Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Waar het bewustzijn zichzelf herinnert.

Voordat wij onszelf als een afzonderlijk ik ervaren, zijn wij een zachte trilling in het grote weefsel van het bestaan, een beweging zonder naam die nog niet weet waar zij begint of eindigt. Wij liggen als een golf in de oceaan die zichzelf nog niet als golf herkent, slechts als water dat zich laat dragen door een ritme dat de tijd heeft voortgebracht. In die eerste, woordloze ruimte is er geen grens, geen binnen en geen buiten, alleen een openheid die alles omvat en niets uitsluit. Bewustzijn ademt daar zonder eigenaar, als een licht dat schijnt zonder te weten wat verlichten is.

Langzaam, bijna onmerkbaar trekt de wereld lijnen in dat open veld. Een aanraking, een stem, een blik die ons terugkaatst naar onszelf, en zo voorzichtig de eerste contour van het ik schetst. Maar onder die contour blijft de ongeboren stilte bestaan, de plek waar wij nog steeds zijn wie wij waren voordat wij onszelf begonnen te benoemen. Een plek waar wij niet gescheiden zijn van de bomen, de lucht, de ander, maar deel zijn van dezelfde stroom die door alles heen beweegt.

Misschien is het ik slechts een tijdelijke samentrekking van iets veel groters, een knoop in een eindeloos koord, een moment waarop het universum zichzelf even van binnenuit bekijkt. Mogelijk kunnen wij, wanneer we heel stil worden, dat oorspronkelijke veld weer voelen: de ruimte vóór de naam, vóór het verhaal, vóór de scheiding. Daar waar wij niet iemand zijn, maar slecht eenvoudigweg zijn. Een aanwezigheid die niet hoeft te worden verdedigd of verklaard, omdat zij niet afgescheiden is van wat haar omringt.

Zo bezien is het ik geen beginpunt maar een fase, een golf die even omhoog komt om daarna weer terug te vallen in de oceaan van zijn. En in dat terugvallen treedt iets herkenbaars op, iets dat altijd al waar was, namelijk dat wij nooit werkelijk afgescheiden zijn geweest. Dat het ik slechts een rimpeling is in een veel grotere stilte. Dat wij, vóór wij onszelf als ik ervaren, al volledig waren. Grenzeloos, onverdeeld, gedragen door het mysterie dat ons voortbrengt en weer in zich opneemt.

In de ogen van de neurowetenschap begint het ik niet als een centrum, maar als een afwezigheid. Voor het ik verschijnt, is er slechts een open veld van indrukken dat nog geen eigenaar kent. Het jonge brein ontvangt de wereld als een nog niet afgebakende stroom, als licht dat binnenvalt zonder dat iemand het ziet, geluid dat trilt zonder dat iemand luistert, een aanraking die wordt gevoeld zonder dat er een huid is die zegt: dit ben ik. Alles is ervaring, maar niets is nog van iemand. Het bewustzijn is als een spiegel die nog niet weet dat zij weerkaatst. Langzaam, door herhaling en patroon, begint het brein een voorzichtige grens te tekenen. Niet omdat er werkelijk een grens bestaat, maar omdat het organisme moet leren onderscheiden om te overleven. Een hand die beweegt, een stem die terugkeert, een lichaam dat warmte geeft: uit die verschillende fragmenten bouwt het brein een verhaal, een centrum, een ik. Maar onder dat verhaal blijft de oorspronkelijke toestand bestaan, een stille laag waarin ervaring nog steeds verschijnt zonder dat zij hoeft te worden toegeëigend. De neurowetenschap zegt niet dat dit veld mystiek is, maar zij kan het ook niet reduceren tot iets eenvoudigs. Want telkens wanneer zij die eerste momenten onderzoekt, vindt zij geen kern, geen eigenaar, geen innerlijke bestuurder. Zij vindt slechts activiteit, ritme, verbinding, een dans van zenuwcellen die samen een wereld breien. Het ik verschijnt pas later, als een soort schaduw die het brein over zijn eigen patroon werpt, een constructie die orde schept in de chaos van gewaarwording. En toch, wanneer we heel stil worden, wanneer gedachten even niet grijpen en het verhaal van het ik zijn greep verliest, kunnen we iets van die oorspronkelijke staat terugvinden: een openheid waarin alles verschijnt zonder dat het hoeft te worden vastgehouden. Een ervaring die niet van iemand is, maar eenvoudigweg is. Misschien is wel wat de wetenschap ons onbedoeld laat zien: dat het ik niet het beginpunt is van ons bestaan, maar een contour die zich pas later vormt in een bewustzijn dat al veel eerder ontwaakte.

Voor wij onszelf als een afzonderlijk ik ervaren, zegt het boeddhisme, zijn wij als een open veld waarin alles verschijnt zonder dat er iemand is die het bezit. Er is geen kern, geen vaste drager, slechts een dans van verschijnselen die opkomen en verdwijnen als wolken die geen lucht bezitten en toch door haar worden gedragen. In die oorspronkelijke staat is er geen zelf dat zich afscheidt van de wereld en geen grens die zegt: hier eindig ik en daar begint de ander. Er is alleen een stroom van gewaarwording die zichzelf niet benoemt, een helderheid die niet weet dat zij helder is. Het ik dat later ontstaat, is volgens deze visie niet meer dan een verhaal dat het bewustzijn over zichzelf vertelt, een patroon dat zich vormt uit herinnering, verwachting en gewoonte. Het is een nuttige illusie, een soort tijdelijke schuilplaats in de storm van indrukken, maar geen vaste entiteit die ergens diep in ons verscholen ligt. Wanneer we heel stil worden, wanneer de gedachten even niet grijpen en de gevoelens niet eisen, kunnen wij dat weer voelen: dat wij niet het ik zijn dat wij zo zorgvuldig hebben opgebouwd, maar de ruimte waarin het ik verschijnt. Een ruimte die niet geboren wordt en niet sterft en niet toebehoort aan iemand, maar eenvoudigweg is. In die zin zijn wij, vóór het ik, niet minder maar juist meer, want we zijn niet opgesloten in een naam, een geschiedenis of een vorm. Wij zijn de adem van het bestaan zelf, een openheid die alles ontvangt zonder te bezitten. Het boeddhisme vertelt ons dat dit onze ware natuur is, dat het ik slechts een golf is die even denkt dat zij losstaat van de oceaan. En wanneer die golf terugvalt in het omringende water, verliest zij niets; zij herkent slechts wat zij altijd al was. Zo wordt het ik niet ontkend, maar doorzien. Het is een verschijning, geen beperking. En onder dat alles blijft de stille, grenzeloze aanwezigheid die wij waren voordat wij onszelf begonnen te noemen. Een aanwezigheid die nog steeds in ons ademt, wachtend tot wij haar opnieuw herkennen.

In de visie van de Advaita Vedanta zijn wij, vóór het ontstaan van het afzonderlijke ik, niet een iemand die nog moet worden, maar het tijdloze bewustzijn waarin alle ontstaan verschijnt. Wij zijn geen druppel die ooit losraakte van de oceaan, maar de oceaan zelf die zich even als druppel verbeeldt. Het ik dat later opduikt, met zijn contouren, verlangens en herinneringen, is slechts een golfslag in een veel grotere diepte, een tijdelijke vorm die zich even verheft en daarna weer oplost in het water waaruit zij is voortgekomen. Volgens deze stem is er nooit werkelijk een scheiding geweest. Die scheiding is een droom, een spel van het bewustzijn dat zichzelf in vormen hult, om zichzelf te kunnen ervaren. Het ik is een masker dat het Zelf draagt, niet om iets te verbergen, maar om te kunnen spelen, om te kunnen dansen in de wereld van namen en vormen. Maar onder dat masker blijft de stille, onveranderlijke aanwezigheid die niet geboren wordt en niet sterft, die groeit en niet krimpt, die niet komt en niet gaat. Zij is er altijd, als de ruimte waarin alles verschijnt en verdwijnt. Wanneer wij onszelf als ik ervaren, lijkt het alsof wij afgescheiden zijn, alsof wij een centrum zijn dat tegenover de wereld staat. Maar de Advaita wijst ons erop dat dit centrum nooit werkelijk heeft bestaan. Het is een gedachte, een beweging in het bewustzijn, niet het bewustzijn zelf. En wanneer die gedachte even stilvalt, wanneer de golf zich niet langer als golf benoemt, wordt de oceaan weer zichtbaar: zich eindeloos uitstrekkend, helder en zonder tweeheid. Aldus wordt het ik niet ontkent maar begrepen. Het is een vorm die verschijnt in het vormloze, een verhaal dat wordt verteld in een stilte die nooit wordt verbroken. En in die stilte herkennen wij wie wij waren vóór het ik: niet een klein wezen dat zijn plaats zoekt in de wereld, maar het open, allesomvattende Zijn waarin de wereld zelf verschijnt. Een aanwezigheid die niet hoeft te worden gevonden, omdat ze nooit verloren is geweest.

Als we de neurowetenschap, het boeddhisme en Advaita Vedanta als drie stemmen beluisteren, ontstaat er een beeld dat zowel eenvoudig als ongrijpbaar is. Voor het ik is er geen leegte in de zin van niets, maar een openheid die alles omvat. Een veld van ervaring zonder eigenaar, een stroom van verschijnselen zonder centrum, een bewustzijn dat zichzelf nog niet heeft verkleind tot een naam. Het ik dat later ontstaat, is een noodzakelijke vorm, een instrument om te navigeren in de wereld van relaties en verhalen. Maar het is niet het beginpunt van ons bestaan, slechts een laag die zich vormt bovenop een dieper, tijdloos fundament. En misschien is het wel zo dat wij, wanneer wij stil worden en het verhaal van het ik even loslaten, iets van die oorspronkelijke staat kunnen herkennen. Niet als een herinnering, maar als een thuiskomen in wat altijd al aanwezig was: de ruimte vóór de naam, vóór de scheiding, vóór het centrum. Een ruimte die niet verloren kan gaan, omdat ze nooit is verdwenen. Een ruimte die wij zijn, zelfs wanneer wij onszelf vergeten. En zo keren we terug naar de oorsprong die nooit is weggeweest, als een glimp van licht die zich herinnert dat zij altijd al de ruimte was waarin de wereld ontwaakt. En in dat besef valt het ik stil, en blijft alleen het tijdloze aanwezig. Zo keert alles terug in de eenvoud van wat altijd al is en verdwijnt elke behoefte om iets anders te worden.

... Wie zijn we vóór wij onszelf als afzonderlijk "ik " ervaren? Voor het ik verschijnt, is er slechts een open veld van indrukken dat nog geen eigenaar kent. Het jonge brein van baby's ervaart de wereld als één grote ongedifferentieerde stroom van verschijnselen. ...


Zie ook: http://spirituelefilosofie.blogspot.com

Schrijver: J.J.v.Verre
20 februari 2026


Geplaatst in de categorie: filosofie

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 9

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)