Inloggen
voeg je column toe

Columns

DE WACHTKAMER (2)

De wachtkamer (2)

Ik zit in de wachtkamer van de huisarts. Mijn afspraak loopt een klein half uur uit. Dat is op zichzelf geen schokkend nieuws. Bij een huisarts loopt het altijd een half uur uit. Als een huisarts een keer op tijd zou lopen, zou dat zo’n schok voor het zorgsysteem zijn dat de Inspectie Gezondheidszorg vermoedelijk direct een onderzoek instelt.

De wachtkamer zelf heeft de uitstraling van een plek waar de tijd in 1997 is blijven hangen. Er ligt een stapel tijdschriften waarvan de jongste editie gaat over de verkiezing van de mooiste BN’er van 2014. Niemand heeft er ooit in gelezen, maar iedereen bladert er zenuwachtig doorheen alsof er ergens tussen de advertenties voor gehoorapparaten een ontsnappingsroute staat.

Aan de muur hangt een poster over cholesterol. Daarop staat een man die eruitziet alsof hij al tien jaar dood is maar toch nog vrolijk naar een bord broccoli wijst.
Er zitten zes mensen in de wachtkamer.
Twee daarvan zijn bezig met dat typische wachtkamermopper dat ontstaat zodra een afspraak vijf minuten uitloopt.

“Het loopt hier altijd uit,” zegt een man tegenover mij met de toon van iemand die al veertig jaar systematisch door huisartsen wordt verraden.
“Ja,” zegt een vrouw naast hem, “maar er kwam ook een spoedgeval tussendoor.”
Dat woord , spoedgeval , heeft een fascinerende uitwerking op mensen in een wachtkamer. In theorie begrijpt iedereen dat spoed belangrijk is. In de praktijk vindt men het vooral vervelend dat de eigen afspraak daardoor opschuift.

De man tegenover mij knikt langzaam, maar op een manier die duidelijk maakt dat hij spoedgevallen alleen accepteert als ze zich buiten kantooruren voordoen.
Aan de andere kant van de kamer zit een vrouw die zichtbaar nerveus op haar telefoon kijkt.
“Mijn schoonheidsspecialiste,” zegt ze tegen niemand in het bijzonder, “daar heb ik om twaalf uur een afspraak.”
Niemand reageert.
Ze herhaalt het nog eens, nu iets nadrukkelijker.
“Dat wordt dus krap.”
Het blijft even stil.
Je voelt dat de andere wachtenden proberen te bepalen of een schoonheidsspecialiste onder medische noodsituaties valt.
Blijkbaar niet.

Naast mij zit een oudere vrouw die al twintig minuten naar de vloer kijkt.
“Nou hoop ik maar,” zegt ze plotseling, “dat ik thuis het gas heb uitgezet.”
Dat is het soort opmerking dat in een wachtkamer onmiddellijk een existentiële sfeer veroorzaakt.
Iedereen kijkt even op.
De man tegenover mij zegt: “Dat denk je toch altijd pas als je ergens zit te wachten.”
Alsof het gas een soort psychologisch mechanisme is dat alleen wordt geactiveerd in medische wachtruimtes.

De assistente komt naar buiten.
“Het loopt iets uit,” zegt ze. “Er is een nóg spoedgeval tussengekomen.”
Ze zegt het vriendelijk, maar met de vermoeidheid van iemand die deze zin vermoedelijk al sinds 2003 elk kwartier uitspreekt.

De man tegenover mij zucht.
De vrouw met de schoonheidsspecialiste kijkt naar haar agenda alsof ze zojuist haar carrière in de dermatologische cosmetica ziet instorten.
En de vrouw met het gas staart naar het plafond, waarschijnlijk in de hoop dat haar huis nog niet ontploft is.

Ik kijk naar de poster met de broccoli-man.
En ik denk: als er één plek is waar de mens in zijn zuiverste vorm te zien is, dan is het de wachtkamer van een huisarts.
Daar zitten we dan.
Ziek, nerveus, een beetje bang.
Maar vooral boos dat het een half uur uitloopt.

Schrijver: Kees
17 maart 2026


Geplaatst in de categorie: algemeen

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 17

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)