Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3729):

De heroïsche sopraan van de communards

(voor Marie Léonide Chavin (1832 - 1891))

Je bent geboren op 18 september 1832 in Sedan, op 19 kilometer afstand van Charleville-Mézières. De Maas stroomt door beide steden. Jouw vader was Pierre Chavin, destijds een 32-jarige infanterie-maarschalk in het garnizoen in Sedan. Jouw moeder was de 17-jarige Marie Fréchuret. Jouw vader kwam uit Faramans en jouw moeder uit Wenen. Jij woonde in jouw jeugd en vroege adolescentie bij jouw grootouders in Faramans. Na het vroege overlijden van jouw moeder hertrouwde jouw vader in 1848.

Om te ontkomen aan jouw stiefmoeder trouwde jij met ene Nique. Na vijf jaar ontvluchtte je jouw huwelijk om in 1853 naar Parijs te gaan. Daar gaf jij pianolessen en je zong vanaf 1857 in concertcafés onder het pseudoniem Mlle Lallier. In 1859 zong je een cantate in het Beaumarchais Theatre ter ere van de overwinning van de Slag bij Solférino door Napoleon III. De dramaleraar Ricourt koos de artiestennaam Agar voor jou. Een bijbelse naam voor een actrice was in de mode. Eind 1859 debuteerde je als actrice in een klein theater in de Toren van Auvergne. Je speelde in 'Don César de Bazan' van Philippe Dumanoir en Adolphe d'Ennery uit 1844. Je speelde de mooie straatzangeres Maritana.

Op 6 maart 1860 zong je als Phaedre in 'Paedre' uit 1677 van Jean Racine. De belangrijke theatercriticus Francisque Sarcey schreef over jou: 'Ze was super, met haar mooie marmeren gezicht, haar dikke zwarte haar, zwaar op de nek gedrapeerd, haar al weelderige borst, haar majestueuze taille en die ernstige stem, die haar gesluierde timbre onherkenbaar mysterieus maakte. Zij was iemand!'. Op 20 januari 1862 speelde je Phaedra in het Théâtre de l'Odéon, in 1818 herbouwd door Thomas Pierre Baraguey, die op 8 juni 1820 overleed. Thomas kreeg veel kritiek van de erfgenamen van de eerste architect Marie-Joseph Peyre te verduren, want die vonden zijn wijzigingen aan de buitenkant van het gebouw afschuwelijk.

Jij speelde in 'Horace' van Pierre Corneille, in 'Agnès de Méranie' en 'Lucretia' van François Ponsard en in 'Medea' van Ernest Legouvé. In het Théâtre de la Porte-Saint-Martin speelde je in 'Les Étrangleurs de l'Inde' van Monsieur Garand. Op 12 mei 1863 speelde je Phaedre in de Comédie-Française. Je viel op een kachel, waardoor je vooral jouw neus beschadigde. Je hebt de voorstelling niet afgemaakt. Daarna speelde je o.a. in 'Andromaque' en 'Iphigénie' van Jean Racine. Je speelde ook in het Théâtre de l'Ambigu-Comique aan de Boulevard du Temple en het Théâtre de la Gaîté aan 3bis Rue Papin. Je was bevriend met de dichter/toneelschrijver François Coppée, die tien jaar jonger was.

Op 14 januari 1869 speelde je Silvia in de komedie 'Le Passant' van Coppée. Sarah Bernhardt speelde de troubadour Zanetto. Rond 1870 ben jij door Nadar gefotografeerd. Het is goed te zien dat Sarcey niet loog over jouw volle borsten. Jij speelde Emilie in de tragedie 'Cinna' van Corneille. Al met al werd jij zeer geprezen. Tijdens de 44-ste keer, dat jij in 'Le Lion amoureux' speelde, heb jij ook La Marseillaise 'gezongen', vanwege de oorlog met Pruisen. In 1872 verliet jij de Comédie-Française, omdat jij voor de communards had opgetreden. Dat pikten de directeur Edouard Thierry en zijn chique klantenkring niet.

Tijdens dat gratis openluchtconcert op 6 mei 1871 voor de weduwen en wezen van de vermoorde communards waren o.a. deze communards aanwezig: de kunstschilder Gustave Courbet, de schrijver/politicus Jules Vallès en de schrijver/journalist Benoît Malon. Het concert, waarbij jij zeker La Marseillaise zong, was in de Tuileries, in de lounge van het Maréchaux. Het palais des Tuileries uit 1564 is voor 27 mei 1871 door de communards in brand gezet. Het kon hersteld worden, maar het werd uiteindelijk gesloopt. De overblijfselen werden her en der hergebruikt. Op 28 mei 1871 was de laatste slag van het versaillaise leger tegen de communards. De bevelhebber was maarschalk Patrice de Mac Mahon. Er werden zo'n 20.000 communards vermoord. Na jouw ontslag ging jij op een moeizame wijze langdurig in de provincies optreden.

Gesteund door de schrijver Paul Bourget en George Marye kwam je langzaam naar de Parijse theaters terug. George was de conservator van de Afrikaanse antiquiteiten in Algiers. Op 8 april 1878 begon je weer in de Comédie-Française te schitteren, maar omdat je niet als lid werd benoemd, ging je er boos vandoor. In 1879 overleed jouw man Nique en in 1880 hertrouwde je met George Marye. Je verscheen nog in het Théâtre de l'Ambigu-Comique en je speelde de koningin-moeder Gertrude in 'Hamlet', maar jouw hoogtijdagen waren zo goed als voorbij. Je was verbitterd door de zeven verloren jaren, waarin je niet in de Franse komedie kon spelen.

In 1890 stond je op een podium het gedicht 'Le Cimetière d'Eylau' van Victor Hugo voor te dragen, toen je ineens voor de helft van jouw lichaam verlamd raakte. Jij overleed op 15 augustus 1891 in jouw huis in Algiers. Je werd 60 jaar en je bent in de Cimetière du Montparnasse begraven. Op jouw graf staat een replica van een treffend borstbeeld, dat Henry Cros van jou maakte.

Schrijver: Joanan Rutgers, 29 okt. 2019
29 okt. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 44



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)