Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Blijf dansen, anders zijn we verloren!

(voor Pina Bausch (1940 - 2009))

Jij bent geboren als Philippine (Pina) Bausch op 27 juli 1940 in Solingen. Jouw ouders waren August en Anita Bausch. Zij waren de eigenaars van een restaurant met kamers, waar jij geboren bent. Jij was door de oorlogservaringen in Solingen getekend. Jij moest vaak ergens in de tuin voor de bommen schuilen. Op een keer viel er een bom op een deel van het huis, maar jullie bleven ongedeerd. Jij had een kleine rugzak met een erin, die eruit tuurde. Er werd met spullen geruild voor eten. Zo kregen jullie een schaap, wat een lammetje kreeg, die jouw ouders Pina noemden. Met Pasen verscheen dat lammetje gebraden op tafel. Dat schokte jou zo, dat je nooit meer lamsvlees hebt gegeten. In het restaurant van jouw ouders moest jij aardappelen schillen, de trap schoonmaken en de kamers schoonmaken. Als jong kind begon je in het restaurant met dansvoorstellingen. Je trad op voor de gasten en soms in hun kamers, terwijl zij iets anders probeerden te doen. Op jouw vijfde ging jij naar de kinderballetgroep.

In de achtertuin van het restaurant was een ronde dansvloer, gemaakt van beton, wat het begin van een tuinrestaurant was, wat er nooit gekomen is. Voor jou en de buurtkinderen was dat een paradijs met ineens prachtige bloemen en zure kersen, die jullie plukten en aten. Enkele oude banken dienden als trampoline's en er was een oude kas. Welzeker zijn daar jouw eerste producties begonnen. Jullie speelden o.a. een dierentuin met dieren en bezoekers en op de dansvloer deden jullie alsof jullie beroemde acteurs waren. Jij was dan meestal de Hongaarse actrice/danseres/zangeres Marika Karoline Rökk (1913 - 2004). Marika danste in de Moulin Rouge en in de Tweede Wereldoorlog was zij een populaire actrice, die drie keer met Johannes Heesters speelde. Jouw moeder vond dat acteren maar niks en als zij eraan kwam, dan verstopte iedereen zich. Bij een snoep- en chocoladefabriek in de buurt konden jullie alleen van de zoete geuren genieten, omdat jullie geen geld hadden. 's Avonds verstopte jij jezelf onder de gastentafels en zag en hoorde jij voor jou zeer spannende dingen, die jouw verbeelding stimuleerde. Je was altijd een stille toeschouwer.

Jij was 5 of 6 jaar, toen jij in jouw eerste, echte voorstelling een Moor speelde, die een sultan koelte toewuifde. In een operette speelde jij een huilende krantenjongen. Op jouw 12-de had jij schoenmaat 42 en jij was bang dat jouw voeten nog langer werden, zodat jij niet meer kon dansen. Jij bad: 'Lieve God, laat mijn voeten alsjeblieft niet meer groeien!'. Op jouw 12-de was jouw vader twee weken ziek en heb jij de pub gerund. Jij gaf de gasten bier en jij verzorgde hen. Jouw moeder verstopte zich achter de jassen in de kledingkast tijdens de onweersbuien en zij liep graag blootsvoets in de sneeuw. Zij hield ook van het klimmen in bomen. Jij voelde jezelf erg geliefd bij jouw ouders. Jij hoefde niets te bewijzen en zij gaven jou nooit een schuldgevoel. Jouw ouders vertrouwden jou en jij hen. Zij waren erg trots op jou, al zagen zij jou bijna nooit dansen. Jouw ouders erkenden jouw danstalent en op jouw 14-de ging jij naar de Folkwangschüle für Musik, Tanz und Sprechen in Essen, in 1927 opgericht door de operadirecteur Rudolf Schulz-Domburg, de stadiumontwerper Hein Heckroth en de choreograaf Kurt Jooss, van wie jij les kreeg.

Kurt Jooss werkte samen met de Joods-Duitse componist Fritz Cohen, die trouwde met een danseres van Kurt, Elsa Kahl. Kurt kreeg les van de ballerina Lyubov Yegorova, net als o.a. Zelda Fitzgerald en Lucia Joyce. In 1959 was jij afgestudeerd en in 1960 ging jij aan de Juilliard School op 130 Claremont Avenue in New York City studeren. Jouw leraren waren Antony Tudor, José Limón, Alfredo Corvino en Paul Taylor. Met Antony danste je al gauw bij de Metropolitan Opera Ballet Company en met Paul bij de New American Ballet. In 1960 liet Paul in Spoleto het nieuwe werk 'Tablet' in première gaan en deed jij mee. In New York danste jij ook bij de Dance Company van Paul Sanasardo en Donya Feuer, met wie jij in 1961 aan twee stukken werkte. In NYC vond jij jezelf en in 1962 werd jij soliste bij het nieuwe Folkwang-Ballett van Kurt Jooss. Jij assisteerde Kurt bij veel dansstukken. In 1968 choreografeerde jij jouw eerste dansstuk 'Fragmente', op muziek van Béla Bartók. In 1968 ging Kurt met pensioen en werd jij de artistiek directrice van het Folkwang-Ballett.

In 1973 werd jij de artistiek directrice van het Ballet van de Wuppertaler Opera, als het Tanztheater Wuppertal. Dit gezelschap heeft een groot repertoire aan originele stukken en treedt wereldwijd op. Jij trouwde met de decor- en kostuumontwerper Rolf Borzik, geboren op 29 juli 1944 in Poznan, Polen, met wie jij vanaf 1970 samenwoonde. Hij woonde in Detmold en Aerdenhout. Hij kreeg tekenles van Poppe de Maar in Haarlem en schilderles in Amsterdam en Parijs. Rolf overleed op 27 januari 1980 in Essen door leukemie. Hij werd 36 jaar. Hij heeft zeven jaar voor het Tanztheater Wuppertal met jou samengewerkt. Zijn ruimtes en kleding waren vernieuwend, poëtisch en zeer alledaags. Hij speelde steeds met water en aarde en zijn kostuums waren alledaags en ook elegant en weelderig. Rolf werd door Marion Cito en Peter Pabst vervangen.

In 1973 verscheen o.a. de dansopera van 'Iphigenia auf Tauris' van Christoph Willibald Gluck. In 1974 verscheen o.a. de dansopera van 'Orpheus und Eurydike', ook van Gluck. En in 1975 verscheen het vitalistische, geniale ballet 'Frühlingsopfer' van Igor Stravinsky, waarbij het podium met aarde was bedekt. In 1976 verscheen 'Die sieben Todsünden', in 1977 'Komm tanz mit Mir', jouw operette 'Renate zwerver aus' en 'Blaubart', en in 1978 o.a. jouw stuk 'Café Müller', waarin dansers struikelen en tegen tafels en stoelen botsen, geïnspireerd door het café van jouw vader in de Tweede Wereldoorlog en direct daarna, met muziek van Henry Purcell. In 1980 ontmoette jij de Chileense professor esthetiek en literatuur Ronald Kay, met wie jij in 1981 jullie zoon Rolf-Salomon kreeg, die nu de voorzitter van de Pina Bausch Stichting is, wat door hem is opgericht. Hij studeerde rechten in Bochum. In 1982 verschenen 'Walzer' en 'Nelken'. In 'Nelken' is een veld van 8000 anjers het speelterrein van een schijnbare puinhoop, doorbroken door mythische scènes. Een bijna naakte vrouw speelt er accordeon. Dit sublieme meesterwerk was een wereldwijd succes, inclusief de door velen uitgevoerde The Nelken Line, wat moeilijker is dan het lijkt, tenminste voor mij. In 1983 speelde jij de blinde prinses Lherimia in de film 'And the Ship Sails On' van Fellini.

Jij beïnvloedde o.a. David Bowie en Florence Welch. In 2001 speelde jij als danseres in de film 'Habla con ella' van Pedro Almodóvar. In 2006 verscheen er een documentaire over jou van Anne Linsel (1942, Wuppertal), waarin jij openhartig over jouw leven en werk spreekt. Jij had een heerlijk rustige, bedachtzame, innemende, wijze en troostrijke stem. Jij rookte en jij leek op Virginia Woolf. In 2009 begon jij met de regisseur Wim Wenders samen te werken voor een 3D-documentaire over jou. Jij overleed tijdens de voorbereiding. Jij overleed op 30 juni 2009 in Wuppertal door kanker. Jij werd 68 jaar en jij bent in het Evangelischer Friedhof in jouw geliefde Wuppertal begraven. In 2011 verscheen de documentaire 'Pina' (dance, dance, otherwise we are lost) van Wim Wenders. Jij werd ook o.a. geëerd door Dimitris Papaioannou, Alain Platel, Sibi Larbi Cherkaoui en Shantala Shivalingappa.

Schrijver: Joanan Rutgers
18 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 38



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)