Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3732):

De markante, mystieke schilder van Blaricum

(voor Karel Albert Schmidt (1880 - 1920))

Je bent geboren op 13 oktober 1880 in Makassar, Indonesië. Je was een kunstschilder, schrijver, prediker, muzikant, helderziende en magnetiseur. Je moest van jouw vader de handel in, maar door jouw religieuze en sociale bewogenheid koos je voor het Leger des Heils, in 1878 opgericht door William Booth. In 1910 verliet jij het Leger des Heils, omdat je ruzie met jouw superieuren had. Dus werd jij een zelfstandige evangelist.
Je was een diep gelovig mens, maar zeker niet dogmatisch. Tot 1914 was jij een gedreven evangelist en daarna richtte jij jezelf op de esoterische schilderkunst.

Jij hield talloze preken, maar jouw vrije geloofsvisie stuitte ook op weerstand. Jouw preken op het strand van Zandvoort trokken aanzienlijk meer mensen dan de preken van de lokale predikant, die stinkend jaloers was. Er ontstond een vechtpartij tussen de vrije en de kerkse gelovigen. Jouw vrouw Johanna Schmidt-de Kruijf en jij werden in jullie huis in Zandvoort door anti-christelijke kerkmensen in elkaar geslagen. Jouw vrouw was zwanger en zij kreeg hierdoor een miskraam. Jij raakte drie dagen in coma. Je had ook een chronische longbeschadiging. Je gooide het roer om en ging naar Blaricum terug om jouw roeping als kunstschilder te volgen.

In jouw schilderijen wilde jij de spirituele, onzichtbare wereld weergeven. Jij wilde alleen nog het bovenaardse, het mystieke verbeelden, wat via goddelijke ingevingen tot stand kwam. Jij wilde de zieke, door dogma's verstarde maatschappij via jouw spirituele ervaringen genezen. Je schilderde menselijke aura's, reïncarnaties, visioenen, aardstralen, natuurwezens met energiestromen en Christus. Je wilde dat de mensen vanuit de geestelijke, onzichtbare wereld gingen leven. Je was een onverzettelijke non-conformist, die niets van de eigentijdse denkpatronen en kunststijlen moest hebben. Je verdiepte jezelf in de esoterie, de theosofie, het spiritisme en de vrijmetselarij, maar je gaf er wel een eigen invulling aan.

Je schilderde ook overleden zielen, karmische portretten, astrale lichamen, gevoelens en klanken. Met Piet Mondriaan had je grote meningsverschillen, dus dat botste meteen en Piet liep boos weg. Je was bevriend met de schilder Teun van Essen en met de schilder/tekenaar Herman Hana, die portretten van Carry van Bruggen maakte. Aan Teun schreef jij: 'Er wordt in de schilderkunst teveel gefotografeerd. En als de menschen wat ontworsteld zijn aan de dogmatiek op elk gebied, dan eerst kan men hen Christus brengen zooals Hij is, niet zooals de kerk en de menschen Hem mismaakt hebben.'
Jij stichtte de Smeden, een groep kunstenaars, die de kunst als een sociaal-maatschappelijk en spiritueel middel zag. De Smeden signeerden hun werk niet, omdat er hogere machten in werkzaam zijn.

Jij leek op de schilder-mysticus Janus de Winter, die ook paranormaal begaafd was. Janus kon telepathisch magnetiseren en in de astrale sferen zien. Hij deed samen met Frederik van Eeden spiritistische seances op Walden.
In 1917 kwam de naaldkunstenares Margaretha Verwey (1867 - 1947) in jouw leven. Margaretha was de jongere zus van de dichter Albert Verwey en zij had een sombere en eenzame kindertijd. Ze was drie jaar, toen haar moeder overleed en tien jaar, toen haar vader overleed. In 1917 had ze een naaldkunstzaak in de Nieuwe Spiegelstraat in Amsterdam. Haar halfzus Anna woonde in Blaricum en zij wees haar op jou. Jij had Anna namelijk op helderziende wijze in haar nood en levensmoeheid geholpen.

Margaretha had haar heil bij de scientisten, de spiritisten, de soefisten en de theosofen gezocht, maar niets baatte haar, totdat ze jou ontmoette. Ze raakte in de ban van jou en ze ging bij jou en jouw gezin inwonen. In de herfst van 1918 hielden de Smeden een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Margaretha had dit geregeld. Er hingen 245 werken, waarvan de helft van jou was. Na deze expositie liet Margeretha een groot atelier voor jou bouwen, genaamd 'De Smidse'. Dat was aan de Bierweg in Blaricum, die jij officieel veranderde in de Smedenweg.

Jij overleed op 17 oktober 1920 in Blaricum door de longbeschadiging van de mishandeling uit 1914. In zekere zin ben je dus vermoord, zij het op de lange termijn. Je werd 40 jaar en je bent in een naamloos graf in Blaricum begraven. Je zei al: 'Ga niet naar mijn graf, ik zal daar niet zijn'.

Margaretha bleef tot 1924 bij jouw vrouw en drie kinderen wonen. Zwaar gedesillusioneerd verliet zij Blaricum. De glorietijd van de Smeden was voorbij. Zij verhuisde met jouw vrouw en kinderen naar haar naaldkunstzaak in de Nieuwe Spiegelstraat. Met Johanna ging zij naar de lezingen van de predikant/theoloog Friedrich Rittelmeyer (1872 - 1938) van de Christengemeenschap, die met Rudolf Steiner heeft samengewerkt en die mede-oprichter van de Christengemeenschap is. Ze doken in de antroposofie en ze verhuisden naar Den Haag, waar jouw kinderen naar de Vrije School gingen. Dat jij een grote zielsverwant van de helderziende mysticus Rudolf Steiner bent, is onomstotelijk juist.

Schrijver: Joanan Rutgers, 1 nov. 2019
1 nov. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

4,5 met 2 stemmen 42



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:A. Steios
Datum: 1 nov. 2019
Bericht:wat zullen de schilderijen van de overleden zielen een rustige aanblik hebben geboden :)


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)