Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3764):

Een desolate ster, die helaas desolaat bleef

(voor Robin Hyde (1906 - 1939))

Je bent geboren als Iris Guiver Wilkinson op 19 januari 1906 in Kaapstad. Jouw moeder was de Australische verpleegster Edith Ellinor (Nelly) Butler en jouw vader was George Edward Wilkinson, die aan een post- en telegraafsysteem in Zuid-Afrika bouwde. Jij was hun tweede dochter. Een maand na jouw geboorte verhuisden jullie naar Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, vernoemd naar Arthur Wellesley, 1ste hertog van Wellington. Er werden nog twee zussen van jou geboren. Je ging naar het Wellington Girls' College aan de Pipitea Street in Thorndon, de binnenstad. De dichteres Marjory Nicholls zat ook op deze school. Zij overleed op haar 40-ste door een bus, die haar heeft overreden. Jij schreef poëzie en korte verhalen voor de schoolkrant. Na die school ging je een korte tijd naar de Victoria University of Wellington, waar de dichteres Fleur Adcock de Klassiekers bestudeerde en waar de dichteres Hera Lindsay Bird de moderne letterkunde/poëzie bestudeerde.

Op jouw achttiende werd jij aan een knieblessure geopereerd. Je bleef echter de rest van jouw leven kreupel lopen en pijn hebben. Je gebruikte opiaten, zoals morfine, tegen de pijn. In 1925 werd je in Wellington een journaliste voor de ochtendkrant The Dominion. The Dominion is begonnen op 26 september 1907 en gevestigd op de hoek van de Mercer Street en de Victoria Street. De voorgevel is gemaakt van steen uit het Franse Caen. Het bestaat ook uit een met koper bedekte toren met een Lantaarntoren. Jij publiceerde vooral op de vrouwenpagina's. Je had een korte liefdesrelatie met Harry Sweetman, van wie jij zwanger raakte. Harry liet jou in de steek en hij ging naar Engeland, waar hij na een korte tijd overleed. In april 1926 nam jij ontslag bij The Dominion en verhuisde jij naar Sydney. Daar overleed jouw ongeboren zoon Robin Hyde. De naam Robin Hyde werd jouw pseudoniem.

Door de diep-traumatische ervaring van het verlies van Robin en Harry werd je in het Queen Mary Hospital in Hanmer Springs opgenomen. Na jouw herstel begon je weer te schrijven en in 1927 publiceerde je gedichten in de Nieuw-Zeelandse kranten. En je publiceerde columns in de Christchurch Sun en The Mirror. Je raakte gefrustreerd door het ontbreken van creatieve inbreng bij de kranten, die slechts sociale columns wilden. In 1929 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'The Desolate Star'. Je raakte zwanger van een getrouwde journalist, die jou voorstelde om de kosten voor een abortus te delen. In oktober 1930 werd jouw zoon Derek Challis geboren. Hij ging naar een instelling en hij is bij andere mensen opgegroeid. Medio 1933 heb je geprobeerd jezelf te verdrinken. Je hebt jezelf vrijwillig laten opnemen in het Auckland Mental Hospital, in de Grey Lodge. In 1936 verschenen jouw debuutroman 'Passport to Hell' en de roman 'Check To Your King'. In 1937 verscheen de roman 'Wednesday's Children' en in 1938 verschenen 'Nor the Years Condemn' en jouw autobiografische roman 'The Godwits Fly'. Het manuscript van jouw ongepubliceerde autobiografie is in het beheer van de Auckland Libraries gekomen.

In het begin van 1938 ging jij naar Hong Kong. Je was van plan om via Kobe naar Vladivostok te gaan en om daar via de trans-Siberische spoorlijn naar Europa te gaan. Omdat de verbinding werd uitgesteld, ging je naar Shanghai, wat door de Japanners bezet was. Daar ontmoette je jouw Nieuw-Zeelandse collega-schrijver Rewi Alley. Rewi was ook een politiek activist en een belangrijke organisator van de Chinese Industriële Coöperaties. Jij zwierf door China, door Canton en Hankow. In Hankow was het centrum van het Chinese verzet tegen de Japanse bezetting. Je ging naar het noorden om het oorlogsfront te bezoeken en je was in Hsuchow, toen de Japanners de stad op 19 mei 1938 veroverden. Via de spoorlijnen ontvluchtte je het oorlogsgebied en je bent door Japanse ambtenaren naar de havenstad Tsing Tao begeleid. Een Japanse arts behandelde jouw ernstige oogletsel. Je bent aan de Engelse autoriteiten overgeleverd en via een zeereis kwam je op 18 september 1938 in Southhampton aan.

Jij woonde op een zolderkamer in Kensington, Londen. Je leed aan een zwaar terneer drukkende depressie; inktzwart en diepdof, walgelijk bitter en hartverwurgend. Je worstelde als een vlieg in een strooppot, als een opgebrande verzetsstrijdster in het residu van zoveel jaren ziekte en armoede. De gruwelijke eenzaamheid greep je als een piranha naar de keel. Je voelde de dood als een slinkse kaaiman op je af zwemmen. Met jouw laatste stukje weerstand heb je nog als een moedige krokodil terug gevochten door het noodlot zelf in handen te nemen. Met jouw laatste gedachten bij jouw zoons en heel even voorbijflitsend, het gemene smoelwerk van Harry, die jouw serene ziel zo bruut verwoest heeft. En zelfs nog een flitsgedachte bij die oppervlakkige journalist met zijn goedkope, inhumane praatjes. Op 23 augustus 1939 heb je in Londen zelfdoding gepleegd met een overdosis benzedrine. Overleden in Engeland, net als die ontrouwe Harry Bitterman. Je werd 33 jaar en je bent in de Kensington New Cemetery begraven. Jouw dichtbundel 'Houses by the sea' is postuum verschenen.

Schrijver: Joanan Rutgers, 2 dec. 2019
2 dec. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 14



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)