start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (104)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (9)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (18)
erotiek (2)
ex-liefde (2)
familie (8)
feest (6)
film (20)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (6)
geschiedenis (13)
geweld (4)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1119)
individu (6)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (8)
kunst (40)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (34)
literatuur (498)
maatschappij (73)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (22)
moraal (19)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (17)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (21)
partner (2)
pesten (5)
politiek (48)
psychologie (58)
rampen (7)
reizen (16)
religie (121)
schilderkunst (79)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (17)
taal (22)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (19)
vrouwen (11)
welzijn (13)
wereld (24)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (32)

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3285):

De Nederlander, die Gustave Courbet portretteerde

(voor Johan Barthold Jongkind (1819 - 1891))

Je bent geboren op 3 juni 1819 in Lattrop, een kerkdorp in de Twentse gemeente Dinkelland, provincie Overijssel. Het dorp zou reeds in 804 door koning/keizer Karel de Grote aan de benedictijnse abdij Werden aan de Ruhr geschonken zijn. Een aanzienlijk deel van het bezit van deze abdij lag in het oosten en noorden van Nederland. Deze abdij is gesticht door de Friese missionaris en roomse bisschop Liudger (742 - 809), die het werk van de bij Dokkum vermoorde St. Bonifatius en de aartsbisschop/missionaris St. Clemens Willibrord heeft voltooid. Liudger schonk al zijn bezittingen aan dit klooster, waarschijnlijk ook de Codex Argenteus, afkomstig uit de zesde eeuw en in het Germaans geschreven, waarin delen van de Gotische Bijbelvertaling van de Visigotische bisschop Wulfila zijn overgeleverd, wat in Uppsala wordt bewaard. Wulfila geloofde niet in de goddelijke natuur van Jezus Christus, waardoor hij als een ketter werd beschouwd. Hij werd door zijn pleegzoon Auxentius vrijgepleit.

In 1820 verhuisde je naar Vlaardingen. Op jouw 15-de wilde jouw vader Gerrit Adrianus dat je notaris werd, maar jij wilde kunstschilder worden. Nadat jouw vader een paar jaar later overleed, ging je in 1837 naar de Tekenacademie van Den Haag. Jouw moeder was Willemyne Jacoba van der Burght. Jouw leermeester was Andreas Schelfhout, landschapsschilder/etser/lithograaf en een voorloper van de Haagse School. In 1846 ging je via een beurs van koning Willem II naar Parijs om van Eugène Isabey les te krijgen.

In Parijs ontmoette je de Nederlandse schilder Marinus Kuytenbrouwer, met wie je naar het atelier van François-Edouard Picot ging, die o.a. een leerling van Jean-Auguste-Dominique Ingres was. Je kreeg al gauw succes en de dichter Theodore Chassériau waardeerde jouw kunstwerken. In 1849 rukte Isabey jou uit de kroegen van Montmartre en bracht hij jou naar de frisse, Normandische kusten van Efretat, Fécamp en Honfleur. Daar werkte je samen met Isabey, de Belgische Eugène Smits en Eugene Boudin. Je was bevriend met Édouard Manet. Je bleef Nederland missen en het was Emmanuel Sano, die zich echt over jou ontfermde. Door diverse afwijzingen van jouw werk op exposities ging je naar Rotterdam.

Tot 1860 verbleef je in Klaaswaal en Overschie. In het dorp Klaaswaal logeerde je bij jouw zus in een pastorie. Je schilderde er kanaaltjes, oude straatjes, oneindige vlakten, wind en wolken. Jouw Franse schildersvrienden misten jouw gezelligheid en via een schilderijenverkoop wisten ze voldoende geld te verzamelen om jou naar Parijs terug te halen. Terug in Parijs ontmoette je Gustave Courbet en mocht je een portret van hem maken. Via jouw vriend Eugène Boudin kwam je in contact met de 22-jarige Claude Monet, die je overigens al kende vanuit jouw verblijf in Honfleur. Monet zag jou als zijn mentor, die hem het licht leerde componeren. Met Monet heb je op een ochtend de Notre-Dame geschilderd.

Je werd langzaamaan bekender, maar je had toch moeite om jezelf staande te houden en de galerieën waren niet meer op loopafstand van jouw stamkroeg. Je ontmoette de Luxemburgse tekenlerares Joséphine Fesser-Borrhee, met wie je tot jouw overlijden een liefdesrelatie had. Jullie gingen in Saint-Parize-le-Châtel wonen en jouw kunst bloeide op. Jullie gingen vaak naar Honfleur en Sainte-Adresse, waar jij jouw beroemde strandtaferelen schilderde. In het bijzijn van Boudin en Monet. In 1863 exposeerde je in de Salon des Refusés en werd je een alom gerespecteerde schilder.

Vanaf 1872 woonde je vooral in de Dauphiné. Je was verslaafd aan de plaatselijke cider, zeker wanneer Joséphine afwezig was. In 1875 was je bij de begrafenis van Camille Corot. Je zag eruit als een afgetakelde zwerver. In 1878 ging je in een huis in La Côte-Saint-André wonen, waarvan je nog mooie aquarellen maakte. Je was een vriendelijke, oude man en lief voor de kinderen, voor wie je een kwartetspel tekende.

Op 9 februari 1891 ben je na een beroerte en een gedeeltelijke verlamming in het verpleeghuis Soins Saint-Rambert overleden. Je werd 71 jaar en je bent in La Côte-Saint-André begraven. Joséphine overleed negen maanden later.

Schrijver: Joanan Rutgers, 23-03-2018



Geplaatst in de categorie: idool

Deze inzending is 29 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)