Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Het trieste noodlot van een girondijnse heldin

(voor Madame Roland (1754 - 1793))

Jij bent geboren als Marie-Jeanne (Manon) Phlipon op 17 maart 1754 in Parijs. Jouw vader was de graveur Pierre Gatien Phlipon en jouw moeder was Marguerite Bimont, de dochter van een fourniturenhandelaar. Jullie woonden aan de Quai de l'Horloge. Van de 7 kinderen was jij de enige, die niet jong overleed. Jij woonde eerst twee jaar bij een voedster in Arpajon. Op jouw 5-de heb jij jezelf lezen geleerd. Voor schoon schrift, geschiedenis, aardrijkskunde en muziek kwamen er leraren aan huis en jouw vader leerde jou tekenen en kunstgeschiedenis. Een oom gaf jou Latijnse les en jouw oma spelling en grammatica. Jouw moeder leerde jou huishoudkunde. Op jouw 11-de woonde jij uit eigen wil 1 jaar in een klooster. Later zei je de kerk vaarwel, maar je bleef wel in God en de onsterfelijkheid van de ziel geloven. Na het klooster was je autodidactisch en las je o.a. de klassieken en 'Vitae Parallelae' van Plutarchus en Jean-Jacques Rousseau, vooral zijn 'Julie, ou la nouvelle Héloïse' uit 1761.

Jij schreef filosofische essays en jij hebt minstens 10 huwelijksaanzoeken afgewezen. Jij had een korte relatie met de schrijver Pahin de la Blancherie en jij speelde met het idee om bij een 56-jarige weduwnaar in te trekken om lekker te filosoferen. In 1776 ontmoette jij de 20 jaar oudere econoom/politicus Jean-Marie Roland de la Platière, geboren op 18 februari 1734 in Thizy. Hij was inspecteur des manufactures in Picardië. Hij was intelligent, zeer belezen, bereisd, moeilijk, erg overtuigd van zijn eigen gelijk en snel geïrriteerd. Zijn eerste huwelijksaanzoek in 1778 heb jij vanwege het standsverschil afgewezen. In 1779 ging jij wel akkoord. Voor zijn adellijke familie hield hij de huwelijksplannen eerst geheim. In februari 1780 zijn jullie getrouwd en woonden jullie in Parijs. Jij was zijn secretaresse voor zijn werk op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Jij was bevriend met de natuurhistoricus Louis-Augustin Bosc d'Antic en de parlementariër François Xavier Lanthenas, die jarenlang verliefd op jou was. In 1781 verhuisden jullie naar Amiens, waar in dat jaar jullie dochter Eudora werd geboren. Jij gaf haar zelf de moedermelk en jij schreef een verslag over de bevalling en de problemen met de borstvoeding.

In Amiens hadden jullie weinig contacten en jij bleef jouw man assisteren met onderzoeken en tekstkopiëren. Jij redigeerde en wijzigde zijn teksten en jij schreef zelf stukken. Jij was het intellectuele equivalent van Jean-Marie, wat hij erkende. Na een bezoek aan het House of Commons verhuisden jullie naar Lyon, al woonden jullie vooral in Villefranche-sur-Saône. Samen werkten jullie aan 'Descriptions des arts et métiers' en in 1787 reisden jullie naar Zwitserland, waar jij Rousseau naspeurde. Na de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 werd jij radicaal revolutionair en was jij compromisloos voor de republiek. Jij accepteerde zelfs geweld en een burgeroorlog, al verfoeide jij al gauw de wetteloosheid van de wrede volksmassa. Jij correspondeerde met de Parijse journalist Jacques Pierre Brissot, de leider van de gematigde girondijnen, die op 31 oktober 1793 op het Place de la Révolution werd vermoord en 39 jaar werd. Hij publiceerde jouw meningen in 'Le Patriote Française'. Brissot heeft jou in Parijs geïntroduceerd. Vanaf april 1791 hield jij meerdere keren per week een thuissalon, met gasten als Maximilien de Robespierre en Thomas Paine. Jij was een charmante vrouw, die briljant converseerde, maar meestal op de achtergrond als enige vrouw naar de politieke debatten kuisterde. Jij bood de adellijke schrijfster/journaliste Louise de Kéralio en haar man, de politicus François Robert tijdelijk onderdak.

Toen Jean-Marie in maart 1792 minister van Buitenlandse Zaken werd, gingen jullie in Hôtel Pontchartran wonen. Jij bleef de drijvende kracht achter jouw man. Jij verweet Robespierre zijn lafheid, toen in april 1792 de oorlog uitbrak. Robespierre werd een grote vijand van jou en de girondijnen. Op 10 juni 1792 ontsloeg Lodewijk XVI Jean-Marie en 2 andere girondijnse ministers, maar na de machtsovername van de jakobijnen en montagnards werd Jean-Marie opnieuw minister. De jakobijnen en de Parijse Commune wantrouwden jullie. Jij weigerde met Georges Danton samen te werken. In de gevangenissen werden honderden verdachten van anti-revolutionaire sympathieën botweg vermoord en jij schaamde jezelf voor de bloederige revolutie. Jij werd de minnares van de girondijnse politicus François Buzot. De jaloerse Lanthenas verliet jou en de girondijnen meteen. Door Marat, Hébert en Desmoulins werd jij 'een manipulerende courtisane' genoemd en Danton en Robespierre noemden jou 'een politieke tegenstander'. Er ontstonden geruchten, dat er bij jullie tijdens decadente diners anti-revolutionaire complotten werden gesmeed. Het volk moest jou niet meer en jij sliep met een geladen pistool om zelfdoding te kunnen plegen, voordat die smerige sansculotten jou te pakken kregen.

Na de moord op de koning trad Jean-Marie af als minister en mochten jullie Parijs niet verlaten. Jean-Marie wist met de hulp van jullie vriend Bosc d'Antic eerst naar de Sainte-Radegonde priorij in het bos van Montmorency en tenslotte naar Rouen te vluchten, maar jij weigerde te vluchten. Op 1 juni 1793 werd jij gearresteerd en in de gevangenis in de abdij Saint-Germain-des-Prés opgesloten. Daarna werden veel girondijen gearresteerd en wisten sommigen, zoals jouw minnaar Buzot, te vluchten. Jouw assistente Sophie Grandchamp en Bosc d'Antic bezochten jou in de gevangenis en via hen schreef jij met Buzot en Jean-Marie. In jouw cel studeerde jij Engels en speelde jij piano. Op 24 juni 1793 werd jij opeens vrijgelaten, omdat de juridische aanklacht niet klopte. Terwijl jij jouw huis wilde betreden, werd jij met een nieuwe aanklacht weer gearresteerd en naar de akelige gevangenis Sainte Pelagie gebracht. Jean-Marie wilde in zijn memoires Buzot als schuldige van jullie huwelijkscrisis laten fungeren, maar jij wist hem ervan te overtuigen om zijn manuscript te vernietigen. Een ontsnappingsplan van Jean-Marie door met een bezoekster van kleding te ruilen wees jij af. Jij was vooral bezorgd over Buzot, die in Caen een girondijnse opstand tegen de wrede excessen in Parijs wist te regelen.

Buzot droeg altijd een portretje en een haarlok van jou bij zich. Op 13 juli 1793 vermoordde de uit Caen afkomstige, girondijnse Marie Anne Charlotte Corday d'Armont de wrede extremist Jean-Paul Marat. Zij riep: 'Het is volbracht, het monster is dood!'. Op 17 juli 1793 werd zij via de guillotine vermoord en zij werd 24 jaar. Op 31 oktober 1793 werden 21 girondijnse politici vermoord, ook jouw goede vriend Brissot. De dag erna werd jij naar de Conciergerie gebracht. Op 8 november 1793 verscheen jij voor het Revolutionair Tribunaal. Jij droeg bij voorbaat jouw toilette de mort, een eenvoudige jurk van wit-gele mousseline en een zwart ceintuur. Die dag werd jij inderdaad vermoord. Jij boog voor het vrijheidsbeeld op de Place de la Révolution en jij zei: 'O Liberté! que de crimes on commet en ton nom!'. Jij werd 39 jaar. Nadat Jean-Marie in Rouen vernam, dat jij was vermoord, heeft hij op 10 november 1793 in Bourg-Beaudouin zelfdoding gepleegd. Hij werd 59 jaar. Bosc d'Antic werd de voogd van Eudora. Op 18 juni 1794 heeft François Buzot samen met Jérôme Pétion de Villeneuve in een korenveld in Saint-Magne-de-Castillon zelfdoding gepleegd. François werd 34 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
1 juni 2022


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 65



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)