Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Kharg

Als je me bij mijn huidige naam noemt, doe ik er een gratis pot honing bij om de keel te smeren.
Voorheen heette ik `Kareek', naamgeving door de VOC, hetgeen goed te doen was, maar later moesten ze mij zo nodig omdopen in iets dat het strottenhoofd afknijpt alsof je gewurgd wordt.
In de tijd dat ik naamloos was, lag ik uitgestrekt als een voorwereldlijke zandbank die zich spiegelde aan het blauw met nergens een dissidente wolk en waren de lucht en ik een hechte twee-eenheid. Ik kijk op mijn vroege bestaan terug als een onbedorven eilandvlekje in de Perzische Golf omzoomd door wonderschoon koraal. De zinderende woestijnversie van Antarctica, maar in alle bescheidenheid wel een stukje kleiner.

But The Times They Are a-Changin.

Mensen leefden lange tijd harmonieus met mij samen. In mijn rotsen hebben de eerste bewoners hun ingevingen gekerfd. Later bouwden ze er een kerk en handelaren van de VOC hadden er een post genaamd `Fort Mosselstein'. De militie (bezetting) bestond, lach niet, uit 1 sergeant, 2 corporaals en 50 gemenen (soldaten), 1 constabelsmaat en 8 bosschieters (artilleristen). Van Batavia werd nog aangevoerd 5.000 pond buskruit en 6 kanonnen van 18 pond, bij gebrek aan affuiten gemonteerd op rolpaarden. Nog net niet goedaardig. Er werd Javaanse suiker en textiel verkocht, maar het bleek een blamage voor de Hollandse pretenties, want verre van winstgevend en misschien waren ze er wel blij mee dat de Perzen het fort en daarmee mij veroverden waarmee ik in een andere invloedssfeer belandde. De eerste tijd mocht ik delinquenten huisvesten. Die hebben van achter hun tralies kunnen genieten van de gazelles die nog altijd over mij rondzwerven. Veel bewegingsruimte hebben die ook niet, maar in vergelijking met de bajesklanten van weleer toch meer.

De grote ommekeer kwam toen ze buizen over me heen begonnen te leggen om hun smurrie doorheen te laten stromen. Aanvankelijk dacht ik dat het met een enkel orgelpijpje wel gedaan zou zijn, maar het dijde uit volgens het procedé van de suffe herhaling als was ik Gulliver die door de dwergen met steeds meer touwen in bedwang moest worden gehouden. Met de steeds minder zichtbare zon boven me werd ik voor het eerst in mijn bestaan gescheiden van de hemel. Talloze silo's begroeven zich in mijn opperhuid en het suist onophoudelijk in de leidingen. Immense schepen werpen schaduwen op mijn oevers, terwijl ze de verzamelde olie met doof makende herrie opslurpen. Zij mogen het goedje als een zegen beschouwen, ik vind het een gezwel. Van maagdelijke staat ging ik naar litteken.

Maar wellicht is mijn redding nabij, want ik lijk een kantelpunt te worden in hun geschiedenis.
Ze hebben de lont flink in het kruitvat gestoken en dat is linke soep bij al die licht ontvlambaarheid. De hemel wordt inmiddels verduisterd door stof en olie en de branden planten zich voort als hartelijke groetjes van Barad-dûr.
Het schijnt dat de antichrist is opgestaan, zoals hij door sommigen al wordt genoemd met zijn bedrieglijk engelachtig kuifje, maar eentje lijkt me wat weinig. Het zal toch wel om een plukje verlossers gaan? Als de lucht eenmaal is opgeklaard zal ik, bevrijd van mijn dwangbuis, die weer kunnen omarmen en terugkeren naar mijn oorspronkelijke staat, terwijl aan mijn voeten een overlevende Pers gemoedelijk de pootjes likt in gezelschap van de gazelles waarvan het aantal weer op het oude peil is: Het Paradijs.


Zie ook: https://www.apartefact.nl

Schrijver: Albert Goudberg, 23 maart 2026


Geplaatst in de categorie: milieu

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 17

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)