start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (104)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (9)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (18)
erotiek (2)
ex-liefde (2)
familie (8)
feest (6)
film (20)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (6)
geschiedenis (13)
geweld (4)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1118)
individu (6)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (8)
kunst (40)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (34)
literatuur (498)
maatschappij (73)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (22)
moraal (19)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (17)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (21)
partner (2)
pesten (5)
politiek (48)
psychologie (58)
rampen (7)
reizen (16)
religie (121)
schilderkunst (79)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (17)
taal (22)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (19)
vrouwen (11)
welzijn (13)
wereld (24)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (32)

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3264):

De geluksvogel, die 'Waltzing Matilda' schreef

(voor Banjo Paterson (1864 - 1941))

Je bent geboren als Andrew Barton (Banjo) Paterson op 17 februari 1864 op het landgoed 'Narrambla', nabij Orange, New South Wales, Australië. Jouw vader was Andrew Bogle Paterson, een Schotse immigrant uit Lanarkshire. Jouw moeder was Rose Isabella Barton, in Australië geboren. Jij was de oudste van zeven kinderen. Toen jouw oom, de politicus John Paterson in 1871 overleed, namen jullie zijn boerderij in Illalong over, dichtbij de hoofdroute tussen Melbourne en Sydney.

Je kreeg thuis les van een gouvernante en daarna in de bush-school in Binalong. Vanaf jouw tiende ging je naar de Sydney Grammar School. Je woonde bij jouw oma in Gladesville, in een huisje genaamd 'Rockend'. Op jouw 16-de ging je op een advocatenkantoor werken, met vestigingen in Sydney, Salway en Spanje. Dit juridische bedrijf werd door ene Herbert Salwey geleid. Vanaf 1885 publiceerde je gedichten in het literaire tijdschrift 'The Bulletin', wat startte op 31 januari 1880. Jouw vroegste schrijfwerk was een kritiek op de Engelse oorlog in Soedan, die ook door Australië werd uitgevoerd. Daarna publiceerde je onder het pseudoniem 'The Banjo', de naam van jouw favoriete paard. In 1886 werd je als advocaat toegelaten. In die jaren begon je ook een schrijfcarrière.

Naast bush-dichter was je auteur en journalist. Je schreef veel balladen en gedichten over het Australische leven, vooral over de landelijke gebieden en de outbackgebieden, waaronder de wijk rond Binalong, waar je een groot deel van jouw jeugd vertoefde. Je was o.a. bevriend met de belangrijke, Australische schrijvers E.J. Brady, Harry 'Breaker' Morant, Will H. Ogilvie en Henry Lawson. Met Lawson raakte je verwikkeld in een vriendelijke strijd over de allure van het bushleven, in gedichten met elkaar uitgevochten. Hoe eerzaam is dat! Tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika was je oorlogscorrespondent voor The Sydney Morning Herald en The Age. Jouw verhalen over Kimberley, Bloemfontein en Pretoria trokken de aandacht van de pers in Engeland.

In 1895 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'The Man from Snowy River and Other Verses'. In datzelfde jaar schreef je ook de bekendste bushballade van Australië 'Waltzing Matilda', wat als het onofficiële, nationale volkslied wordt gezien. Tijdens de Bokser-opstand, tussen 1899 en 1901 in China, was je ook een ter plaatse zijnde correspondent en ontmoette je de avonturier George Ernest Morrison, correspondent van The Times Peking. Op 8 april 1903 trouwde je met Alice Emily Walker in de Presbyteriaanse kerk van St Stephen in Tenterfield. Jullie woonden eerst in een huis in Queen Street in Woollahra. Jullie kregen twee kinderen, in 1904 Grace en in 1906 Hugh. In 1908 besloot je na een reis door Engeland met het schrijven te stoppen en ging je met jouw gezin op een landgoed van 16.000 hectare nabij Yass wonen.

In de Eerste Wereldoorlog was je ambulance-chauffeur voor het Australian Voluntary Hospital in Wimereux. Begin 1915 ging je naar Australië terug. Je reisde met paarden naar Afrika (Egypte) en China. In juli 1916 werd je als militair in Frankrijk verwond en vermist. Later ook als commandant van een eenheid in Caïro. In 1917 verscheen jouw derde dichtbundel 'Saltbush Bill, JP and Other Verses'. In april 1919 werd je als majoor uit het leger ontslagen. Jouw vrouw werkte voor het Rode Kruis en in jouw ambulance-eenheid. Op 5 februari 1941 ben je door een hartaanval overleden. Je werd 76 jaar en je bent in het Noordelijke voorsteden Crematorium in Sydney begraven, net als later jouw diepbeminde vrouw.

Schrijver: Joanan Rutgers, 27-02-2018



Geplaatst in de categorie: idool

Deze inzending is 63 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:28-02-2018
Bericht:Indeed, maar op hun verschrikkelijke dronken manier.

Naam:Bjarne
Datum:27-02-2018
Bericht:Is dat het liedje dat ook op het repertoire van de Pogues staat?


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)