Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3800):

De zelfliefde schoot er bij in

(voor Eva Frankfurther (1930 - 1959))

Je bent geboren op 10 februari 1930 in Dahlem, Berlijn. Jouw Joodse ouders waren Henriette en Paul Frankfurther, een zakenman. Jouw moeder had economie gestudeerd. Als familie hielden jullie van muziek, literatuur en beeldende kunst. Jij was het derde en jongste kind. Tijdens de zwangerschap van jouw moeder leed zij aan kanker en zij is 18 maanden later overleden. In 1934 hertrouwde jouw vader met Nina, een zorgzame stiefmoeder. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog vluchtten jullie naar Engeland. Jij verbleef een jaar in een school in Haslemere. In december 1941 gingen jullie naar een huurflat in Belsize Park Gardens, Hampstead. Daarna werden jouw oudere zus Beate, geboren in oktober 1927, en jij naar Hertfordshire gebracht, waar jullie vier jaar bleven.

In 1946 ging jij naar de St. Martin's school of Art, waar Roland Vivian Pitchforth jouw leraar was. Jouw Joodse medeleerlingen waren Frank Auerbach en Leon Kossoff, die liever les van David Blomberg kregen. Jullie tutor was Bateson Mason. Je was al meteen een uitstekende portrettiste, met een warm gevoel voor de geportretteerden. Je was extreem raak in jouw weergaven. Jouw stijl werd losser en je begon te exposeren. Na de opleiding en in de zomer van 1951 ging je naar Italië, waar je pelgims, bedelaars en kinderen schilderde. In Amerika bezocht je Harlem, wat jouw voorkeur voor etnische minderheden aanwakkerde. Terug in Londen werkte je 's avonds met een afwasmachine in Lyons Corner House en schilderde je overdag. Je vond dit een ideale combinatie.

Je schilderde West-Indische, Ierse, Cypriotische, Pakistaanse en Afrikaanse immigranten. Je maakte veel tekeningen van jouw vriendin Catherine Jones en haar dochter Helen. Je had veel bewondering voor Rembrandt en zijn 'Twee Moren' hebben jou geïnspireerd. In 1952 verhuisde je naar een vochtige kelderwoning in Whitechapel, waar je tot 1958 bleef. Een inspecteur keurde jouw woonomgeving af, waarna je naar een andere kamer in hetzelfde huis vertrok. Deze sobere kamer was ook jouw atelier. Je vond het huis veel te schoon en burgerlijk. Van 1952 tot 1957 exposeerde je geregeld in de Whitechapel Art Gallery (East End Academy). Iedereen, die in East End woonde en/of werkte, mocht daar exposeren. Jouw werk kreeg al gauw veel bekijks. De kunstcriticus Mervyn Levy, een schoolvriend van Dylan Thomas, vond dat jij 'een opmerkelijk inzicht in het karakter en het lot van jouw medemensen' had.

Jij toont de grimmige strijd van de armen in hun dagelijkse bestaan. Net als jouw voorbeelden Vincent van Gogh en Käthe Kollwitz dat deden. Jij wist hun rijke zielen bloot te leggen. Je werkte uit het zicht van de massamedia en het grote publiek en zonder artistiek belangrijke connecties. Je verkocht de schilderijen in jouw atelier of je gaf ze weg aan familieleden, vrienden en modellen. In 1956 ging je in de suikerfabriek Tate & Lyle in Victoria Dock werken. Je ging de gespierde dokwerkers en stenendragers schilderen. In 1957 vertrok je uit Londen en ging je voor acht maanden naar het zonnige Israël. Je verbleef bij familie en vrienden en je verlangde naar privacy om te kunnen schilderen. Jouw expressionistische schilderstijl werd daar niet omarmd, omdat men het te somber vond.

In oktober 1958 was je terug in de Londense winterkou en in januari 1959 heb je zelfdoding gepleegd. Je was zwaar depressief en je leed aan een bipolaire stoornis. Je werd 28 jaar. Jouw zus Beate Planskoy werd een medisch geleerde en zij leeft nog.

Schrijver: Joanan Rutgers, 10 jan. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 26



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)