We zijn weer thuis
We zijn weer thuis. De toevoeging van het woordje ‘weer’ geeft een wat cynische smaak aan het thuis zijn, en dat is het ook. Met groot enthousiasme presenteerden gisteren de drie middelgrote partijen, na maandenlange besprekingen, hun plannen voor een minderheidskabinet. Grote partijen bestaan niet meer, we moeten het op dit moment met twintig partijen doen in ons parlement. Het lijkt erop dat we een volk zijn geworden dat maar lastig kiezen kan. Het zijn ook verwarrende tijden. Vroeger wist je wat links en wat rechts was, en nu heb je zoveel varianten op beide flanken, dat je in de politieke draaimolen al snel van je favoriete paardje valt. En dat ook nog in een periode waarin de polarisatie floreert als nooit tevoren. Zo erg zelfs, dat de logische keuze voor een meerderheidskabinet van de vier grootste partijen – de meest extreme partij uitgezonderd – een prachtig kamerbreed gesteunde regering hadden kunnen vormen, maar gedwarsboomd werden door de conservatief liberale partij VVD die een zware allergie blijkt te hebben ontwikkeld voor alles wat ‘links’ genoemd wordt.
Je kon het van mijlenver zien aankomen: de partij die al zestien jaar op het pluche heeft gezeten, gedraagt zich als koning, keizer en admiraal tegelijk. Een beetje zoals vroeger het CDA, na decennia lang aan één stuk te hebben geregeerd. Macht doet vreemde dingen met een mens. De nieuwbakken premier in spe van de progressief liberale partij D66 kan niet terugvallen op een politiek DNA van lange regeerperiodes; zijn partij is nu voor het eerst de grootste die de minister-president leveren mag. Een enthousiast jong veulen tussen twee ‘oude’ partijpolitieke mastodonten. En hij blijft er fris en vrolijk onder, wat wellicht de enige manier is om het nog te redden. Want van de progressieve idealen van zijn partij is weinig terug te vinden in het bekend gemaakte onderhandelingsakkoord. En de door de wol geverfde conservatief liberale regeerpartij zal hem ongetwijfeld met enige regelmaat eraan herinnerd hebben dat ze beiden in dezelfde Europees liberale partij zitten. Persoonlijk heb ik nooit begrepen hoe een liberale partij conservatief kan zijn, want op school leerde ik in de geschiedenislessen dat liberalisme en socialisme broertje en zusje van elkaar zijn en dus bij elkaar horen. Een sociaal liberaal profiel zoals D66 heeft, komt mijn inzichten van de logica dan ook een stuk beter tegemoet.
Maar daar sta je dan. Je partij is voor het eerst het grootst, jij mag misschien wel premier worden, en dan is er een partij met minder zetels, zelfs verloren zetels bij de laatste verkiezingen, die de dienst uitmaakt en de voor jou meest ideale bondgenoot om je progressieve idealen waar te kunnen maken, radicaal blokkeert. Je moet flink water bij de wijn doen, zoveel dat er van de wijn weinig meer overblijft. Je moet rechtse hobby's gaan verdedigen, want het kabinet hoort met één mond te spreken. Je hoopt dat er nog wat te redden valt in de onderhandelingen die met alle overige partijen gaan volgen om per onderwerp politieke meerderheden te vormen, maar het is afwachten of je over vier jaar terug kunt kijken op iets waar je oprecht trots op kunt zijn.
Fake it until you make it, zeggen ze aan de overkant van de oceaan. Maar hoelang kan een mens zijn ziel verkopen aan idealen die de zijne niet zijn. We gaan zien hoelang het zijn zal dat deze kruik te water gaat voordat hij barst. Ik ben graag een optimist. Maar met de afbraakmaatregelen op zorg en sociale zekerheid die gisteren gepresenteerd zijn, is het even lastig zoeken naar positiviteit. De enorme schade die onze samenleving gaat oplopen, kan niet gecompenseerd worden met een appeltje op school en een kijk-ons-gezond-zijn suikertaks. We worden genaaid en gemaaid waar we bijstaan. Een nieuw afbraakkabinet staat in de startblokken. Ik wens ons allemaal veel sterkte.
Zie ook: https://www.youtube.com/c...annel/UCd5OZRhw4pDCLYwNaEKoVTQ
Schrijver: Gabriëla Mommers
31 januari 2026
Geplaatst in de categorie: politiek

Geef je reactie op deze inzending: