Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De Engelse dichteres, die in wezen een Poet Laureate is

(voor Caroline Norton (1808 -1877))

Jij bent geboren als Caroline Elizabeth Sarah Sheridan op 22 maart 1808 in Londen. Jouw moeder Caroline Henriëtta Callander (1779 - 9 juni 1851) was een schrijfster. Haar ouders waren de legerofficier Sir James Callander en Lady Elizabeth Helena Macdonnell. Jouw vader was de soldaat/politicus/acteur Thomas Sheridan (16 november 1775 - 12 september 1817, Kaap de Goede Hoop, door tuberculose), die in Kaap de Goede Hoop penningmeester van de koloniale gouverneur was. Hij is begraven in de Wells Cathedral, bij zijn moeder. Zijn ouders waren de sopraan/schrijfster Elizabeth Ann Linley en de (toneel)schrijver Richard Brinsley Sheridan. Na het overlijden van jouw vader bleven jullie bijna berooid achter. Door Prins Frederick August, hertog van York en Albany, konden jullie enkele jaren in een genade- en gunstwoning in Hampton Court Palace wonen. De prins was een vriend van jouw opa, Richard Brinsley Butler Sheridan, geboren op 30 oktober 1751 in Dublin en overleden op 7 juli 1816 in Londen. Richard's moeder was de schrijfster Frances Chamberlaine Sheridan (1724 - 1766) en zijn vader was de acteur Thomas Sheridan.

Jouw oudere zus Helen Selina is geboren op 18 januari 1807 in Dublin. Zij was een componiste, dichteres en schrijfster. Zij overleed op 13 juni 1867 in Dufferin Lodge in Highgate door borstkanker. Zij werd 60 jaar en zij is in Friern Barnet begraven. Zij was barones Dufferin en Claneboye. Jouw jongere zus Jane Georgiana is geboren op 5 november 1809 in Somerset. Door haar huwelijk met Edward Adolohus St. Maur, 12-de hertog van Somerset, werd zij hertogin van Somerset. Zij kregen samen 2 zonen en 3 dochters. Vanwege jullie schoonheid en prestaties werden jouw zussen en jij de 'Drie Gratiën' genoemd. Op het Eglinton-toernooi van 1839 werd Georgiana 'Queen of Beauty'. Jij was de geestigste zus. Helen Selina was getrouwd met Price Blackwood, 4-de baron Dufferin en Claneboye. Hun zoon was Frederick. Helen was ook met George Hay, graaf van Gifford, getrouwd. Price overleed op 21 juli 1841 door een accidentele overdosis morfine en hij werd 46 jaar. In 1825 verscheen jouw debuutroman 'The Dandies Rout'.

In 1827 trouwde jij met George Chapple Norton, geboren op 31 augustus 1800 in Wakefield. Hij was advocaat en parlementslid voor Guildford. Zijn oudere broer was Baron Grantley. George was een jaloerse en bezitterige echtgenoot en hij had gewelddadige aanvallen van dronkenschap. Het was een ongelukkig huwelijk vanwege zijn mentale en fysieke mishandelingen. Hij was een slechte, succesloze advocaat en jullie vochten een bittere strijd om geld. In jouw vroege huwelijksjaren gebruikte jij jouw schoonheid, humor en politieke banden om jezelf als belangrijke gastvrouw van de samenleving te presenteren. Met jouw onorthodoxe gedrag en openhartige conversatie maakte jij vijanden en bewonderaars binnen de high society. Jouw vrienden waren o.a. de dichter Samuel Rogers, de schrijver Edward Bulwer-Lytton, de biograaf/romanschrijver Edward John Trelawny, de schrijver Abraham Hayward, de schrijfster Mary Shelley, de actrice Frances Anne Kemble, de schrijver Benjamin Disraeli, Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld en William Cavendish, 6-de hertog van Devonshire. In 1829 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'The Sorrows of Rosalie, a tale with Other Poems' bij J. Ebers te Londen. In 1929 verschenen ook 'I Do Not Love Thee' en 'The Cold Change'. In 1830 verschenen 'The Undying One, and Other Poems' en 'The Faithless Knight'. Van 1832 tot 1837 was jij redactrice van 'The Court Magazine' en 'La Belle Assemblée'.

Door jouw invloed werd George in 1831 Metropolitan Police Magistrate. In 1835 verscheen de 3-delige roman 'The Wife, and Woman's Reward'. In 1836 verliet jij jouw man George en leefde jij van jouw schrijfwerk, maar George liet jouw inkomsten in beslag nemen. Vlak na de scheiding ontvoerde George jullie 3 zonen, die hij bij zijn familie in Schotland verborg en later in Yorkshire. Hij vertelde jou niet waar zij waren. George daagde premier William Lamb voor de rechter, maar George verloor het proces. De regering kwam er bijna door ten val. Jouw reputatie werd geruïneerd en jouw vriendschap met William Lamb eindigde. George hield de scheiding tegen en hij behield de voogdij. Jouw oudste zoon Fletcher overleed op zijn 30-ste in Parijs door tuberculose. Dit verlies maakte jou kapot. In 1854 trouwde jouw zoon Thomas Brinsley met de jonge Italiaanse Maria Chiara Elisa Federigo. Thomas was tijdens zijn leven grotendeels invalide en afhankelijk van jouw financiële steun. Hij werd de 4-de baron Grantley van Markenfield en hij overleed in 1877, nog voor jou. De zoon van Thomas en Maria Federigo, John Richard Brinsley Norton, 5-de baron Grantley, erfde de landgoederen. Hij was een numismaat en antiquair, geboren op 1 oktober 1855 in Florence. In 1913 kocht hij het landgoed Red Rice in Upper Clatford uit 1740. Met Katharine Buckner McVickar kreeg hij 6 kinderen. Hij hertrouwde met Alice Jones.

In 1841 verscheen 'The Dream, and Other Poems' en in 1846 'The Child of the Islands'. Na het overlijden van de dichter Robert Southey vroeg jij aan Sir Robert Peel om Poet Laureate te mogen worden, maar dat weigerde hij. Jij woonde op 3 Chesterfield Street in Mayfair. De schrijfster Lady Antonia Margaret Caroline Fraser onthulde de blauwe plaquette. In 1847 verschenen 'Aunt Carry's ballads for children' en 'Bingen on the Rhine', in 1859 'The Centenary' en in 1862 'The Lady of La Garage' en 'We have been friends together'. Van 1841 tot 1846 had jij een relatie met de politicus Sidney Herbert, 1-ste baron Herbert of Lea, die in 1846 met de schrijfster Mary Elizabeth Ashe à Court-repington trouwde. Met haar kreeg hij 7 kinderen. Op middelbare leeftijd was jij met de schrijver George Meredith bevriend. Jij stond model voor de vurige, intelligente heldin Diana Warwick in zijn roman 'Diana of the Crossways' uit 1885. In maart 1877 trouwde jij met jouw oude vriend, de Schotse historisch schrijver, kunsthistoricus en politicus Sir William Stirling-Maxwell, 9-de Baronet. Jij overleed op 15 juni 1877 in Londen. Jij werd 69 jaar en jij bent in de Lecropt Kirk in Bridge of Allan in Stirling, Schotland, begraven. William overleed op 15 januari 1878 in Venetië. Hij werd 59 jaar en hij is in de Lecropt Kirk begraven. In Lecropt staat Keir House, wat van 1448 tot 1975 de thuisbasis van de familie Stirling was.


Old Friends

How are they waned and faded from our hearts,
The old companions of our early days!
Of all the many loved, which name imparts
Regret when blamed, or rapture at its praise?
What are their several fates, by Heaven decreed,
They of the jocund heart, and careless brow?
Alas! we scarcely know and scarcely heed,
Where, in this world of sighs, they wander now.

See, how with cold faint smile, and courtly nod,
They pass, whom wealth and revelry divide-
Who walked together to the house of God,
Read from one book, and rested side by side;
No look of recognition lights the eye
Which laughingly hath met that fellow face;
With careless hands they greet and wander by,
Who parted once with tears and long embrace.

Oh, childhood! blessed time of hope and love,
When all we knew was Nature's simple law,
How may we yearn again that time to prove,
When we looked round, and loved whate'ver we saw.
Now dark suspicion wakes, and love departs,
And cold distrust its well-feigned smile displays;
And they are waned and faded from our hearts,
The old companions of our early days!


My Heart Is Like A Withered Nut!

My heart is like a withered nut,
Rattling within its hollow shell;
You cannot ope my breast, and put
Any thing fresh with it to dwell.
The hopes and dreams that filled it when
Life's spring of glory met my view,
Are gone! And ne'er with joy or pain
That shrunken heart shall swell anew.

My heart is like a withered nut;
Once it was soft to every touch,
But now 'tis stern and closely shut; -
I would not have to plead with such.
Each light-toned voice once cleared my brow,
Each gentle breeze once shook the tree
Where hung the sun-lit fruit, which now
Lies cold, and stiff, and sad, like me!

My heart is like a withered nut -
It once was comely to the view;
But since misfortune's blast hath cut,
It hath a dark and mournful hue.
The freshness of its verdant youth
Nought to that fruit can now restore;
And my poor heart, I feel in truth,
Nor sun, nor smile shall light it more!


An Emblem Of Life

Oh! Life is like the summer rill, where weary daylight dies;
We long for morn to rise again, and blush along the skies:
For dull and dark that stream appears, whose waters in the day,
All glad, in conscious sunniness, went dancing on their way.
But when the glorious sun hath 'woke, and look'd upon the earth,
And over hill and dale there float the sounds of human mirth;
We sigh to see day hath not brought its perfect light to all,
For with the sunshine on those waves, the silent shadows fall.

Oh! like that changeful summer rill our years go gliding by,
Now bright with joy, now dark with tears, before youth's eager eye.
And thus we vainly pant for all the rich and golden glow,
Which young Hope, like an early sun, upon its course can throw,
Soon o'er our half illumined hearts the stealing shadows come,
And every thought that 'woke in light recelves its share of gloom;
And we weep while joys and sorrows both are fading from our view,
To find, wherever sunbeams fall, the shadow cometh too.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
7 juni 2024


Geplaatst in de categorie: idool

5.0 met 1 stemmen 62



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)