Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3720):

DE MENS EN ZIJN FABELDIEREN

Mythische wezens. Vermoedelijk wist de mens uit de prehistorie er al van. De mens uit later tijden stammend kent ze van plaatjes, uit sprookjes, uit sagen en legenden.
De vraag is hoe kan het dat je deze wereldwijd en in alle culturen tegenkomt. Vaak zijn deze wezens half mens, half dier. Neem om te beginnen de Griekse harpij, half vogel, half vrouw en dochter van een waternimf. Aanvankelijk een mooi wezen, maar later vertaald in een gemeen gedrocht, met name door de Griekse komedie schrijvers die een kokkin van haar maakten die met de geur van haar gerechten mannen lokte. Remedie: Je neus dichtknijpen. Later maakten zij een prostituée van haar. De stoïcijnen besloten haar wellustig te noemen. In Egypte daarentegen was de vogelmens het zinnebeeld voor de ziel. Zo zwalkte het verschijnsel door de eeuwen heen tussen goed en kwaad

Er waren echter veel meer van dit soort wezens, zoals: Faun de bosgod, half mens, half dier met bokkenpoten; soms goed, soms kwaad. De centaur; half mens half paard. De sfinx, half mens, half leeuw met de vleugels van een condor; wreed en onverbiddelijk, bekend bij Griek en Egyptenaar, hoewel daar als goedmoedige ‘waakhond’ met het hoofd van een man en laten we de Ierse en Schotse Selkies niet vergeten; mensachtigen met een zeehondenhuid die de mannelijke Selkies echter af konden werpen als ze aan land gingen om eenzame vissersvrouwen te verschalken, Indien vrouwelijke Selkies hun huid aflegden en deze dan gevonden werd door een van de mannelijke, dan moest de Selkie met hem trouwen.

De verscheidenheid is groot. Neem de Nephilim; een volk van Reuzen, uit het Joodse gedachtegoed. Dit waren kinderen van godenzonen en mensenvrouwen; een soort Titanen, gevallen engelen, of ruimtewezens, daarover zijn de meningen verdeeld.
In Mesopotamië kenden men Lammassu de stierman, een beschermende god.
India heeft Vinayaki; half vrouw, half olifant en godin van obstakels. Ze zou bij Ganesha horen; de mannelijke variant. Deze is beschermheilige van reizigers en god van kennis en wijsheid en neemt eveneens hindernissen weg.

De Griekse Sirene, verwant aan de Harpijen ontwikkelde zich in de loop der tijd tot half vis, half vrouw, oftewel zeemeermin. Zij en de Harpijen zongen zo liefelijk dat menig zeebonk hen niet kon weerstaan en in hun armen verdronk. De Romein Cicero bracht in omloop dat de meermin kennis bezat en dat het Griekse wijsgeren daarom te doen was. Later gaven de Romeinen de zeemeermin een dubbele staart om de tegenstrijdigheid van vrouwen weer te geven.

Vroege Christenen bonden zich niet vast aan een mast van hun schip, maar aan kruizen daarop om de Sirenen te weerstaan. Vanuit Alexandrië, waar vele culturen elkaar ontmoetten en bevruchtten, verspreidden zich talloze versies van verhalen. Zelfs in De Bijbel in Jesaja X111 vers 22 staat: ‘De Sirenen en de boze geesten zullen in Babylon rondhuppelen.’
Helaas bleek dit later een vertaalfout van het Hebreeuws. Er had struisvogel moeten staan!

De zeemeerman kwam al voor bij de Babyloniërs en de Soemeriërs als zijnde een zoetwatergod. Over de loop van het meerminnen bestaan valt veel te vertellen. Ze ontwikkelde zich heden ten dage tot een liefelijk schepsel met rode haren, zoals in de Walt Disneyfilm. Ooit won de mooie Israëlische zangeres Esther Ofarim een zilveren roos in de rol van zeemeermin op een onbewoond eiland. Tal van actrices waren haar voorgegaan. Vanwaar de fascinatie voor juist dit wezen?

Komt het doordat de mens ooit uit zee/water is ontstaan? Ligt dat zo diep opgeslagen in het collectief onder- of onbewuste? Dan zou dat ook voor de andere mens- en dierwezens kunnen opgaan.
De gezamenlijke herinneringen aan toen men nog één was met de natuur en men zelf vogel, bok of olifant was voor zijn gevoel, of zich daarmee onbewust identificeerde of eruit voortkwam. Zochten en zoeken mensen middels mythische wezens contact met hun bron van oorsprong? Hun angst voor de dood en het onbekende, de gevaren van de jacht? De holbewoner probeerde dit alles al te bezweren met afbeeldingen van dier en jager.

Aangezien de vrouw in de Middeleeuwen, maar ook in de vroege oudheid al bekend stond als een onbetrouwbaar wezen; een ‘zak vol drek’ werd genoemd door Odo; een abt van Cluny, is het aannemelijk dat de angst van de man voor penetratie, bloed en zwangerschap zich projecteerde op haar en op de zeemeermin. De vrouw gaf leven dus wellicht slorpte ze haar man wel leeg of verdween hij in haar binnenste! Laten we ook de heksenvervolgingen van de vrouw niet vergeten.

Het ‘zeewijf’ zoals ze ook wel werd genoemd, boezemde de zeelieden, vaak lang van huis, grote angst in. Als je bedenkt dat met name ontdekkingsreizigers, zoals Columbus uitheemse dieren ontmoetten op hun tochten, die zij niet thuis konden brengen is dat niet zo vreemd. Ook hijzelf beschreef een zeemeermin, als een vrouw, hoog uit de golven oprijzend, terwijl het vermoedelijk ging om een zogende zeekoe, maar de fantasie van de mens kent geen grenzen.

Vaak was er een tekenaar aan boord die ze afbeeldde. Ze werden als werkelijk bestaand ervaren door de mens in vroeger eeuwen. De mannen die in de 17e eeuw voor de VOC voeren, namen nooit eerder geziene wezens waar. Zo nam, gaat een verhaal, in 1712 een kunstenaar die op Ambon belandde een gevangen meermin in huis. Ze overleefde de tobbe niet waarin ze belandde. Na vijf dagen stierf ze. De bevindingen, ook eerdere, werden serieus op schrift vastgelegd en verschenen in encyclopedieën en platenboeken over de natuur, in de Middeleeuwen Bestiaria geheten.
Soms waren er getuigenverklaringen voor nodig als bewijs. Zo getuigde een zekere dominee Valentijn die met de VOC meevoer:
‘Een van de verwonderings-weerdigste zaken, hier in Amboina vallende, zijn de Zeemenschen, oftewel de Meir-mannen en Meir-Minnen, zoo die in ’t gemein genaamd werden.’
En: ‘Het hoofd was als dat van een Vrouw-mensch, hebbende zyne evematigheid van deelen, en van de oogen, neus en mond; dog de oogen, die zeer licht-blaeuw waren, vertoonden zig een weinig anders, als van een ander Mensch.’

Anno 2019 zijn er de warme dekenzakken voor groot en klein met vissenstaart voor bij de open haard. Er zijn zwemscholen, ook voor volwassenen om te leren zwemmen met een meerminnenstaart. Er zijn zwemfeestjes voor kleine meisje waarbij ze een staart aangemeten krijgen. De commercieel uitgedachte liefelijke meerminnen, wonnen het van alle boosaardigheid van weleer.

Menig dichter en kunstenaar werd geïnspireerd door hun verschijning. Met name de sage Ondine is daarvan een voorbeeld. Deze Germaanse zeenimf die graag een mens wilde zijn en een ziel hebben en daarom een kind van een menselijke man moest zien te krijgen, zette de Deen Hans Christian Andersen aan tot het schrijven van zijn sprookjes, waaronder De Kleine Zeemeermin. Veel kunstenaars werden bevangen door de meerminnen: Edward Eriksen, (beeld in Kopenhagen) John William Waterhouse, Herbert James Draper, beiden schilder. (bron: Mariette Haverman, hoofdredacteur Kunstschrift) Gustave Moreau, Paul Delvaux. De laatste werd in zijn jeugd op de kermis geraakt door de vrouwelijke anatomie van een wezen daar, (maar laten we vooral de dichters niet vergeten!

Jakob van Lennep (1872):
‘Zaagt ge immermeer, op d'Oceaan gevaren, Als de avondzon in 't koelend nat verzonk, De zeemeermin zich wieglen op de baren,
Wijl 't deinend goud haar groene vlecht doorblonk?’

Joanan Rutgers (2016):
‘Er zwemmen bloeddorstige kaaimannen en zeemeerminnen met zware boezems in de Goudse grachten en ze verdragen elkaar. In de Museumhaven heb ik gevreeën met een aardige zeemeermin. Ze ritste zo haar vissenstaart open. Het kan dus.’
En een sonnet met coda van de hand van de schrijver van deze beschouwing:

MEER MIN (Ierland 2001)

Oh, de wind en het stille, het wijde
En mijn vissenstaart die weer beweegt
Nu het zand van mijn huid is geveegd
En mijn haren weer glanzen als zijde

Oh, de golven, de meeuwen, de kliffen
En het schuimende, speelse gespat
Dat ik door alle pekel vergat
Maar zich toch in mijn ziel wist te griffen

Op het eiland van Groene Smaragd
Waar de wegen van De Weg verhalen
Kronkel ik naar de aard van de Ier

En hervind waar ik naar heb gesmacht
En ik vul er met oesters mijn schalen
En ik word er half mens en half dier

En vind terug wat verschrikkingen stalen

Anneke Haasnoot
Bron: Wikipedia en De Lokroep Van De Zeemeermin
Vic de Donder (1992)

Schrijver: Anneke Haasnoot, 20 okt. 2019
20 okt. 2019


Geplaatst in de categorie: literatuur

5,0 met 3 stemmen 64



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Monique Methorst
Datum:21 okt. 2019
Emailadres:moi636yahoo.com
Bericht:Mooie beschouwing, graag gelezen.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)