Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Gedreven door de geest van Kafka

(voor Milena Jesenská (1896 - 1944))

Jij bent geboren op 10 augustus 1896 in Praag. Jouw vader Jan was tandarts, kaakchirurg en professor aan de Karelsuniversiteit. Jouw moeder was Milena Hejzlarová. Zij overleed door bloedarmoede, toen jij 13 jaar was. Jij had groene ogen. Jullie woonden in een appartement aan het Wencestasplein, wat in de Art Nouveau stijl is gebouwd. De Maria Sneeuwkerk ligt ook aan dit plein en er staat een standbeeld van Wenceslaus de Heilige. Jij studeerde aan Minerva, het eerste, academische gymnasium voor meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Als puber nam jij cocaïne en stal jij bloemen van de begraafplaatsen. Jij ging naar het Praagse conservatorium en jij studeerde medicijnen, wat jouw vader graag wilde. Na het tweede semester stopte jij met beide studies. In 1917 heeft jouw bespottelijke vader jou negen maanden naar het krankzinnigengesticht Veleslavín gestuurd, vanwege 'morele waanzin'. In maart 1918 trouwde jij met de Joodse literatuurcriticus Ernst Polak, geboren op 4 augustus 1886 in Gitschin. Zijn ouders waren Emmanuel Polak, een handelaar in edelstenen, en Regina Schwenk. Zijn zussen waren Elisa, Frederike en Grete. Emmanuel overleed in 1943 in het concentratiekamp Theresienstadt.

In de zomer van 1916 hielp Ernst Polak Max Brod bij het samenstellen van Tsjechische gedichten. Jij sloot je bij hen aan en Ernst en jij kregen een liefdesrelatie. Ernst bezocht geregeld Café Arco, waar hij contact had met Max Brod, Franz Werfel, Franz Kafka, Paul Claudel, André Gide, Willy Haas, Paul Kornfeld, Johannes Urzidil en zijn vrouw, de dichteres Gertrude Thieberger, Franz en Hans Janowitz, Felix Weltsch, Oskar Baum en zijn vrouw Margarete Schnabel, Egon Erwin Kisch, Frantisek Langer, Karl Kraus, Anton Kuh en zijn verloofde, de schrijfster Liliana Amon, Elisabeth Lasker-Schüler, Kurt Tucholski en Ernst Weiss, die op 14 juni 1940 in zijn hotel in Parijs zelfdoding pleegde, omdat de nazi's Parijs veroverden. Na de inname van vergif heeft hij in de badkuip zijn polsen doorgesneden. Hij overleed een dag later in een ziekenhuis en hij werd 57 jaar.

Ernst woonde in 1916 op de Gottwaldstrasse 2 in Praag, achter het Nationaal Theater. Van maart tot half mei 1918 woonden jullie in een gemeubileerde kamer op de Nussdorfer Strasse 14 in Wenen. Op 16 mei 1918 gingen jullie in een appartement op de Lerchenfelder Strasse 113 in de wijk Neubau in Wenen wonen. Vanaf 21 maart 1918 werkte Ernst als handelaar in vreemde valuta bij de Länderbank op de Hohenstaufengasse 3, met een allegorisch, bronzen en marmeren standbeeld van 'Oostenrijk' uit 1883 van Johannes Benk. Dit staat in de vestibule en onder een prachtige lichtkoepel. Ernst en jij waren vaste klanten van het Café Herrenhof op de Herrengasse 10. Vanaf 1916 kwamen daar o.a.: Franz Blei, Robert Musil, Albert Paris von Gütersloh, Friedrich Eckstein, Alfred Polgar, Emma Elisabeth Taubele (Ea von Allesch), haar geliefde van 1917 tot 1927 Hermann Broch, Elias Canetti, Hugo von Hofmannsthal, Otfried Krzyzanowski, Maria Lazar, Hertha Ernestine Pauli, Joseph Roth, Hildegard Maria Spiel, Franz Werfel, Ludwig Wittgenstein, de advocaat Hugo Sperber, de filosoof Moritz Schlick, Regina Wiener (Gina Kraus) en haar latere man Otto Kraus, met wie zij de zonen Otto en Peter kreeg. Hugo Sperber is op 16 oktober 1938 in het concentratiekamp Dachau vermoord. Hij werd 52 jaar. Moritz Schlick is op 22 juni 1936 door zijn oud-student Hans Nelböck met 4 kogels vermoord. Hij werd 54 jaar.

Ernst had een minnares in Wenen en hij verdiende te weinig om samen van rond te komen. Jullie leefden in armoede en jij deed vertaalwerk. Jouw antisemitische vader was tegen jouw huwelijk met Ernst en jij wilde hem enkele jaren niet meer zien. In 1919 vroeg jij aan Franz Kafka of jij zijn korte verhaal 'De stoker' naar het Tsjechisch mocht vertalen. Er volgde een intense en gepassioneerde correspondentie met hem. Jij was met Franz vier dagen in Wenen en één dag in Gmünd. Ook omdat jij Ernst niet kon verlaten, verbrak Franz de relatie. In november 1920 stopte de correspondentie. In 1922 en 1923 waren er nog enkele briefuitwisselingen. Jouw brieven zijn helaas niet bewaard gebleven. Franz overleed op 3 juni 1924 in het sanatorium van Hugo Hoffmann in Kierling door tuberculose en voedselgebrek. Hij werd 40 jaar en hij is in de Nieuwe Joodse Begraafplaats in Zizkov, Praag, begraven.

Jij schreef voor het tijdschrift 'Tribuna' en tussen 1923 en 1926 voor de krant Národní listy. Vanaf 2 november 1926 schreef jij enkele jaren voor het geïllustreerde weekblad 'Pestrý týden'. Dat weekblad werd ook gemaakt door de uitgever Karel Neubert, Adolf Hoffmeister en de graficus/schrijver/cartoonist/schilder Vratislav Hugo Brunner. En jij schreef voor de krant Lidové noviny. In 1925 scheidde jij van Ernst en ging jij naar Praag terug. Jij hertrouwde met de functionalistisch architect Jaromír Krejcar, geboren op 25 juli 1895 in Hundsheim. Op 14 augustus 1928 werd in Praag jullie dochter Jana geboren. Zij werd een schrijfster en dichteres. Zij trouwde vier keer en zij kreeg vijf kinderen. Zij overleed op 5 januari 1981 door een auto-ongeluk in Praag. Zij werd 52 jaar. Jij werkte in Praag als journaliste en jij schreef voor kranten en tijdschriften. Jij was kinderboekenredactrice en vertaalster. In oktober 1934 zijn Jaromír en jij gescheiden en trouwde hij met een Letse tolk. Jaromír overleed op 5 oktober 1950 in Londen. Van 1938 tot 1939 redigeerde jij het politiek-culturele tijdschrift 'Prítomnost', opgericht en uitgegeven door de schrijver/journalist Ferdinand Peroutka. Na de komst van de nazi's werd jij lid van een ondergrondse verzetsbeweging en hielp jij veel Joodse en politieke vluchtelingen te emigreren.

In november 1939 werd jij door de Gestapo gearresteerd en gevangengezet, in de wijk Pankrác in Praag en in Dresden. In oktober 1940 werd jij naar het concentratiekamp Ravensbrück gestuurd. Jij gaf morele steun aan de andere gevangenen en jij raakte bevriend met de schrijfster Margarete Buber-Neumann, die in 1963 'Kafkas Freundin Milena' publiceerde. Jouw kampnummer was 4714, maar de andere gevangenen noemden jou 4711, verwijzend naar het bekende, Keulse Eau de Cologne merk.

Jij overleed op 17 mei 1944 in Ravensbrück door nierfalen. Jij werd 47 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
Inzender: Joanan Rutgers, 15 september 2023


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 68



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)