Een gedoemde dichter met ondraaglijke geestespijn
(voor Marian Osnialowski (1920 - 1966))
Jij bent geboren op 28 september 1920 in een riant landhuis, omringd door oude lindebomen, in Chocimów, Polen. Jouw ouders waren Gustaw Osnialowski (1871 - 1933) en de bijzonder intelligente Maria Cichowski (1878 - 1953). Jouw zussen waren Ludmila, Maria en Róza (1919 - 1991). Jouw broer was Andrzej, die in de Eerste Wereldoorlog overleed. Jij kreeg thuis les van een lerares uit Frankrijk, Madame Edziatowicz. In 1939 behaalde jij in Krakau jouw gymnasiumdiploma. In jouw jeugd hield jij veel van theater, maar dat verruilde jij voor de poëzie. In de Tweede Wereldoorlog hebben de nazi's jullie familiebezit afgepakt en ingenomen. Jij ging vervolgens bij jouw zus Róza in Warschau wonen. Daar werd jij tijdens een razzia door de Gestapo gearresteerd en in de Pawiak-gevangenis op de Dzielnastraat 24/26 in Warschau opgesloten.
De Pawiak-gevangenen werden naar concentratiekampen gestuurd of op geheime executieplaatsen vermoord, zoals in de Lesznostraat, de Sejmtuinen, het Kabacki-bos, het Sekocinski-bos, het Kampinos-bos en de Chojnowskie-bossen. Met de hulp van Jerzy Steiner (1901 - 1944), de tweede echtgenoot van Róza, ben jij vrijgelaten. Jij bent daarna in Swietokrzyskie ondergedoken. In 1944 ging jij naar Warschau terug en deed jij mee met de Opstand van Warschau, die op 1 augustus 1944 begon en 63 dagen duurde. Na de oorlog studeerde jij aan de Filmafdeling van de Staats Hogere Kunstschool in Lódz, geleid door de architect/grafisch ontwerper/docent filmkunst Marian Bernard Wimmer. Jij behaalde jouw diploma via een extern examen. Na 1950 was jij acteur, assistent-regisseur en technisch theaterwerker. In Warschau zat jij de hele dag in het park te lezen en te schrijven. Jij leefde er erg bescheiden en jij leek op een middeleeuwse troubadour. Jij was altijd liever tussen de fijngevoelige vrouwen, dan tussen de brute mannen.
Jij was bloemenverkoper, metselaar, portier, docent Frans, heideplukker in Wawer en arbeider in een chemische fabriek nabij Parijs. In 1958 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Contrasten' en in 1959 jouw dichtbundel 'Zigeunersuite', opgedragen aan jouw grote vriendin, de actrice Lila Pruszkowski-Krasinska. In 1961 kreeg jij in Frankrijk een 1-jarige beurs van het Frans Cultureel Centrum. Jij bleef de rest van jouw leven in Frankrijk, nadat jij weigerde jouw paspoort te verlengen. In 1965 ontving jij de Koscielski Foundation Award voor jouw oeuvre. De KFA is in 1962 opgericht door Monika Koscielska, de weduwe van de uitgever/dichter Wladyslaw August Koscielski, die op 12 februari 1933 in Poznan zelfdoding pleegde door uit een raam in het Hotel Bazar te springen. Hij werd 46 jaar.
In 2025 won de dichteres Malgorzata Lebda (1985, Nowy Sacz) de Koscielski Prijs voor haar dichtbundel 'Donau. Hellende velden'. Jouw neef Ksawery Jasienski zei over jou: 'Hij was zachtaardig, verlegen, gevoelig, altijd behulpzaam, goed, bang om iemand pijn te doen, uiterst onpraktisch, verloren en onhandig.'. Jij leed onder het verlies van het familielandgoed. Jouw verre familielid Witold Gombrowicz, die in een schrijversvilla in Royaumont woonde, noemde jou 'een intelligente jongen, helemaal niet oppervlakkig, zeer koppig, met de aard van een traumatische patiënt, niet klagend bij de mensen, met als grootste nadeel zijn stijfheid'. Jij schreef 'We zijn hier gedoemd tot eenzaamheid, want tot de dood'. In een brief van 7 december 1966 aan jouw jeugdvriendin Maria Pruszkowska-Kra-Lili dichtte jij over jouw aanstaande zelfdoding. Jij was een eenzame kluizenaar omwille van de poëzie en jij woonde in een hotelkamertje op het eiland Saint Louis, nabij de Poolse Bibliotheek op 6, quai d'Orléans.
Op 12 december 1966 pleegde jij zelfdoding op een bank in het Bois de Boulogne in Parijs, waar ooit kloosters stonden en bandieten leefden. Jij gooide geurige bloemen over jezelf en jij nam een overdosis barbituraten, die jij uit de chemische fabriek nabij Parijs had meegenomen. Jij werd 46 jaar. Jij wilde in een massagraf voor de armsten begraven worden. In 1976 verscheen 'Ik heb alleen mijn hart te koop' en in 2018 'Gedichten en Proza'.
24 mei 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Geef je reactie op deze inzending: