Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3753):

Wijze ransuil en gluiperige boef

(voor Maarten 't Hart)

Je houdt met name het protestantse deel van het Nederlandse leespubliek al jarenlang in jouw rigide, extra aantrekkende, bijna sadistische houdgreep met jouw onvervalste, streng-calvinistische, adembenemende wereldvisie. Jouw oeuvre is één grote, langgerekte doempreek van een ten diepste ernstig gefrustreerde en verwoeste gelovige. De overgang van jouw besloten geloofskring naar de wilde, vrije wereld was te groot voor jou, te shockerend en dramatisch. Toch is het overduidelijk dat er nog vele rudimenten van jouw allereerste geloofservaringen in jou overeind staan. Neem alleen al jouw manische voorliefde voor de orgelmuziek en de klassieke muziek, beiden sterk verwant aan het protestantisme. Je hebt lang niet alle lijnen verbroken. Dat veins je maar. In wezen ben je zelf ook geworden wie je bijna jouw hele leven hebt bestreden. In wezen ben je net zo stijfkoppig en hardleers als hen. Dat je hun godsdienstige denkbeelden en gedragingen hebt afgezworen, zegt niets. Je bent net zo eigenzinnig en onbenaderbaar. Het zwartgallig nare en geestdodende van Maassluis zit voor altijd in jou geworteld. Aan jouw toegeknepen ogen kan ik zien dat je de buitenwereld maar nauwelijks vertrouwt. De rest van jouw gelaat doet denken aan de helm van een kruisridder. De knoestige neus aan onverzettelijkheid.

Je bent geboren op 25 november 1944 in Maassluis, op de Patijnestraat 8. Jouw vader werkte in een tuinderij en later was hij de beheerder en doodgraver van het kerkhof in Maassluis, de Algemene Begraafplaats. Als kind mocht je van jouw vader niet met jouw fiets tegen de stoeprand op fietsen, maar je deed het toch, waarna jouw vader jou heeft uitgescholden en geslagen. Hoogst vernederend voor een weerloos kind. Tot de vijfde klas van de lagere school was je in de ban van jouw geliefde meester Mollema, die op juffrouw Van der Sluys verliefd was, maar die was van een andere, gereformeerde stroming, wat het bij voorbaat hopeloos maakte. Je hebt jouw boosheid ingeslikt en later op literaire wijze geuit. Jouw zus is de schrijfster Lenie 't Hart en je bent verre familie van de homoseksuele zanger/cabaratier Wim Sonneveld. Je leende jouw eerste boeken bij de Gereformeerde Evangelisatiebibliotheek, in de vakanties wel vijf per dag. Je ging naar de HBS van het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen. Je ging naar Leiden om biologie aan de Rijksuniversiteit te studeren. Als student kapte je met jouw protestantse geloof.

Je bestudeerde het gedrag van ratten en in 1971 debuteerde je met 'Stenen voor een ransuil', onder het doorzichtige pseudoniem Martin Hart. Het verscheen bij uitgeverij De Arbeiderspers, die ook het tijdschrift 'Maatstaf' uitgaf, waarin jij had gedebuteerd. Je bleef deze uitgeverij trouw. In 1973 verscheen 'Ratten' en 'Ik had een wapenbroeder', over homoseksualiteit en travestie. In Leiden (Wagnerplein 92) ging je voor het eerst als travestiet de straat op, met een lichtrode pruik, rode schoenen, een rode trui en een zwarte overgooier. Veel rood; passie, hoererij, opvallend. Om schrijver te kunnen worden, moest je eerst beroemd worden, dacht jij. Die travestie paste geheel in die strategie. Al fietsend genoot je van de spanning en de kick. Een soort pervers seksueel genot. Je bent ooit in Leiden door dronken studenten van een brugleuning gegooid. 'Dan heb je iets om over te schrijven!', schreeuwden ze. Toen had je overigens geen jurk aan. Je was twee jaar biologieleraar op 'jouw' lyceum in Vlaardingen.

Je hebt God ingeruild voor Bach, Mozart, Schubert, Bruckner, Prokofjev en Strauss. Aangezien er binnen de protestantse kringen veel van klassieke muziek gehouden wordt, is dit een verkapte liefdesverklaring en ben je via een omweg nog steeds in de Heer, maar doe je het stiekem. Dat geniepige staat zelfs helemaal op jouw gezicht afgetekend. Het lichaam heeft zich naar de geest gevormd. Je bent een kluizenaarstype, die zijn eigen rituelen en geloofsbeelden hanteert. Wars van alle opgelegde, collectieve lariekoek. Een esotericus en een mysticus, al blijf je ook dat ten stelligste ontkennen, want je wilt niet gekend worden, laat staan vastgepind en gekaderd. 'Mijn vader was een doodgraver, lager kon niet', zei je. Jouw roem als schrijver straalt over op de ziel van jouw vader, tenminste, dat is jouw bedoeling en jouw liefdevolle verzoeningsgebaar. Jouw verlichtingsweg dient tevens het zieleheil van jouw vader. De spirituele verbintenis met jouw vader is over het graf heen alsmaar sterker geworden.

In 1976 verscheen jouw poëzie 'Wassende woestijnmuis' in 100 exemplaren. In 1980 verscheen jouw poëzie 'Op de brug' in 100 exemplaren. In 1998 verscheen jouw poëzie 'Zoals Dit' in 96 exemplaren. Dit gedicht staat er op een modezaakmuur in Leiden, tenminste als die modezaak er nog is: 'Een vrouw mag alles dragen/ blazer, broek of rok./ Dat kan een man niet wagen/ voor hem slechts pak of rok./ Een vrouw kan over straten gaan/ gehuld in bont en leer/ Ook ik wil soms 'een robe' aan/ al ben ik dan een heer.'. Een beetje Levi Weemoedt rijmelarij. In 1991 kwam je op het Boekenbal als travestiet uit de kast. Je droeg een snikhete jurk, waardoor je steeds even de straat op ging om af te koelen. Op straat was je opeens weer niemand. Er ging een schok van intense eenzaamheid door je heen. Van zoals je jezelf als geïndoctrineerde gelovige in Maassluis hebt gevoeld, zo gevangen en verlaten, zo verdrietig alleen en zonder troost. Je brak door met 'Een vlucht regenwulpen', wat zeven jaar in een la bij de uitgeverij had gelegen. De verfilming van Ate de Jong, met een overtuigende, sublieme Jeroen Krabbé in de hoofdrol, vergrootte het succes nog meer. Vele calvinisten werd een herkenbare én kritische spiegel voorgehouden. De meeste mensen zullen jou met deze roman blijven associëren.

Je bent getrouwd met Hanneke van den Muyzenberg, die realistische, wetenschappelijke boeken publiceerde. Hanneke is geboren op 15 juli 1944 in Joure. Elsbeth Etty noemt jou 'een ondeugend carnavalsprinsje, die vrouwen die niet passen in het christelijk madonna/hoerpatroon doodeng vindt'. Volgens haar winden vrouwen jou seksueel niet op. Over Hanneke zegt zij: 'Zij lijkt mij eerder een aanbiddelijke heks, of naaktslak, die haar 'monument van treurigheid en verstardheid' hooguit gedoogt.'. Over de vrouwen dichtte jij 'het zijn toch meestal heksen'. In jouw huidige woonplaats Warmond liep je als een zichzelf euforisch voelende Maartje met pumps, asblonde pruik en Roef de hond. 'Je wilt zijn wat je begeert', zeg je, 'je schept zelf de vrouw die je graag zou willen hebben'. Op de flat bij jouw zus Lenie wilde je van het balkon springen. Dan was je in één keer van jouw geestelijke lijden verlost, dacht je. Maarten Biesheuvel heeft jou eens een kaakslag gegeven, omdat hij dacht dat jij zijn vader was en hij wilde zijn vader straffen. Hij zou het wel aardig van jou vinden, wanneer je hem eens in de psychiatrische inrichting Rivierduinen in Leiden bezoekt. Warmond ligt dichtbij.

Je schreef vol mededogen over jouw vriendin Inge Veerman, met wie je ooit een maand had samengewerkt, in jouw biologiestudietijd. In mei 1966 zeiden Inge en jij tegen elkaar, dat wat er ook met jullie gebeurt en met wie jullie ook zouden trouwen, jullie op 1 januari 2000 samen zouden zijn om er een heel dolle dag van te maken. Tijdens jouw laatste ontmoeting met Inge, hebben jullie gesproken over jullie vroegere verliefdheid op elkaar. Ze had het toen net met ene Rudy uitgemaakt en ze was nog niet aan een nieuwe relatie toe. Vijf maanden na jullie laatste samenzijn in haar huis te Leiden heeft Inge zichzelf opgehangen. In 1990, exact een jaar nadat haar huwelijk eindigde. Haar moeder had zichzelf ook verhangen, maar die deed het slordig, vond Inge. Je schreef: 'Inge heeft het ongetwijfeld niet slordig gedaan, ze heeft het uiterst weloverwogen gedaan. Grondig heeft ze haar daad voorbereid. Als ik zoiets al zou kunnen doen, dan toch alleen in een plotselinge opwelling.'. We zijn nu 20 jaar later, je hebt de 75 gehaald, die opwelling kun je wel vergeten, want daar is niets romantisch of schokkends meer aan. De pijn om Inge's zelfverkozen heengaan schrijnt alsmaar dieper in jouw hart. Het is de leegte van jullie belofte en van dat wat er tussen jullie had kunnen zijn. In de spirituele wereld is het er allemaal nog, maar daar heb je jezelf stuurs voor afgesloten.

In Warmond stonden vroeger vele kastelen. Nu staat er nog het Huys te Warmont. Er stonden ook twee kloosters, het cisterciënzer mannenklooster Mariënhaven en het nonnenklooster St. Ursula. Mariënhaven was in 1412 gesticht door de ridder Jan van den Woude (1395 - 1417), getrouwd met Agnes van Cruningen. Jij zou zo in die tijd en in dat uiterst strenge klooster geleefd kunnen hebben. Je staat immers om vier uur 's ochtends op en je gaat dan eerst zwemmen. Hoe Spartaans, sober calvinistisch en gedisciplineerd monastiek! Bertus Aafjes studeerde in Warmond aan het Philosophicum. Jij speelt geregeld orgel in de Immanuëlkerk aan de Kerkstraat 5 in Rijnsburg. Je woont in een mooi huis met een zeer grote tuin. Jij noemde Connie Palmen een 'slijmerige, glibberige naaktslak'. Je hebt het hart op de tong en je bent recht voor zijn raap. In 'Een deerne in lokkend postuur' schreef je dat jouw hartstochtelijke belangstelling voor de letterkunde is getaand en dat met name door de literair criticus Carel Peeters (1944, Nijmegen).

Peeters schreef in 'Hollandse pretenties' (1988) het essay 'Krijnie Baks als leerschool' over jou. Het meisje Krijnie Baks was de schrik van alle kleine jongens van de straat en de onbetwiste leidster van alle spelletjes. Zij bepaalde jouw vrouwbeeld. 'Overal om mij heen dominerende vrouwen en sullige, goedaardige, trouwhartige mannen', schreef je, 'De vrouwen hebben in feite de macht in handen.'. Peeters noemt jou hoogmoedig, omdat jij alleen jouw persoonlijke ervaringen als maatstaf neemt en omdat je denkt, dat die het sociale en politieke terrein bepalen. Hij analyseert messcherp jouw boek 'De vrouw bestaat niet'. Verder openbaart hij hoe jij jezelf steeds op alle gebieden voelt voorgelogen. In het geloof niet op de minste plaats. Jij ziet in alles jouw leven voor het eerst, onvoorbereid, blanco. Maar ook als allesweter blijf je teleurgesteld raken, dat weet je, maar dat wil je niet erkennen, want dan valt jouw hele goochelparadijs in duigen.

Schrijver: Joanan Rutgers, 22 nov. 2019
22 nov. 2019


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 35



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)