Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3721):

Zijn vrouw speels tot prinses gemaakt

(voor Bartholomeus van der Helst (1613 - 1670))

Je bent geboren in 1613 in Haarlem. Jouw vader was een herbergier in de Grote Houtstraat, die in 1660 door Nicolaes Hals is geschilderd. In 1636 verhuisde je naar Amsterdam. Op 4 mei 1636 trouwde jij met de 18-jarige Anna du Pire. Dat gebeurde in de Nieuwe Kerk op Dam 12. Deze kerk is sinds 1578 in het bezit van de protestanten. Jij was een leerling van de portretschilder Nicolaes Eliasz. Pickenoy, die met Levijntje Bouwens was getrouwd. Hij was 33 jaar ouder dan haar. Zij kregen tien kinderen. Ze woonden bij de Oude Kerk en later nabij de Sint Antoniesluis, als de buren van Rembrandt. Net als Rembrandt en Frans Hals was hij nooit in Italië geweest. Als portretschilder was jij de grootste concurrent van Rembrandt.

Jouw vroegste werk is een regentstuk uit 1637 voor het Walenweeshuis. De vier afgebeelde regenten zijn: Abraham Lestevenon, Jean Harel, Baudouin de Bordes en Joseph Serrurier. Het vroegere Walenweeshuis ligt aan de Vijzelgracht en het heet nu het Institut français des Pays-Bas. Jij portretteerde vooral de Amsterdamse elite in elegante en zelfbewuste houdingen. Zo portretteerde je o.a. Sophia Trip, de vrouw van Johannes Coymans en de dochter van de VOC-bewindvoerder Elias Trip, en admiraal Enno Doedes Star, die na het overlijden van zijn eerste vrouw Reynouw Gaickinga met Cornelia Pars uit Appingedam hertrouwde. Zij woonden op de buitenplaats Bolhuis in Eekwerd, nabij Wirdum. Hij kocht Bolhuis van de nakomelingen van de kroniekschrijver/boer Abel Eppens. Alleen het tot woonboerderij omgebouwde koetshuis staat nog aan de Bolhuislaan in Loppersum.

In 1657 portretteerde jij de vlagofficier Gideon de Wildt. Jij portretteerde in 1660 de admiraal Egbert Bartolomeusz Kortenaer, geboren te Groningen, terwijl je zijn ontbrekende rechteroog ongeschonden terug toverde. In 1668 portretteerde je admiraal Johan de Liefde, die overleed in de Slag bij Kijkduin. En je portretteerde admiraal Jan Jansse van Nes. Plus enkele Amsterdamse burgemeesters. Je portretteerde ook Maria Henriëtte Stuart, de prinses van Oranje-Nassau, die op 24 december 1660 in het Palace of Whitehall door de pokken overleed. Zij werd 29 jaar en zij is in de Westminster Abbey, oorspronkelijk een benedictijner abdij, begraven.

Jij schilderde een schitterend portret van jouw vrouw Anna als Granida met een schelp, wat in de Nationale Galerie Praag hangt, samen met een vermeend zelfportret van jou als Daifilo. De aangeboden, halve schelp toont een zilverachtig meertje. Deze schelp is het symbool van een open, vochtige en bereidwillige vagina. Een parel is het symbool van een clitoris in opgewonden staat. Een parelsnoer rond de nek van een vrouw is dus wel heel erg overduidelijk, zeker als die ook nog diep in de borstengleuf hangt. Deze gleuf weerspiegelt natuurlijk de schede.

'Granida' is een toneelstuk uit 1605 van Pieter Corneliszoon Hooft. Hooft was geïnspireerd door zijn grote jeugdliefde, de koopmansdochter Ida Quekels, waarop hij zijn 'Granida' baseerde. Het gaat over het liefdesspel van aantrekken en afstoten tussen de herderin Dorilea en de herder Daifilo. Dat stopt wanneer Daifilo prinses Granida ontmoet en er een wederzijdse liefdesklik is. Via enkele listen weten zij tot elkaar te komen. Daifilo doodde inplaats van zijn meester Tisiphernes de prins Ostrobas. De inzet was de liefde voor Granida. Voordat Tisiphernes met Granida kan trouwen, speelt de voedster, dat Granida is gaan hemelen, waarna de gebroken Tisiphernes een dolende ridder wordt. De geest van Ostrobas verschijnt aan zijn vertrouweling Artabanus, die wraak wil nemen op Daifilo. Hij staat op het punt de geliefden te vermoorden, wanneer Tisiphernes verschijnt, die Artabanus gevangen neemt. Alles komt uit en Tisiphernes is ontroerd door de intense liefde van Granida en Daifilo. De koning is ook geraakt en het huwelijk wordt voltrokken.

De briljante manier waarop jij Anna als Granida hebt afgebeeld, is buitenaards schoon en verheffend, teder, kleurrijk en subtiel. Je hebt bijna helemaal haar ontblote rechtertepelhof (van Eden) werkelijk op de allerzachtste manier geschilderd. Voor jouw was jouw vrouw Anna inderdaad een felbegeerde en diepbeminde prinses. De kleuren rood, blauw en wit overheersen. Verder de goudkleurige boog en pijlenkoker, waarmee je naar Cupido verwijst, en de halve schelp, die de aangeboden, zinnelijke liefde verbeeldt. De riante versiering met de parels verwijst naar de emotionele balans en de vrijgevige tolerantie in alle symbolistische, mythologische en dieptepsychologische dimensies. Het is uitermate waardig geschilderd en op een geniaal subtiele manier spat de extatische erotiek er vanaf. De goddelijke wellust zit niet in die ene, over de witte rand kijkende, stijve tepel als middelpunt, maar zindert over het hele, majestueuze portret.

Jij overleed op 16 december 1670 en jij bent in de Waalse Kerk aan de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam begraven. In deze kerk preekte van 1872 tot juni 1900 de Nederlands Hervormde dominee Marie Adrien Perk, de vader van Jacques Perk.

Schrijver: Joanan Rutgers, 20 okt. 2019
20 okt. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 37



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)