Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3983):

Jouw sombere 'Obermann' was een weergaloze inspiratiebron

(voor Étienne Pivert de Senancourt (1770 - 1846))

Je bent geboren op 16 november 1770 in Parijs. Je kreeg eerst les van jouw moeder en daarna van een priester op het platteland, nabij Ermenonville. Je ging in een pension in Fontaine wonen, bij een kapelaan. Het 18-de eeuwse Château d'Ermenonville is nu een hotel. In jouw jeugd had je een slechte gezondheid. Jouw ouders pasten niet bij elkaar en ze maakten vaak ruzie met elkaar. Vanaf 1785 studeerde je aan het College de La Marche (De Sorbonne) in Parijs, opgericht rond 1150 en officieel rond 1200 door koning Philippe Auguste II erkend. In 1257 stichtte de theoloog Robert de Sorbon het Sorbonne college, wat begon met 20 arme theologie-studenten. Jouw vader Claude-Laurent Pivert wilde dat je naar het seminarie van Saint-Sulpice ging om een priester te worden. Jouw vader was Contrôleur des Rentes en Conseil du Roi. Dit wilde jij niet en met de hulp van jouw moeder vluchtte jij op 14 augustus 1789 naar Zwitserland.

Op 11 september 1790 trouwde jij met Marie-Françoise Daguet, die je in Zwitserland had ontmoet. In 1791 werd jullie dochter Agathe-Eulalie-Ursule geboren. Zij werd een schrijfster/journaliste en zij was jouw secretaresse. Haar satire 'La Conquêtomanie' is tegen Napoleon Bonaparte gericht. Zij verdedigde jou tegen de kritiek van de schrijver Eugène de Mirecourt. In 1793 werd jullie zoon Florian-Julien geboren, die een militaire carrière nastreefde. Je had een ongelukkig huwelijk en jullie woonden in Fribourg, nabij de familie Daguet. Fribourg is in 1157 gesticht door Berthold IV, hertog van Zähringen. Je had vaak ruzie met Marie-Françoise en haar familie. In 1893 debuteerde je met 'Les Premiers Ages. Incertitudes humaines'. In 1794 ging je alleen naar Parijs terug. Je raakte geruïneerd door de devaluatie van de Assignaten en je zwierf van kasteel naar kasteel. In 1795 verscheen 'Aldomen ou le bonheur dans l'obscurité'. In 1798 werd jouw uitgever Layeux jouw beschermheer. Je verbleef nog een korte tijd bij Marie-Françoise in Zwitserland. Zij had ondertussen een buitenechtelijk kind gebaard. In 1799 verscheen 'Réveries sur la nature primitive de l'homme'.

In 1804 verscheen jouw roman 'Obermann', die eerst geen succes bleek. Het is een introspectieve roman en een briefroman van 91 brieven, beïnvloed door Rousseau en zijn briefroman 'Julie, ou la nouvelle Héloïse' uit 1761. 'Obermann' is grotendeels autobiografisch. De hoofdpersoon lijdt aan een existentiële twijfel, hij onderzoekt zijn gevoelens en hij vraagt zich af wat zijn rol in de wereld is en waartoe zijn leven dient. Hij is reddeloos en hij zoekt naar een ideaal. Hij lijdt aan spleen/Weltschmerz/melancholie. 'Obermann' is één van de belangrijkste werken van de Franse, vroege Romantiek. Het boek was een inspiratiebron voor vele kunstenaars. Franz Liszt noemde het 'het boek dat altijd mijn lijden verdooft' en hij componeerde het pianostuk 'Vallée d'Obermann'. Het inspireerde Charles Augustin Sainte-Beuve, denk aan 'Volupté' uit 1834, George Sand, denk aan 'Lélia' uit 1833, Honoré de Balzac, denk aan 'Les Illusions perdues' uit 1837-1843 en 'La Peau de Chagrin' uit 1831, en de schrijver/filosoof Miguel de Unamuno y Jugo, de schrijver/bibliothecaris Charles Nodier, Gerard de Nerval, Marcel Proust en de dichter/criticus Matthew Arnold.

Vanaf 1804 had jij een vorm van spierdystrofie. In 1806 verscheen 'De l'amour', waarin je de sociale conventies aanviel. Je werkte voor het tijdschrift 'Mercure de France', waar je de schrijvers Louis-Sébastien Mercier en Charles Nodier leerde kennen. Je leefde van jouw journalistieke werken en je woonde met jouw dochter Eulalie in Fontainebleau, nadat jouw vrouw Marie-Françoise door een leverziekte was overleden. In 1816 verhuisde je naar Marseille, Nomes en Anduze, waar je twee jaar verbleef. In 1818 ging je naar Parijs terug. Je was al op oudere leeftijd, toen de romantici 'Obermann' ontdekten en waardoor jij beroemd werd. Minister Adolphe Thiers regelde in 1833 een invaliditeitspensioen voor jou. Dat was 1200 frank en in 1840 verhoogd naar 2000 frank. Je kon niet meer zelfstandig lopen en jouw handen waren verlamd, je kon geen eten meer naar jouw mond brengen. In 1833 herzag je 'Obermann' en heb je het uitgebreid. In datzelfde jaar verscheen ook jouw tweede briefroman 'Isabelle', tevens jouw laatste werk. Jij overleed op 10 januari 1846 in Saint-Cloud. Je werd 75 jaar en je bedacht jouw eigen grafschrift: 'Eternité, sois mon asile'.

Schrijver: Joanan Rutgers
2 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 18



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)