Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Psychisch nooit onder het puin vandaan gekomen

(voor Inge Müller (1925 - 1966))

Jij bent geboren als Ingeborg (Asge) Meyer op 13 maart 1925 in Berlijn. Jouw vader was afdelingshoofd van Ullstein-Verlag. Jouw wieg stond aan de Neue Bahnhofstrasse in Ostkreuz. In 1929 verhuisden jullie naar een appartement nabij station Lichtenberg. In jouw jeugd kreeg jij balletlessen en speelde jij accordeon. In de Tweede Wereldoorlog zat jij bij de Reichsarbeitsdienst in diverse steden in Stiermarken, Oostenrijk. De Reichsarbeitsdienst der weiblichen Jugend-RAD/wJ was vanaf 1939 de verplichte sectie voor jonge vrouwen. Men verbleef in arbeidsbarakken en iedereen kreeg een spade, een fiets en een paramilitair uniform. Men werkte 76 uur per week. Men leverde voedsel en munitie aan de frontlinietroepen, repareerde beschadigde wegen en landingsbanen, die men ook aanlegde. Men bouwde kustversterkingen, legde mijnenvelden, bemande vestingwerken en hielp vitale locaties en gevangen bewaken. En er werd aan luchtafweer en andere gevechten gedaan, ook al hadden ze geen gevechtervaring. Jij werd op een gegeven moment als Luftwaffe-assistente naar Berlijn gestuurd.

Tijdens een luchtaanval ben jij in april 1945 op jouw 20-ste onder een instortend huis terecht gekomen, samen met een zwarte herder. Pas na drie dagen ben jij gered. In 'Untern Schutt' heb jij over die dagen onder het puin liggen gedicht. Een paar dagen nadat jij gered bent, zocht jij naar jouw ouders onder hun ingestorte huis in Berlijn-Lichtenberg, het huis waarin jij in jouw jeugd ook gewoond had. Tijdens een luchtaanval waren jouw ouders vermoord en onder het puin bedolven. Jij hebt jouw ouders opgegraven. Zij lagen onder een verbrande deur in de kelder. Na de opgraving van jouw ouders zocht jij een kar, om hen naar een kerkhof te brengen. Terug bij jouw ouders zag jij dat iemand de vinger van jouw moeder eraf had gesneden, waar haar trouwring aan vast zat. Door deze schokkende ervaringen ben jij zwaar getraumatiseerd, wat jou de rest van jouw leven achtervolgde. Na de oorlog werkte jij als secretaresse bij de Solvay-fabriek, als Trümmerfrau (puinvrouw), als arbeidster bij Siemens, als journaliste en als correspondente.

Jouw eerste huwelijk was met jouw schoolvriend Kurt Lohse, met wie jij in 1946 de zoon Bernd kreeg. Dit huwelijk was van korte duur. In 1948 hertrouwde jij met Herbert Schwenker, die de directeur van het variététheater Friedrichstadtpalast op de Friedrichstrasse 107 in Berlijn-Mitte was. Later werd hij directeur van Zirkus (Carl) Busch. De communistische Herbert was ouder dan jou en jullie woonden aan de Lehnitzsee in Noord-Berlijn, waar jij een luxe leven leidde. Jouw buurman was de Joodse schrijver Friedrich Wolf, die jou als schrijfster hielp. Zijn vrouw Else Eva Dreibholz was bevriend met jou. Jij werd lid van de Socialistische Eenheidspartij van Duitsland en van 1953 tot 1959 woonde jij in Lehnitz, Oranienburg, waar je zorgeloos vertoefde. Friedrich Wolf overleed op 5 oktober 1953. In het najaar van 1953 ontmoette jij Heiner Müller, geboren op 9 januari 1929 in Eppendorf. Hij was schrijver/dichter/essayist/dramaturg/theaterregisseur en hij had een functie bij de Arbeitsgemeinschaft Junger Autoren. Van 1951 tot 1953 was hij met Rosemarie Fritzsche getrouwd. Jij ging met Heiner in een met jouw ex-man Herbert gedeeld appartement wonen. In 1954 ben jij met Heiner getrouwd.

Heiner werd lid van het Deutscher Schriftstellerverband, met de Joodse Anna Seghers (Reiling) als voorzitster. In 1955 verscheen jouw kinderboek 'Wölfchen Ungestüm'. In 1956 had jij een liefdesaffaire met de 16-jarige broer van Heiner Wolfgang Müller, wat mislukte en waardoor jouw relatie met Heiner sterk verslechterde. In 1958 het kinderboek 'Zehn Jungen und ein Fischerdorf'. In 1959 wonnen Heiner en jij de Heinrich Mann-prijs en verhuisden jullie naar Berlijn-Pankow. In 1961 kreeg jij de staatsonderscheiding Patriottische Orde van Verdienste in brons. In 1964 kreeg Heiner de Erich-Weinert-Medaille. Jullie werkten eerst als freelance schrijvers en jullie werkten samen aan radiodrama's en theaterstukken. Die samenwerking vervaagde al snel, want jij stond in zijn schaduw en hij vond jou meer een collega dan een gelijkwaardige partner. Samen met Heiner maakte jij de drama's 'Der Lohndrücker', 'Die Umsiedlerin', 'Die Korrektur', 'Klettwitzer Bericht' en 'Unterwegs'. Heiner werd uit de DDR-auteursbond gezet, wat jullie relatie nog meer onder druk zette. Jij werd getergd door depressies en psychosomatische problemen en jij probeerde meerdere keren zelfdoding te plegen, met pillen, gas en het doorsnijden van jouw polsen. Jij was afhankelijk van alcohol en jouw leven was een heroïsche strijd tegen de wens om jezelf te willen doden.

Jij was vooral een dichteres, die bijna 300 gedichten schreef. Jouw meeste gedichten verschenen in de bloemlezing 'In diesem besseren Land'. Jij maakte het radiodrama 'Die Weiberbrigade' en jij bewerkte 'Auf dem Wege' van Wiktor Rosow. Jouw roman 'Ich Jona' bleef fragmentarisch. Op 1 juni 1966 pleegde jij zelfdoding in jouw appartement op de Kissingenplatz 12 door een overdosis medicijnen en giftig gas te nemen. Jij werd 41 jaar en jij bent in de Friedhof Pankow III in Berlijn begraven. Met de hoofdingang op Am Bürgerpark 24 en een andere ingang op de Hermann Hesse Strasse 103. Aufbau Verlag publiceerde nog de dichtbundel 'Wenn ich schon sterben muss' van jou, maar dat mocht voor jouw roem niet baten, want zelfdoding paste niet in het literaire beeld van de Oost-Duitse politiek en Heiner begon ook nog eens het alleenrecht van jullie samenwerkingen op te eisen. In 1985 verscheen er een publicatie van jouw werken in de serie Poesie-album van Bernd Jentzsch, ook 'Wenn ich schon sterben muss' getiteld. Heiner hertrouwde in 1967 met de regisseuse/schrijfster Ginka Tscholakowa en in 1992 met de filmmaakster/fotografe Brigitte Maria Mayer (1965, Regensburg), van wie in 2015 de film 'Jesus Cries' verscheen. Heiner overleed op 30 december 1995 in Berlijn door keelkanker. In 2002 publiceerde Ines Geipel (1960, Dresden) jouw biografie 'Dann fiel auf einmal der Himmel um' en in 2005 publiceerde Sonja Hitzinger jouw biografie 'Das Leben fängt heute an'. In 2002 publiceerde Sonja ook 'Dass ich nicht ersticke am Leisesein' bij Aufbau Verlag, een samenstelling van jouw poëzie.


Wenn ich schon sterben muss

Will ich noch einmal
Mit euch durch den Wald gehen
Und vorbei am See in Lehnitz oder
Irgendwo; noch einmal möcht ich sehn:
Himmel
Berge
Meer
Arbeiter und Landstreicher
Äcker und Grossbauplätze
Städte am Morgen und bei Nacht
Den alten Chinesen, der das ABC lernt und das Schreiben
An der Hand seines Enkels
Vom Flugzeug aus sehn: die Haut der Welt...
Da werd ich viel zu glücklich sein
Zum sterben.


Inge Müller

Schrijver: Joanan Rutgers
2 aug. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 32



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)