Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Vijf jaar een Romeinse gravin

(voor Alba de Céspedes (1911 - 1997))

Jij bent geboren op 11 maart 1911 in Rome. Jouw ouders waren Carlos Manuel de Céspedes y Quesada en de Italiaanse Laura Bertini y Alessandri. Jouw vader is geboren op 12 augustus 1871 in New York City. Hij was een Cubaanse schrijver, politicus, diplomaat en president van Cuba (13 augustus tot 4 september 1933). Zijn ouders waren de Cubaanse, revolutionaire held en de eerste president van Cuba (1869 tot 1873) Carlos Manuel de Céspedes del Castillo en Ana Maria de Quesada y Loinaz. Zijn tweelingzus was Gloria Dolores en jouw verre neef was de Cubaanse dichter/vrijheidsstrijder Pedro Felipe Figueredo, die op 17 augustus 1870 in Santiago de Cuba werd vermoord. Hij werd 52 jaar en hij schreef het Cubaanse volkslied 'El Himno de Bayamo'. Jouw ouders zijn in 1915 met elkaar getrouwd, eerst in Rome en later in NYC, door burgemeester John Purroy Mitchel, die op 6 juli 1918 bij Lake Charles uit zijn vliegtuig viel en in een moeras viel. Hij werd 38 jaar.

Jouw vader vocht van 1895 tot 1898 in de Onafhankelijkheidsoorlog en hij werd gouverneur van de provincie Santiago de Cuba. Als diplomaat diende hij in Italië, Argentinië, Griekenland en Amerika. Na zijn presidentschap was hij nog Cubaanse ambassadeur in Spanje. Jouw opa Carlos wordt Vader des Vaderlands genoemd. Op 27 februari 1874 werd hij door de Spaanse troepen in een berghut vermoord. Hij werd 54 jaar en hij is in de Santa Ifigenia-begraafplaats begraven. Vanaf jouw derde jaar groeide jij op bij een tante in de wijk Prati in Rome, terwijl jouw ouders grotendeels in Cuba waren. Die tante was een zus van jouw moeder. In 1926 trouwde jij met graaf Giuseppe Antamoro en in 1931 zijn jullie gescheiden. In 1945 trouwde jij met de Italiaanse diplomaat Franco Bounous. Van 9 juni 1965 tot 29 september 1969 was hij Italiaanse ambassadeur op Cyprus en van 3 oktober 1969 tot 15 maart 1973 in Pakistan. In 1958 schreef jij in een brief, dat jullie hadden besloten om uit elkaar te gaan, vanwege jouw onvermogen om hem over de wereld te volgen en vanwege jouw carrière. Uiteindelijk bleven jullie bij elkaar tot zijn overlijden op 27 april 1987.

In 1935 verscheen jouw debuutroman 'L'Anima degli Altri'. Op de Olympische Spelen van 1936 maakte jouw werk deel uit van het literatuurevenement in de kunstwedstrijd. In de jaren 1930 werkte jij als journaliste voor de krant 'Il Piccolo', het wekelijkse tijdschrift 'Epoca' en de krant 'La Stampa'. In 'Epoca' schreef jij van juni 1952 tot eind 1958 een adviescolumn, genaamd 'Dalla parte di lei'. 'La Stampa' is een dagblad uit Turijn, opgericht in februari 1867 door de schrijver/journalist Vittorio Bersezio. Alberto Moravia was van 1930 tot 1933 ook een medewerker van deze krant. Jouw fictie werd sterk beïnvloed door de culturele ontwikkelingen, die leidden tot en het gevolg waren van de Tweede Wereldoorlog. In jouw schrijfwerk breng jij jouw vrouwelijke personages subjectiviteit bij. Meestal gaat het om vrouwen, die de juistheid of onjuistheid van hun acties beoordelen. In 1935 zat jij in de gevangenis vanwege jouw antifascistische activiteiten in Italië. De fascisten verboden jou, omdat jij al te zelfstandige vrouwen een stem gaf. In 1935 verscheen de roman 'Io, suo padre: romanzo sportivo' bij uitgeverij Lanciano. Het is in 1939 door Mario Bonnard verfilmd. In 1936 verscheen 'Prigionie' en in 1937 'Concerto'. Jouw romans 'Nessuno Torna Indietro' uit 1938 en 'La Fuga' uit 1940 werden verboden en in 1943 werd jij weer gevangen gezet voor jouw hulp aan Radio Partigiana in Bari. Jij was daar een radiopersoonlijkheid van het verzet en jij was bekend als Clorinda. In 1946 verscheen 'Il Libro del Forestiero', in 1949 'Dalla Parte Di Lei', in 1952 'Quaderno proibito', wat eerst in het tijdschrift 'La Settimana Incom Illustrata' verscheen, en 'Gli affetti di famiglia' en in 1955 'Tra Donne de Sole' en 'Invito A Pranzo'.

Na de Tweede Wereldoorlog ging jij in Parijs wonen. Jij ging met jouw man Franco naar Amerika en de Sovjet-Unie. In jouw prachtige, Parijse huis werkte jij in de stilte van de nacht. Franco was knap en zeer chic. In jouw tijdschrift 'Mercurio', wat van 1944 tot 1948 verscheen, schreven Alberto Moravia, Ernest Hemingway, Sibilla Aleramo, Massimo Bontempelli, Jean Paul Sartre en Natalia Ginzburg. In 1948 kreeg jij een ansichtkaart uit Capri met de tekst 'Wij wachten op jou, Alba!'. Die kaart was van Alberto Moravia, Elsa Morante, de schilder Renato Guttuso en het literaire echtpaar Goffredo en Maria Bellonci. Jouw vrienden in Rome waren: Paola Masino, Anna Banti, Maria Bellonci, de historicus Adriano Prosperi, Libero Bigiaretti, Aldo Palazzeschi, Vitaliano Brancati, Corrado Alvaro, Elio Vittorini en Sibilla Aleramo. Veel van jouw romans gaan over ongelukkige huwelijken en gevoelige afbeeldingen van vrouwen en hun hachelijke situaties. Jouw uitgever was Arnoldo Mondadori. Jij had ook contact met Simone de Beauvoir, Elsa Morante en Natalia Ginsburg.

Jij schreef het scenario voor de film 'Le Amiche' uit 1955 van Michelangelo Antonioni, gebaseerd op de novelle 'Tra donne sole' uit 1949 van Cesare Pavese. Palmina Omiccioli speelde als Clelia de hoofdrol. In 1956 verscheen 'Prima E Dopo' en in 1967 verschenen 'Il Rimorso' en 'La Bambalona'. In 1968 verscheen 'Chansons des filles de mai', opgedragen aan de Franse jongeren van mei 1968 en in 1970 als 'Le ragazze di maggio' verschenen. In 1973 verscheen 'sans autre lieu que la nuit' en in 1976 'Nel Buio della Notte'. In oktober 1968 was jij bij de viering van de honderdste verjaardag van Cuba's onafhankelijkheidsstrijd. In Manzanillo was een evenement, waarbij Fidel Castro aanwezig was. Jouw opa Carlos Manuel de Céspedes gaf op 10 oktober 1868 in Manzanillo een toespraak tegen Spanje, waarmee de Tienjarige Oorlog begon. Hij zei o.a.: 'Ons doel is om te genieten van de voordelen van de vrijheid, voor het gebruik waarvan God de mens heeft geschapen. We beleiden oprecht een beleid van broederschap, tolerantie en rechtvaardigheid, en om alle mensen gelijk te achten, en om niemand van deze voordelen uit te sluiten, zelfs niet Spanjaarden, als ze ervoor kiezen om vreedzaam onder ons te blijven leven.'. Jij schonk de brieven, die jouw opa tussen 1871 en 1874 aan zijn vrouw had geschreven, aan het Cubaanse Nationaal Archief aan Calle Compostela in Havana.

Franco Bounous overleed op 27 april 1987 in Rome. Jij overleed op 14 november 1997 in Parijs. Jij werd 86 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
9 juli 2024


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 18



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)