Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3969):

Een zwarte magiër in een benedictijns habijt

(voor Joris-Karl Huysmans (1848 - 1907))

Je bent geboren als Charles-Marie-Georges Huysmans op 5 februari 1848 in Parijs. Jouw moeder Malvina Badin Huysmans was een schoollerares en jouw Nederlandse vader Godfried Huysmans was een lithograaf. Jouw opa was tekenleraar aan de Militaire Academie in Breda en een afstammeling van Zuid-Nederlandse schilders. Jij was acht jaar toen jouw vader overleed. Jouw moeder hertrouwde snel met de protestantse Jules Og, een mede-eigenaar van een boekbinderij in Parijs. Jij nam het Jules kwalijk, dat jouw moeder hertrouwde. Als jongeling verliet jij de roomse kerk en op school was jij ongelukkig. Je voltooide jouw cursussen en je behaalde een baccalauréat. Je begon met een ambtenaarscarrière bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, wat je vervelend vond en wat dertig jaar duurde.

In 1874 verscheen jouw eerste dichtbundel 'Le drageoir à épices' in eigen beheer, prozagedichten, sterk beïnvloed door Charles Baudelaire. In 1875 verscheen de heruitgave 'Le drageoir aux épices'. In 1876 verscheen jouw autobiografische roman 'Marthe, Histoire d'une fille', over een jonge prostituée en haar liefdesrelatie met een jonge journalist. Het is door de Brusselse uitgever Jean Gay gepubliceerd. Dit om vervolging in Frankrijk te voorkomen. Émile Zola was razend enthousiast en hij werd jouw vriend en mentor. Ook door jouw artikel over 'L'Assommoir' van Émile Zola werd Zola jouw vriend. Jouw verhaal 'Sac au dos' (rugzak) verscheen in 'Les Soirées de Médan' uit 1880, wat het manifest van de naturalistische literatuur is. Het verhaal gaat over de Frans-Pruisische oorlog, waarvoor jij was opgeroepen, maar vanwege jouw dysenterie werd je geweigerd. In bijvoorbeeld 'En ménage' (1881) en 'À vau-l'eau' (1882) schreef je over een grijs, banaal en alledaags leven. Hiermee uitte je jouw pessimisme en jouw afkeer van een moderne, door janhagel en zwakhoofdigen bevolkte wereld.

In jouw roman 'Les Soeurs Vatard' gaat het over de ongelukkige liefdesaffaires van de zussen Céline en Désirée, die in een Parijse boekbinderij werken. Toen jouw moeder in 1876 overleed, erfde jij een boekbinderij van haar. De arbeiders daar hebben jou geïnspireerd. 'En ménage' gaat over een mislukt huwelijk van een schrijver en is deels autobiografisch. In 1882 verscheen de novelle 'À vau-l'eau' bij de Brusselse uitgever Henry Kistmaeckers. Het gaat over een onderdrukte klerk, die naar een bepaalde mate van geluk of materiële comfort zoekt, wat steeds mislukt. In 1884 verscheen jouw beroemdste boek 'À rebours', waarmee je met het naturalisme brak. Het is symbolisch en decadent. Het gaat over de excentrieke, teruggetrokken, noodlijdende esthetiek van de artistieke aristocraat Jean des Esseintes, die vlucht in de illusies van de extravagante fantasie. Het is deels autobiografisch, maar vooral op de homoseksuele dichter/kunstverzamelaar/dandy Robert de Montesquiou gebaseerd. Stéphane Mallarmé had jou over de huisinrichting van Robert verteld. 'À rebours' inspireerde Oscar Wilde tot zijn 'The Picture of Dorian Gray' uit 1890. Jean des Esseintes leeft in een romantische bubbel met een eclectische kunstverzameling en zeldzame boeken in aangepaste, gekleurde bindingen. Hij maakt parfums, hij heeft giftige, tropische bloemen en hij verzamelt edelstenen in een schildpad met een goudgeverfde schelp. Door het gewicht van de edelstenen sterft de schildpad.

In 'Lust, dood en duivel' van Mario Praz zegt hij: 'Van deze werken is 'À rebours' (de titel, 'Tegen de keer', houdt al een programma in van sadistisch, tegennatuurlijk geweld) het voornaamste boek van het Decadentisme, waarin de hele fenomenologie van die geestesgesteldheid tot in de kleinste details is geïllustreerd in een exemplarisch personage, Des Esseintes.'. 'Een Parijse astroloog, Eugène Ledos, De Gevigny uit 'Là-bas', en een ex-priester die in Lyon woonde, Abbé Boullan, de Docteur Johannès uit 'Là-bas', wisten hem - soms verkeerd - voor te lichten over het moderne satanisme (Boullan betichtte de Rozekruisers van zijn eigen satanische praktijken). Huysmans briefwisseling met Abbé Boullan is omvangrijk. ...vast staat dat Huysmans ook persoonlijk een van de zwarte missen heeft bijgewoond die met enige regelmaat werden gehouden in de wijk waar hij woonde, namelijk in de Rue de Sèvres. De praktijken van Abbé Boullan omvatten van alles: 'uitzinnige mystieke ervaringen, erotomanie, obsceniteiten, sadisme en satanisme'. (uit een noot van Mario Praz)

Je kreeg nieuwe vrienden, zoals Jules Barley d'Aurevilly, Villiers de L'Isle Adam en Léon Bloy. In 1892 keerde je naar de roomse kerk terug. In 1891 verscheen 'Là-bas' bij Tresse & Stock, Éditeurs, Galerie du Théâtre-Français 8, 9, 10. Daarin schreef je over het satanisme in Frankrijk en over een zwarte mis. Dit boek mocht niet op de Franse treinstations verkocht worden. Jij bent het hoofdpersonage Durtal, een schrijver, die ook in jouw volgende romans 'En route', 'La cathédrale' en 'L'oblat' de scepter zwaait. 'En route' gaat over jouw geestelijke strijd in een trappistenklooster. In 'La cathédrale' bestudeer je de kathedraal van Chartres qua architectuur, iconografie en symbolisme. In 'L'oblat' werd je een benedictijnse oblaat. Je leerde tenslotte het wereldse lijden te accepteren. In 1898 ging je bij het ministerie met pensioen, vooral door het succes van 'La cathédrale'. Je wilde naar Ligugé verhuizen om daar een gemeenschap van katholieke kunstenaars op te richten, ook met de door jou geprezen schilder Charles-Marie Dulac (1862 - 1898), maar toen hij overleed, bleef je in Parijs.

In 'Les Foules de Lourdes' schreef je over de Maria-verschijningen, die Bernadette Soubirous heeft gezien. Je schreef ook over de heilige Lidwina van Schiedam, wat haar verering deed opleven. Hierdoor is er in Schiedam een straat naar jou vernoemd. Je schreef kunstkritieken in 'L'Art moderne' en 'Certains' en je was mede-oprichter van de Académie Goncourt. Je bent nooit getrouwd, maar je had wel een lange knipperlichtrelatie met de naaister Anna Meunier. In 1905 kreeg jij mond-, long- en botkanker als gevolg van het kettingroken en jij overleed op 12 mei 1907 in Parijs. Je was toen een ingetreden benedictijner kloosterling.
Je werd 59 jaar en je bent in de cimetière du Montparnasse begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
9 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 26



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)