Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De genadevolle podiumgordijnen zelf gesloten

(voor Adrienne Monnier (1892 - 1955))

Jij bent geboren op 26 april 1892 in Parijs. Jouw vader was de postbode Clovis Monnier (1859 - 1944), die in de nachttreinen post sorteerde. Jouw moeder was Philiberte Sollier (1873 - 1944). Zij was ruimdenkend en dol op literatuur en kunst. Jouw jongere zus was Marie (1894 - 1976), die een bekende en bekwame illustratrice en borduurster was. Jullie gingen vaak met jullie moeder naar het theater, de opera en het ballet. Marie's echtgenoot was de schilder/prentmaker Paul-Emile Bécat. Marie maakte een illustratie bij het gedicht 'Les Chercheuses du poux' van Arthur Rimbaud en zij exposeerde in jouw boekhandel. Op jouw 17-de was jij klaar met de middelbare school en kreeg jij een brevet supérieur. In september 1909 ging jij naar Londen om jouw Engels te verbeteren, althans dat was de officiële reden, maar in wezen wilde jij dicht bij jouw klasgenote Suzanne Bonnierre zijn, want jij was stapelverliefd op haar.

Jij werkte drie maanden als au pair en daarna ging jij naar de badplaats Eastbourne, waar veel Victoriaanse hotels staan. Jij studeerde daar zes maanden Frans. De dichter/vertaler Francis William Bourdillon woonde in Eastbourne en hij was bevriend met Lady Audrey Boyle-Tennyson, de vrouw van Hallam Tennyson, de oudste zoon van Lord Alfred Tennyson. De kunstschilder/boekillustrator Eric William Ravilious is in Eastbourne opgegroeid. Zijn ouders hadden daar een antiekwinkel. Hj was zes jaar, toen jij daar was. Hij trouwde met de kunstenares Eileen Lucy Tirzah Garwood, met wie hij drie kinderen kreeg; John, James en Anne. Op 2 september 1942 overleed Eric door een vliegtuigongeluk bij IJsland. Hij werd 39 jaar en zijn lichaam is nooit gevonden. Eileen overleed op 27 maart 1951 door borstkanker, waar ze in 1942 voor was geopereerd. Zij werd 42 jaar. Aleister Crowley studeerde chemie aan het Eastbourne College aan Old Wish Road/Grange Road. In jouw boek 'Souvenirs de Londres' uit 1957 schrijf jij over jouw ervaringen in Engeland.

Terug in Frankrijk was jij korte tijd lerares op een privéschool en daarna leerde jij steno en typen. In 1912 werd jij secretaresse bij de uitgeverij Université Des Annales, die literaire en culturele boeken uitgaf. In november 1913 kreeg jouw vader een ernstig treinongeluk, waardoor hij de rest van zijn leven mank was. Zijn schadevergoeding van 10.000 frank gaf hij aan jou, zodat jij een boekhandel kon beginnen. Op 15 november 1915 opende jij jouw boekhandel en uitleenbibliotheek 'La Maison des Amis des Livres' op 7, rue de l'Odéon. Jij was één van de eerste vrouwen in Frankrijk, die zelfstandig een boekhandel begon en andere vrouwen vroegen jou om advies, omdat zij hetzelfde wilden doen. Sylvia Beach las in een tijdschrift in de Bibliothèque Nationale over jouw boekhandel, waarna ze jou bezocht. Jij was een mollige, blonde jongedame in een lange, volle rok en een nauwsluitende, fluwelen vest over een witte, zijden blouse. Je was grijs en wit, net als jouw boekhandel. Sylvia droeg een Spaanse mantel met hoed. Zo gaf jij ook advies en aanmoediging aan Sylvia Beach, die in 1919 haar beroemde boekhandel 'Shakespeare and Company' oprichtte, op 8, rue Dupuytren en vanaf 1921 op 12, rue de l'Odeon, tegenover jouw boekhandel. Sylvia werd jouw geliefde en jullie leefden 36 jaar samen. In 1922 publiceerde Sylvia de originele editie van 'Ulysses' van James Joyce. In 1929 publiceerde jij de eerste, Franse vertaling van 'Ulysses'.

Er waren geregeld lezingen van auteurs in jouw boekhandel, van o.a. Andre Gide, Paul Valéry, Paul Claudel, Pierre Reverdy, Léon-Paul Fargue en Jules Romains. André Breton, Louis Aragon en Guillaume Apollinaire kwamen er ook vaak. De jonge schrijvers woonden zo ongeveer in de boekwinkels van Sylvia en jou. In 1923 verscheen jouw boek 'Le Figure', in 1926 'Les Vertus' en in 1932 'Fableaux'. Van juni 1925 tot mei 1926 verscheen het literaire tijdschrift 'Le Navire d'Argent', door jou opgericht, met de hulp van Sylvia en met als redacteur Jean Prévost. Jean zat later in het verzet en hij werd op 1 augustus 1944 bij de Pont Charvin in Sassenage door de nazi's vermoord. Hij werd 43 jaar. Door 'Le Navire d'Argent' zijn de carrières van diverse auteurs begonnen. Ernest Hemingway werd er voor het eerst door aan de Fransen voorgesteld. De uitgave van maart 1926 was o.a. gewijd aan Walt Whitman, William Carlos Williams en E.E. Cummings. Jij publiceerde zelf onder de schuilnaam J-M Sollier, afgeleid van jouw moeder's meisjesachternaam. Een deel van 'Finnegans Wake' van James Joyce en een korte versie van 'L'Aviateur' van Antoine de Saint-Exupéry verscheen in het tijdschrift. Jij las de moeilijkste en meest esoterische boeken, zonder snobistisch te zijn. Jij zag het als jou plicht om de naakte vrouwen in alle, diverse cabarets van Parijs te zien, zei je slim humoristisch. In 1936 kwam de Joodse fotografe Gisèle Freund bij jou in het gedeelde appartement van Sylvia en jou wonen, terwijl Sylvia Amerika bezocht. Toen Sylvia terugkwam, beëindigde zij de intieme relatie met jou en bleef ze dik bevriend met Gisèle en jou. In 1941 vluchtte Gisèle naar Mexico en Argentinië.

Van januari 1938 tot mei 1940 verscheen jouw tijdschrift 'Gazette des Amis des Livres'. Jij huilde, toen de nazi's Parijs in kwamen. Tijdens de Duitse bezettingstijd bleef jouw boekwinkel open en Sylvia sloot haar boekwinkel, zij het noodgedwongen, want er kwam in 1941 een Duitse officier in haar winkel, die de eerste druk van 'Finnegans Wake' wilde kopen, maar Sylvia weigerde die aan hem te verkopen. De nazi-officier zei, dat hij de volgende dag alle boeken in de winkel zou komen halen. Die nacht heeft Sylvia met behulp van vrienden alle boeken verstopt. Sylvia werd opgepakt en samen met 200 andere, Amerikaanse vrouwen in het apenverblijf van de dierentuin opgesloten. Daar werden ze steeds met zaklampen beschenen. Na 10 dagen werd Sylvia naar een gevangenis gebracht, waar zij zes maanden werd vastgehouden. In jouw boekwinkel hingen er vele portretten van diverse schrijvers aan de muur, alsof zij familie van jou waren. Bij Sylvia was dat ook het geval. Er stonden vaak persoonlijke krabbels op. Sylvia woonde tot haar overlijden boven haar winkel. Er bestaat een gefilmd interview met de oude Sylvia, waarin zij o.a. spreekt over hoe zij Hemingway op een feest bij Ezra Pound voor het eerst ontmoette. Let op haar jong gebleven, uiterst kwieke stem. Wonderlijk hoe deze normaal uitziende theetante en kwebbelkous ooit de zo elegante, artistieke en appetijtelijke Sylvia was. Schoonheid gaat als een droom voorbij. So sad. In 1944 overleden jouw ouders. In 1946 kwam Gisèle Freund terug naar Frankrijk.

In 1955 ging jij als boekhandelaarster, vertaalster en essayiste verder. In september 1954 kreeg jij een slechte gezondheid en de diagnose ziekte van Ménière. Jij leed ook aan waanideeën. Jij was moe van het ondraaglijk lijden aan een ongeneeslijke, infectieuze reuma, waardoor er verlamming dreigde. Op 19 juni 1955 pleegde jij zelfdoding met een overdosis slaappillen in Parijs. Jij werd 63 jaar en het is niet bekend waar jij bent begraven. Sylvia schreef aan Hemingway: 'Ik ben Adrienne kwijt, het is hier erg triest zonder haar.'. Sylvia overleed op 5 oktober 1962 in Parijs. Zij werd 75 jaar en zij is in de Princeton Cemetery in Amerika begraven. Gisèle Freund overleed op 31 maart 2000 en zij werd 91 jaar. Zij is in de Cimetière du Montparnasse begraven, vlakbij haar atelier op 12, rue Lalande.

Schrijver: Joanan Rutgers
3 jul. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 35



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)