Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3928):

Lesbische tortelduifjes in de muziekwereld

(voor Henriëtte Bosmans (1895 - 1952))

Je bent geboren op 6 december 1895 in Amsterdam. Jouw moeder was de pianiste/pianopedagoge Sarah Bosmans-Benedicts, geboren op 23 oktober 1861 in Amsterdam. Zij gaf les aan het Conservatorium van Amsterdam. De in Gouda geboren pianist/cellist/dirigent Jaap Spaanderman was een leerling van haar. Reinbert de Leeuw was een leerling van Jaap. Jij kreeg ook les van jouw moeder. Jouw vader was Henri Nicolaas Bosmans, op 17 februari 1856 in Den Haag geboren. Hij was de hoofdcellist van het Concertgebouworkest, wat op 3 november 1888 het eerste concert gaf. De eerste chef-dirigent was Willem Kes, tot hij dirigent van het Scottish Orchestra in Glasgow werd, waar hij de eerste dirigent Isidor George Henschel opvolgde. Isidor was met de sopraan Lilian June Bailey (1860 - 1901) getrouwd. Zijn tweede vrouw was Amy Louis. Zijn dochters waren Georgina en Helen. De sopraan Lucia Dunham kreeg les van Isidor.

Jouw opa Nicolaas Bosmans was een rondtrekkende muzikant, getrouwd met Dina Habicht. Jullie woonden een tijd aan de Weteringschans. Vanaf 1884 was jouw vader hoofdleraar cello aan het Amsterdams Conservatorium. Hij ging zelf naar de Koninklijke Muziekschool aan de Korte Beestenmarkt in Den Haag, waar hij celloles van de cellist Joseph Giese kreeg. Jouw tante Elisabeth trouwde met de muzikant Franciscus Johannes Drion en jouw oom Jacobus was trompettist bij het leger en het Stedelijk Orkest Utrecht. Jouw vader studeerde ook trompet. In 1884 heeft jouw vader samen met Edvard Grieg zijn Sonate voor cello en piano uitgevoerd. Jij was acht maanden, toen jouw vader op 9 augustus 1896 overleed. Hij werd 40 jaar en hij is in Zorgvlied begraven.

Vanaf jouw zeventiende trad jij geregeld op in het Amsterdamse Concertgebouw. Bij de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst ben je cum laude voor piano afgestudeerd. Vanaf 1914 componeerde jij piano-muziekstukken en volgde jij compositielessen. In 1919 werd jouw eerste compositie, een vioolsonate, voor publiek uitgevoerd. Je schreef voornamelijk kamermuziek en liederen. In 1921-1922 kreeg je orkestratielessen van de Groningse dirigent/componist Cornelis Dopper, die in 1920 van zijn vrouw, de zangeres Henriëtte Siedenburg, gescheiden was. Daarna schreef je ook orkestmuziek, met meestal een solistische rol voor de cello. Van 1927 tot 1930 ging je op het Amsterdams Conservatorium bij de componist Willem Pijper in de leer.

Van 1922 tot 1929 had jij een liefdesrelatie met de negen jaar jongere celliste/dirigente Frieda Belinfante, met wie je samenwoonde. Frieda is geboren op 10 mei 1904 in Amsterdam. Haar Joodse vader Ary Belinfante was een pianist/muziekleraar en haar moeder was Georgine Antoinette Hesse. Na de scheiding had Ary een liefdesrelatie met Hedy Lanz, de dochter van de chirurg/kunstverzamelaar Otto Lanz. Toen Ary op zijn 53-ste door kanker overleed, pleegde Hedy zelfdoding. Met de fluitist Johan Feltkamp en Frieda vormde jij het Amsterdams Trio. Na de breuk met Frieda, trouwde Frieda in 1930 met Johan. Dat duurde tot 1936. In de oorlog was ze lidnummer 203 van de verzetsgroep Groep 2000, geleid door Jacoba van Tongeren en haar geliefde partner Nel Wateler. Frieda vervalste persoonsbewijzen en ze ondersteunde onderduikers. In 1947 ging ze naar Californië en in 1955 kreeg ze de Amerikaanse nationaliteit. Vanaf 1954 leidde ze het Orange County Philharmonic Orchestra. Ze was de eerste vrouw ter wereld, die de vaste dirigente van een professioneel orkest was.

In 1934 werd jij de verloofde van de violist Francis Dirk Jacobus Koene, met wie jij vaak samen speelde. Van 1920 tot 1934 was hij getrouwd met Maria Cornelia Büttinghausen. Hij gaf vioolles aan de schrijfster Kitty de Josselin de Jong. Hij overleed op 29 januari 1935 in het Wilhelmina Gasthuis aan de Eerste Helmersstraat in Amsterdam. Hij werd 35 jaar en hij is op Westerveld gecremeerd. Daarna viel jij in een diep gat en heb je jarenlang niets meer gecomponeerd. In 1941 hebben de nazi's jou verboden om op te treden, omdat je halfjoods was en omdat je geen lid van de Kultuurkamer wilde worden. Tijdens de bevrijding schreef jij het lied 'Daar komen de Canadezen', wat door Jo Vincent werd gezongen. Na de oorlog begon je weer flink te musiceren en te componeren, vooral liederen. In 1948 kreeg je contact met de Franse mezzosopraan Noémie Perugia (1903 - 1992), met wie je een liefdesrelatie kreeg. Noémie was op 7 november 1903 in Nice geboren. Jij schreef elf liederen voor haar en jullie traden samen op. Op 12 november 1949 overleed jouw moeder in Amsterdam.

Jij was muziekmedewerkster van 'Vrij Nederland' en jij correspondeerde met jouw goede vriend Benjamin Britten, de partner van de tenor Sir Peter Pears. In 1950 werd je ziek en kon je niet meer optreden en componeren. Men had niet ontdekt dat je maagkanker had. In 1951 werd je Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Jij overleed op 2 juli 1952 in Amsterdam. Je werd 56 jaar en je bent in Zorgvlied begraven. Noémie overleed op 25 maart 1992 in het kleine ziekenhuis Oranjeoord op de Achlumerdijk 2 in Harlingen.

Schrijver: Joanan Rutgers
15 mei. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 29



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)