Inloggen
voeg je column toe

Columns

GGD-beleid

Gisteravond heb ik mijn booster prik gehaald. De naam alleen al. Het is alleen maar een herhalingsprik, maar goed. Ik heb de prik en waarom zou ik klagen? Het was niet druk. Ik was zo aan de beurt. Ik had mijn formulier en als ik dat niet had gehad, zou ik alle kans hebben gekregen om het alsnog in te vullen.

Toch heb ik ruzie lopen maken. Niet dat ik dat graag doe, ik doe het bijna nooit, maar dit keer lukte me het even niet mijn vriendelijke zelf te blijven. Het begon hoe onhandig het allemaal is georganiseerd. De entree viel mee. Ik kon zo doorlopen, langs de heren die vroegen of ik voor het prikken kwam (wat anders?), langs de tafels met de formulieren die je kon invullen als je het vergeten was om aan te komen bij mensen die vroegen of ik alles bij me had, ID, formulier en of mijn laatste vaccinatie minstens drie maand geleden was. Ja? Na een korte blik op mijn bewijzen, mocht ik door naar een stoplicht. Daar stond weer een man de binnenkomers te verdelen over mensen die weer binnenkomers verdeelden naar hokjes toe. En zo kwam ik in een hokje waar ik opnieuw mijn ID en opnieuw het formulier moest tonen. En nu ook zeggen wanneer ik geboren was (wat ze op mijn ID konden lezen). Vervolgens moest aan mijn corona-app kunnen worden gezien of ik inderdaad wel meer dan drie maanden geleden was gefaccineerd.

Ze geloven me niet. Dat gevoel krijg je dan.

En mijn corona-app moest ik updaten en zo zaten ik en twee betaalde mensen te wachten op mijn mobiele telefoon tot het moment dat de update gereed was. Eerder kreeg ik geen prik. Eindelijk, eindelijk toonde hij dat ik in juni mijn laatste prik had gehad. Zelfs de prik verliep traag. Bij de huisarts ging dat van prik, watje erop, watje eraf, pleister erop. Klaar. Zelfs bij de bloedbank met veel dikkere spuiten gaat het sneller. Deze man keek drie, vier keer en toen pas ging, enigszins onhandig het pleistertje erop. Dus ik voelde me al wat getreiterd door de bureaucratie.

En zo kwam het dat ik, weer langs wachtende mensen van het Rode Kruis, ditmaal, op een stoel terecht kwam op me een kwartier te vervelen. Ik dacht, wel, ik zit in de Hanze Plaza, niet omdat ik de procedure zo interessant vindt, maar omdat de Hanze Plaza in mijn laatste boek voorkomt: “Laat ik een foto maken!: Zo gedacht, zo gedaan. Maar terwijl ik de foto bekeek werd ik op de schouder getikt: ‘wilt u die foto verwijderen?’ Er stond een jonge man in zwart pak van de beveiliging achter me.

‘Nee.’

Ik neem geen foto’s om ze vervolgens te verwijderen. Hierna ontstond een gesprek dat ermee begon dat hij beweerde dat de GGD verboden had foto’s te maken en ermee eindigde dat als ik het niet deed zonder uitleg. Hij dreigde zijn collega te halen. ‘Dat is goed’, vond ik. En zo kwam het dat ik na enig rustig wachten zijn collega eraan zag komen lopen. ‘U heeft een foto gemaakt?’ ‘Ja.’ ‘Als daar mensen op staan, wilt u die dan verwijderen?’ ‘Jao,’ zei ik op zijn Drents, zoals ik van mijn goede vader had geleerd en dat was dat. Zo gevaarlijk bleek die collega ook niet. Hij had, zoals ik al dacht, geen enkele bevoegdheid om mijn mobiel af te pakken en daar dingen op te verwijderen.

‘Jao,’ op zijn Drents betekent overigens ja, misschien. Dus ik heb de foto nog, ondanks dat er wel mensen op staan. Er is overigens maar één persoon die er herkenbaar op staat. Dat is de man in de zwarte kleding van de beveiliging.

Later die avond zag ik een Nederlandse journalist in Afghanistan die zich beklaagde dat ze overal een vergunning moest hebben om te mogen filmen. ‘Ja,’ dacht ik, ‘het lijkt de GGD wel.’

Schrijver: Jan R. Lønsing, 28 december 2021


Geplaatst in de categorie: emoties

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 348



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)