Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Patricia Cutts cuts her loneliness off

(voor Patricia Cutts (1926 - 1974))

Jij bent geboren op 20 juli 1926 in Londen. Jouw vader was de filmregisseur/schrijver John Henry Graham Cutts, geboren op 7 september 1884 in Brighton. Hij werkte o.a. met Alfred Hitchcock, Basil Dean, Gracie Fields, Ivor Novello en Noël Coward. Jouw moeder was de actrice Robin Coles. Als 2-jarige acteerde jij al in films. Jij ging naar dertien verschillende scholen. Op jouw 14-de ben jij meerdere keren van huis weggelopen en uit de kostschool, omdat jij in het theater aan de slag wilde gaan. Jij werd lid van een repertoirebedrijf en jij werkte in een postkantoor en in een apotheek. Jij studeerde aan de Royal Academy of Dramatic Art en jij bent in 1943 afgestudeerd. Jij speelde eerst kleine rollen in Engelse films en jij speelde kleine rollen in de Amerikaanse films, zoals in 'I Was A Male War Bride'. In 1949 gebruikte jij ook de naam Patricia Wayne. Waarschijnlijk met een knip-oog naar John Wayne.

In 1946 speelde jij de hoofdrol in 'Flying with Prudence'. In 1948 speelde jij in 'Just William's Luck' en in 1949 speelde jij in vier films, zoals in 'The Case of Thomas Pyke', naast Patricia Hitchcock, de dochter van Alfred en Alma Reville. In 1953 speelde jij weer in vier films, zoals in 'The Genie', naast Yvonne Furneaux (1926, Roubaix). In 1954 speelde jij in 'The Happiness of Three Women', naast Petula Clark (1932, Londen), die ook zangeres is. In New York woonde jij op 402 West 54th Street en jij werd gestimuleerd om amfetaminen te gebruiken om af te vallen.

In de jaren vijftig was jij met de theateragent John Findlay getrouwd. Op 24 augustus 1954 overleed jouw moeder, die in Golders Green werd begraven. Jij had een week dag en nacht en zonder slaap voor haar gezorgd en tijdens de begrafenis ben jij ingestort. Jij werd daarna in het St Bartholomew's Hospital verzorgd. Indien jouw moeder Joods was, dan is zij hoogstwaarschijnlijk in de Golders Green Jewish Cemetery (ook wel de Hope Lane Cemetery genoemd) begraven, waar de virtuoze en tragische celliste Jacqueline du Pré ook begraven ligt. Anders kan ik niet anders bedenken, dan dat zij in het Golders Green Crematorium op 62, Hope Lane is gecremeerd, tegenover Hope Lane Cemetery, en dat haar urn in een columbarium is bijgezet. In 1955 speelde jij in 'The Man Who Loved Redheads', met Moira Shearer in de hoofdrol. In 1956 werd jij in New York City door Garson Kanin en zijn vrouw, de actrice Ruth Gordon, ontdekt en ging jij in 'The Matchmaker' spelen, waarmee jij door Amerika toerde. Op 7 februari 1958 overleed jouw vader in Londen. In 1958 speelde jij in de musical 'Merry Andrew', naast Danny Kaye en Pier Angeli.

Jij kwam voor de rechter, omdat jij na een aanrijding in Hollywood was doorgereden, maar jij had wel met de aangereden bestuurster gepraat, alleen herinnerde die zich daar door de shock niets meer van. Je werd met een kleine, stupide vermaning (de rechter moest toch even zijn gram halen) vrijgesproken. In 1959 speelde jij in de spionagethriller 'North by Northwest' van Hitchcock, in de horrorfilm 'The Tingler', in de dramaserie 'Perry Mason' en in de westernserie 'Yancy Derringer', in de aflevering 'Hell and High Water', naast Charles Bronson. Begin oktober 1962 trouwde jij met de tv-series producent William Nichols en half september 1963 ben jij van hem gescheiden. In Hollywood acteerde jij in 'Alfred Hitchcock Presents'. In 1971 speelde jij in de dramafilm 'Private Road', naast Kathleen Byron en Susan Penhaligon, in 'Suspicion' en 'Public Eye'. In 1972 overleed William Nichols en speelde jij als Lottie Dean de hoofdrol in de 13-delige tv-serie 'Spyder's Web'. In 1974 speelde jij als Marcia Blaney een hoofdrol in één aflevering van 'Crown Court'.

In 1974 speelde jij tenslotte als Blanche Hunt een hoofdrol in twee afleveringen van de tv-soap 'Coronation Street', uitgezonden op 21 en 26 augustus 1974. Op 6 september 1974 pleegde jij zelfdoding in jouw appartement aan Elm Park Gardens in Chelsea, Londen. Jij nam een overdosis barbituraten en alcohol. Jij werd 48 jaar. Elm Park Gardens ligt vlakbij Brompton Cemetery, met ingangen aan de Old Brompton Road en de Fulham Road. Vermoedelijk ben jij daar ergens begraven. Jij liet achter: jouw zoon Nicholas Baker-Findlay en jouw kleinkinderen Thalia, Brandon en Eylse Baker.

Schrijver: Joanan Rutgers
14 aug. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 31



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)