Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Als lesbienne verwilderd en dodelijk vereenzaamd

(voor Anna Wickham (1883 - 1947))

Jij bent geboren als Edith Alice Mary Harper in 1883 op 5 The Ridgeway in Wimbledon, Londen. Op jouw zesde verhuisde jij naar Australië, waar jij in Queensland woonde, in Maryborough, Hughenden, Sydney en Brisbane. In 1893 ging jij met jouw moeder naar Brisbane om bij jouw vader te zijn, die daar piano's stemde en repareerde. Jullie woonden in het huis van de mislukte effectenmakelaar Thomas F. Groom en zijn gezin. Tijdens een rivieroverstroming gingen jullie bij de rijke John Fenwick en zijn gezin wonen. Dat was aan de Merivale Street nabij de St Mary's Catholic Church. Jij zag een overleden man uit het overstromingswater gehaald worden. De huizen dreven weg en botsten tegen Victoria Bridge, die de volgende dag ook weggespoeld was. De thuislozen werden in de St Mary's kerk opgevangen. Priester Francis Dorrigan deed ook reddingsacties. Op de bank in de bibliotheek van de familie Fenwick las jij voor het eerst 'Alice in Wonderland'. Drie weken later overstroomde de Brisbane River weer.

Jouw moeder werkte in de Woolloongabba School. Jij werd gestimuleerd door jouw lerares Engels Miss Story aan de Brisbane Normal School. Jouw vader toonde jouw gedichten aan de dichter James Brunton Stephens, die zei: 'Zij zal een dichteres zijn wanneer zij genoeg pijn heeft!'. Jullie woonden ook in Gowrie House op Wickham Terrace in Brisbane, waar jouw schrijversachternaam vandaan komt. In 1904 verliet jij Australië voorgoed. Jij schreef voor jouw vader, die jou steunde en naar een carrière in de kunsten dreef. Op jouw 21-ste, in 1904, ging jij naar Parijs, waar jij zangles van Jean De Reszke kreeg. Jean was een Poolse tenor/operaster, getrouwd met gravin Marie de Mailly-Nesle en dik bevriend met de sopraan Lady Nellie Melba. Claire Croiza en Bessie Abott waren ook leerlingen van hem. Bessie (1878 - 1919) was met de dichter/beeldhouwer Thomas Waldo Story getrouwd, die in 1915 overleed. In 1904 ging jij ook naar Londen terug, waar jij zanglessen volgde. Jij won een dramabeurs bij de Royal Academy of Dramatic Arts, opgericht op 25 april 1904 in de Haymarket op West End door Sir Herbert Beerbohm Tree, getrouwd met de actrice Helen Maud Holt, met wie hij drie dochters kreeg; de actrice/schrijfster Viola, Felicity en de dichters Iris, die rond 1916 door Modigliani briljant naakt geschilderd is.

In 1906 trouwde jij met de advocaat Patrick Hepburn, een liefhebber van romaanse architectuur en astronomie. Jullie kregen samen vier zonen; James, John, Richard en George. Jullie woonden in het centrum van Londen. Vanaf 1909 woonden jullie in de straat Downshire Hill in Hampstead. Op 6 Downshire Hill woonden de vertaalster Constance Clara Garnett, haar man, de schrijver Edward Garnett, en hun zoon, de schrijver David Garnett. Vanaf 1919 woonden jullie op Parliament Hill in Londen. Jij had contact met David Garnett, D. H. Lawrence en zijn vrouw, barones Frieda von Richthofen, en John Gawsworth. In de jaren 20 was jouw huis in Hampstead een literaire salon. In 1911 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Songs by John Oland'. Het pseudoniem is vernoemd naar de Jenolan Caves, kalksteengrotten met meer dan 40 kilometer doorgangen op meerdere niveaus. Patrick was bezitterig en hij steunde jouw schrijven en zangkunst niet. Sterker nog, hij was zelfs vijandig jegens jouw poëzie. Jullie maakten heftige ruzies en jij kreeg twee miskramen. Jij verbleef zes weken in een psychiatrisch ziekenhuis.

Gelukkig ontmoette jij de dichter Harold Edward Monro in zijn Poetry Bookshop op 35 Devonshire Street in Bloomsbury. Hij stimuleerde jouw schrijflust en in 1915 verscheen jouw tweede dichtbundel 'The Contemplative Quarry', in 1916 verscheen 'The Man with a Hammer' en koos jij voor de schrijfnaam Anna Wickham. In 1921 'The Little Old House', in 1926 'Thirty-Six Poems' en in 1936 'Anna Wickham: Richards' Shilling Selections from Edwardian Poets'. Verder schreef jij meer dan 1000 ongepubliceerde gedichten. Jij was een bohémienne pur sang en Louis Untermeyer noemde jou 'een prachtige zigeunerin'. Rayner Heppenstall schreef, dat jij bekend stond om de hoofden van de mensen af te bijten en dat jij probeerde om de borsten van andere vrouwen eraf te trekken. Jouw buurman in de jaren 30 George Orwell vond jou er woest uitzien. Jij had een seksuele affaire met de dichteres Hilda Doolittle en jij had een intieme relatie met de dichteres/schrijfster Eliot Bliss. In 1922 overleed jouw zoon Richard door roodvonk. Hij werd 4 jaar. Jij ging in Montparnasse, Parijs, wonen om te herstellen.

In Montparnasse werd jij smoorverliefd op Natalie Clifford Barney, die in Montparnasse een literaire salon had. De liefde was niet wederkerig, al correspondeerden jullie wel jarenlang met elkaar. Natalie had min of meer een vaste relatie met Romaine Brooks. In 1926 zijn Patrick en jij gescheiden, maar vlak voor zijn overlijden in 1929 waren jullie herenigd. Patrick overleed in 1929 tijdens een vakantie. Hij is per ongeluk verdronken. In 1935 verscheen jouw autobiografische essay 'Prelude to a Spring Clean'. In 1937 steunde jij Dylan Thomas en Caitlin Macnamara, die op 11 juli 1937 in Penzance waren getrouwd. Thomas noemde jou 'een grote, uitzinnige dichteres'. Na jouw steunbetuiging heb jij ruzie met Thomas en Caitlin gemaakt. Zij deden dan ook erg onbeleefd tegen jou. Jij bezocht de pubs in Charlotte Street en jij was een alcoholistische, getormenteerde, ongelukkige lesbienne. Jij raakte het levensspoor kwijt en jij wist niet meer wie jezelf was. Alsof je met lege handen eindigde. Van alle kanten staarde de eenzaamheid jou aan. Je was diep depressief. Hermetisch afgesloten door metersdikke muren. Alsof de dood jou voor was geweest.

In de winter van 1947 pleegde jij zelfdoding in jouw huis te Hampstead. Jij hebt jezelf in de rommelige, vervuilde keuken opgehangen. Jouw jongste zoon George heeft jou gevonden. Jij werd 63 jaar.


The Silence

When I meet you I greet you with a stare,
Like a poor shy child at a fair.
I will not let you love me - yet am I weak,
I Love you so intensely that I cannot speak,
When you are gone I stand apart,
And whisper to your imagine in my heart.


The Fired Pot

In our town, people live in rows.
The only irregular thing in a street is the steeple;
And where that points to, God only knows,
And not the poor disciplined people!


Anna Wickham

Schrijver: Joanan Rutgers
1 jul. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 42



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)