Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De terugslag van de overleefde hel

(voor Edith Bán Rott (1905 - 1966))

Jij bent geboren op 21 november 1905 in Boedapest. Jouw ouders waren de Joodse Friges en Melitta Rott en jij was de jongste van hun vier dochters. Jouw zussen waren Alice Kelemen, geboren op 1 juli 1898, Maria (Miczi) Bedo, geboren op 17 mei 1903, en Sari Rott. Jouw vader was in 1874 geboren. Jouw moeder was in 1876 geboren en rond 1919 overleden. Jij studeerde aan de Hongaarse Universiteit voor Beeldende Kunsten aan de Andrássyboulevard 69-71 in Boedapest, opgericht in 1871, met de schilder Gusztáv Keleti als de eerste directeur. De Hongaarse Opera staat ook aan die boulevard. Ödön Vaszko (1896 - 1945) ging ook naar de kunstacademie in Boedapest. Hij was getrouwd met de schilderes Alice Burchard-Bélaváry (1901 - 1972) en hij was verbonden met János Vaszary, de leraar van Alice. De ouders van Alice István Burchard-Bélaváry en Enrica Coppini waren ook schilders. Ödön belandde in een kliniekin Boedapest, waar hij op 5 januari 1945 zelfdoding pleegde.

Jij studeerde ook aan de kunstacademie in Düsseldorf. Daarna werd jij beeldhouwster in Hongarije. Dat was in de tijd voor de Tweede Wereldoorlog, toen jij met Tivadar Bán trouwde. Tivadar was geboren op 24 mei 1900. In oktober 1944 moest jij samen met duizenden andere, Joodse vrouwen in Hongarije dwangarbeid verrichten. Jij woonde in Júlia Hegedhs in Markó utca 7 te Boedapest, op de vierde verdieping en naast Erna Rezsone Bartha, waar jij Erna's zus Ágnes Rezsone Bartha ontmoette, die jouw goede vriendin werd. Ágnes was 17 jaar jonger dan jou. Jullie moesten gepantserde loopgraven rondom Boedapest graven, tegen de Russische soldaten. Daarna moesten jullie naar Oostenrijk lopen, slapend in de regen en de sneeuw. Vanuit Zürndorf werden jullie door de SS in veewagens vervoerd. Soms kregen jullie een beetje water en een stuk brood. Eenmaal in het concentratiekamp Ravensbrück zaten jullie eerst in een tent met nat stro op de vloer en verder niets. Jij probeerde zelfdoding te plegen en daarna zag jij er erg slecht uit, met een opgedroogde huid en een grijs en geel gezicht. De SS-ers pakten al jullie kleren en bagage af en zij gaven jullie zomerjurken of niets. Jij wist jouw skischoenen te behouden. Jullie werden door de duivelse SS-vrouwen met knuppels geslagen, vertrapt en vernederd. Soms moesten jullie ijzeren balken wegslepen, puur om door de inspanningen vernietigd te worden.

Op 20 oktober 1944 was jouw vader in Boedapest overleden. Dat heb jij destijds waarschijnlijk niet geweten. In Ravensbrück was de SS-Hauptsturmführer Fritz Suhren de kampcommandant. Fritz liet de vrouwelijke gevangenen zo hard mogelijk werken en hij gaf hen zo weinig mogelijk eten om hen te laten creperen. Op 12 juni 1950 is Fritz in Baden-Baden opgehangen/vermoord en hij werd 42 jaar. De lagerdirektor van Ravensbrück was de SS-Obersturmführer Johann Schwarzhuber. Op 3 mei 1947 is Johann geëxecuteerd/vermoord en hij werd 42 jaar. Er waren ook ruim 150 vrouwelijke SS-bewakers/Aufseherinnen, zoals de hoofdbewaakster van december 1944 tot april 1945 Luise Brunner, gevreesd voor haar wreedheid, Wilhelmine Pielen, Greta Mueller-Bösel en Dorothea Binz. Dorothea werd op 2 mei 1947 in de gevangenis van Hamelen opgehangen/vermoord. Zij werd 27 jaar. Greta werd daar op 3 mei 1947 geëxecuteerd/vermoord. Zij werd 38 jaar. Het kamp was overvol en de sanitaire voorzieningen en voedselleveringen waren extreem schaars. Door een gebrek aan kleding en verwarming zijn er veel mensen doodgevroren. Of de SS-vrouwen goten ijskoud water over de naakte mensen in de kou, waardoor er ook mensen overleden. Vanaf begin 1945 werden er in Ravensbrück dagelijks zo'n 50 mensen op zeer wrede wijze vermoord.

Jij raakte bevriend met de schrijver Franz Friedel, die jou redde met het geven van zijn soep. In de soep zaten wormen, maar jij had veel honger. Op 6 december 1944 werd jij naar de Daimler-Benz autofabriek in Genshagen/Ludwigsfelde gestuurd, waar jij één van de 1100 vrouwen was, die gedwongen werden om vliegtuigmotoren voor de Luftwaffe te maken. Jullie werden in het concentratiekamp Deutschlandhalle gevangen gehouden. Begin 1945 bombardeerden de Amerikanen de 'autofabriek'. Tegen het einde van de oorlog werd jij weer naar Ravensbrück gestuurd en moest jij mee met een dodenmars. Op 30 april 1945 wist jij samen met Ágnes in Strasen bij Wesenberg te ontsnappen. Op weg naar Berlijn zijn Ágnes en jij na zoveel ellende ook nog door eerloze, walgelijke, machtswellustige Sovjetsoldaten verkracht. Via Berlijn, Praag en Bratislava gingen jullie naar Boedapest terug, waar jullie op 1 juli 1945 arriveerden. Jij maakte 30 gouacheschetsen over jouw concentratiekampervaringen, getiteld 'Deportatie', die jij op 22 september 1945 in Boedapest exposeerde.

Na de scheiding van Tivadar Bán hertrouwde jij met Sandor Kiss, met wie jij naar het Westen verhuisde. Kort na jullie vertrek, in juli 1948, werden er vier grote, stenen reliëfs van de deportatie, die jij maakte, in de buitenmuur van de Újpest Synagoge in de Attila József Straat geplaatst; een Hongaarse politie-agent die Joden naar veewagens leidt, een bewaker van de Hongaars-nationalistische Pijl Kruis Partij die een arbeidsgroep in de gaten houdt, een nazi-bewaker die Joden in de gaskamers bewaakt en soldaten van het Rode Leger die door de Joden in Boedapest worden verwelkomd. Gezien jouw verkrachting zul je die laatste met gemengde gevoelens hebben gemaakt. Naast de Újpest Synagoge is een gedenkteken, een muur met alle namen van de 17.000 Joodse Újpest-inwoners, die Holocaust-slachtoffers waren. En jij maakte meerdere kunstwerken over jouw deportatie-verleden. Jij woonde in Zwitserland, Casablanca en Londen. Na het overlijden van jouw man Sandor heb jij in de nacht van 26 op 27 oktober 1966 zelfdoding gepleegd. Dat gebeurde in een Parijse hotelkamer. Jij werd 60 jaar.

In 1992 herontdekte Dr. Helmuth Julius Bauer (1943, Ulm an der Donau) in Londen jouw 30 Deportatie-gouaches en werden ze tentoongesteld, in Berlijn, Potsdam, Parijs, Boedapest (Bálint Ház, Joods Museum en Holocaust Museum) en Ravensbrück. Helmuth is de auteur van 'Innere Bilder wird man nicht los. Die Frauen im KZ-Aussenlager Daimler-Benz Genshagen' uit 2010. 704 bladzijden.

Schrijver: Joanan Rutgers
3 aug. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 32



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)