 1750 is Catherine door Christian Friedrich Zincke geportretteerd. Die woonde in Lambeth. Catherine was de aalmoezenier van Secker.

In 1760 ging jij met Catherine naar Bristol voor haar gezondheid. In 1762 kocht jij een huis in Deal, waar jouw vader een deel van huurde. Jij deed het huishouden en jullie hadden aparte bibliotheken en studie-uren. Tijdens de maaltijden en avonden waren jullie samen. De helft van het jaar was jij in Londen of bij vrienden in hun landhuizen. Het was William Pulteney, 1st count of Bath, die jou voorstelde om nog een poëziebundel te publiceren, wat in 1762 gebeurde, met een inleiding van baron George Lyttelton. In 1763 ging jij samen met Lord Bath en Edward en Elizabeth Montagu bijna vier maanden op een continentale tournee. Lord Bath overleed in de zomer van 1764 en jij kreeg een lijfrente van 150 pond. In augustus 1768 overleed jouw vriend aartsbisschop Secker en in november 1769 jouw vriendin Miss Sutton. Op 9 januari 1770 overleed jouw beste vriendin Catherine Talbot in Lower Grosvenor Street in Londen door kanker. Zij werd 48 jaar. Jij erfde 200 pond. In 1770 publiceerde jij op eigen kosten 'Reflections on the Seven Days of the Week' van Catherine en in 1772 verscheen 'Essays on Various Subjects' van Catherine. Jouw vader overleed in 1774 en jij kreeg een kleine erfenis. Na het overlijden van Edward Montegu schonk Elizabeth jou een lijfrente van 100 pond.

In Deal kreeg jij herhaaldelijk bezoek van diverse leden van de koninklijke familie. In 1791 moest jij van koningin Sophia Charlotte van Mecklenburg-Strelitz naar Cremorne House komen en werd jij als vertaalster van Epictetus formeel voorgesteld en met de hoogste gunst ontvangen. In 1796 kreeg jij een gevaarlijke ziekte, waarvan jij nooit geheel herstelde. Op 25 augustus 1800 overleed jouw trouwe vriendin Elizabeth Montagu in het Montagu House op 22 Portman Square in Londen, waar zij vanaf 1781 woonde. Jouw doofheid nam toe en op 19 februari 1806, na een lange tijd van toenemende zwakte, overleed jij in jouw huis aan Clarges Street in Londen. Jij werd 88 jaar en jij bent begraven in de St. George's Hanover Square Bayswater Road Burial Ground in Hyde Park, City of Westminster, Greater London.


Ode to Wisdom

The solitary bird of night
Thro' the thick shades now wings his flight,
And quits his time-shook tow'r;
Where, shelter'd from the blaze of day,
In philosophick gloom he lay
Beneath his ivy bow'r.

With joy I hear the solemn sound,
Which midnight echoes waft around,
And sighing gales repeat.
Fav'rite of PALLAS! I attend,
And faithful to thy summons, bend
At WISDOM'S aweful seat.

She loves the cool, the silent eve,
Where no false shews of life deceive,
Beneath the lunar ray.
Here Folly drops each vain disguise,
Nor sport her gaily-colour'd dyes,
As in the beam of day.

O PALLAS! Queen of ev'ry art,
That glads the sense, and mends the heart,
Blest source of purer joys:
In every form of beauty bright,
That captivates the mental sight
With pleasure and surprize:

At thy unspotted shrine I bow;
Attend thy modest suppliant's vow,
That breathes no wild desires:
But taught by the unerring rules,
To shun the fruitless wish of fools,
To nobler views aspires.

Not FORTUNE'S gem, AMBITION'S plume,
Nor CYTHEREA'S fading bloom,
Be objects of my pray'r:
Let AV'RICE, VANITY, and PRIDE,
Those envy'd glitt'ring toys, divide
The dull rewards of care.

To me thy better gifts impart,
Each moral beauty of the heart,
By studious thoughts refin'd:
For Wealth, the smiles of glad Content;
For Pow'r, its amplest, best extent,
An empire o'er the mind.

When FORTUNE drops her gay parade,
When PLEASURE'S transient roses fade,
And wither in the tomb;
Unchang'd is thy immortal prize,
Thy ever-verdant laurels rise
In undecaying bloom.

By thee protected, I defy
The coxcomb's sneer, the stupid lye
Of ignorance and spite:
Alike contemn the leaden fool,
And all the pointed ridicule
Of undiscerning wit.

From envy, hurry, noise and strife,
The dull impertinence of life,
in thy retreat I rest:
Pursue thee to the peaceful groves,
Where PLATO'S sacred spirit roves,
In all thy beauties dress'd.

He bade Ilissus' tuneful stream
Convey thy philosophick theme
Of perfect, Fair, and Good:
Attentive Athens caught the sound,
And all her list'ning sons around
In aweful silence stood:

Reclaim'd, her wild licentious youth
Confess'd the potent voice of TRUTH,
And felt its just controul:
The Passions ceas'd their loud alarms,
And Virtue's soft persuasive charms
O'er all their senses stole.

Thy breath inspires the POET'S song,
The PATRIOT'S free, unbiass'd tongue,
The HERO'S gen'rous strife;
Thine are Retirement's silent joys,
And all the sweet engaging ties
Of still domestick life.

No more to fabled Names confin'd,
To the supreme all-perfect Mind
My thoughts direct their flight:
Wisdom's thy gift, and all her force
From thee deriv'd, eternal source
Of intellectual light.

O send her sure, her steady ray,
To regulate my doubtful way
Thro' life's perplexing road:
The mists of error to controul,
And thro' its gloom direct my soul
To happiness and good.

Beneath her clear discerning eye
The visionary shadows fly
Of Folly's painted show:
She sees thro' ev'ry fair disguise,
That all but VIRTUE'S solid joys
Are vanity and woe.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
23 juni 2024


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 20



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)