Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De tedere, blote voetstappen van een Russische schrijfster

(voor Adelaide Gertsyk (1874 - 1925))

Jij bent geboren als Adelaide Kazimirovna Gertsyk op 16 februari 1874 in Alexandrov. Jouw ouders waren Sofia Maximilianovna Tidebel en Kasimir Antonovich Lubny-Gertsyk. Jouw vader kwam uit een verarmde, Pools-Litouwse, adellijke familie en hij was spoorwegingenieur. Hij leidde de aanleg van de Moskou-Jaroslavl-lijn. Jouw oom Joseph bouwde de Baranov-fabriek in Karabanovo. Jouw tante Elena was met de kunstschilder Lev Lagorio getrouwd, een leerling van Ivan Aivazovski, die met de gouvernante Julia Graves getrouwd was, met wie hij vier grappige dochters kreeg; Elena, Maria, Alexandra en Joanne. Na de scheiding hertrouwde Ivan met de 40 jaar jongere, Armeense weduwe Anna Burnazian. Jouw moeder was van Duits-Zwitserse afkomst en jullie waren Luthers. Jouw jongere zus was Eugenia Gertsyk, geboren op 30 september 1878 in Alexandrov en net als jou een zeer knappe verschijning. Zij was vertaalster en literair onderlegd.

Jullie moeder overleed in 1880, waarna jullie vader met Eugenia Vokach hertrouwde. In 1885 werd jullie halfbroer Vladimir geboren. Jullie woonden ook in Moskou, Sebastopol en Joeriev-Polski. Als kinderen kregen jullie een brede opleiding van leraren en gouvernantes, zoals het leren van vijf talen. Jullie reisden door Europa om diverse culturen te ervaren. Jij ging naar de Moscow Nobles Boarding School, waar de dichter M.A. Carlin bij jou de passie voor schrijven deed ontwikkelen. Na jouw afstuderen aan het Moskouse Vrouwengymnasium ging jij zelf literatuur, kunstgeschiedenis en filosofie studeren. Jij doceerde Russische folklore op een school in Tsarskoe Selo en op het landgoed van jouw familie op de Krim. In 1899 begon jij vertalingen te publiceren, o.a. van Alfred de Musset, Selma Lagerlöf, Friedrich Nietzsche en John Ruskin. Je maakte ook samen met jouw zus Eugenia vertalingen van de filosoof/dichter Jean-Marie Guyau, Immanuel Kant en Friedrich Nietzsche. Jij kreeg een liefdesrelatie met de veel oudere, getrouwde advocaat/dichter Alexander Bobrychev-Pushkin. Door deze relatie raakte jij geïnspireerd om poëzie te schrijven en het beïnvloedde jouw latere werken.

Alexander overleed plotseling in 1903 en door de schok verloor jij gedeeltelijk jouw gehoor. Vanaf 1905 was jij medewerkster van het tijdschrift 'Libra' en publiceerde jij recensies over nieuwe boeken, waarbij jij het pseudoniem V. Syrin gebruikte. Jouw essay 'Uit de Wereld van de Kinderspelen' uit 1906 kreeg veel applaus. In 1906 debuteerde jij met jouw gedichten 'Golden Key' in de symbolistenalmanak 'Flower Garden of First Ashes'. Je werd volop geprezen, o.a. door Konstantin Balmont, Valery Bryusov, Vyacheslav Ivanov en Maximiliaan Voloshin. In de zomer van 1908 was jij tot 1 oktober op het familielandgoed in Sudak. Jouw gasten daar waren de dichter/toneelschrijver Vyacheslav Ivanov, Anna Mintolova en Dmitry Zhukovsky, de uitgever van het symbolistische tijdschrift 'Novyi Put' (Het Nieuwe Pad) en de jongere broer van Alexander Zhukovsky, de eigenaar van het landgoed Kanashovo. In Sudak is het 7-de eeuwse, Genuese fort, gebouwd door de Byzantijnen of Khazaren, met als oudste toren de Maagdentoren. Vanaf 1911 was jij ook bevriend met Marina Tsvetajeva, die jou onweerstaanbaar vond en schreef: 'We werden de meest gepassioneerde vriendinnen!'.

In januari 1909 trouwde jij in Parijs met de Russische aristocraat/weldoener Dmitry Zhukovsky, een bioloog/uitgever en vertaler van filosofische literatuur. Jouw vriend, de dichter Maximiliaan Voloshin, was de beste man. In augustus 1909 werd jullie zoon Daniyl geboren. In 1910 verscheen jouw succesvolle bundel 'Gedichten' en in 1911 jouw autobiografische novelle 'Over dat wat nooit was' in het tijdschrift 'Russian Thought'. Van 1910 tot 1917 publiceerde jij in de tijdschriften 'Noordelijke Noten' en 'Almanak van de Muzen'. Jij organiseerde literaire salons en de theoloog/filosoof/priester Sergej Boelgakov werd jouw vriend. In 1913 werd jouw zoon Nikita geboren en verscheen de novelle 'Mijn Liefdes'. In 1915 verscheen de novelle 'Mijn Omzwervingen'. Van 1914 tot 1923 woonden jullie op de Krim, eerst in het door jouw vader in 1880 gebouwde huis. Vanaf 1916 woonden jullie in het in Sudak gebouwde huis. Jullie organiseerden salons met de oude vrienden uit Moskou en met o.a. de actrice Lyndmila Erarskaya, de minnares/muze van de dichteres Sophia Parnok, die er ook was. Zij woonden ook in Sudak. En met de componist Alexander Spendiaryan, Polyxena Soloyova, haar partner Natalia Manaseina, en Natalia's man Mikhail, de kunstenares/schrijfster/antroposofe Margarita Sabashnikova, die samen met anderen de koepel van het Eerste Goetheanum in Dornach schilderde. Ze schilderde ook het silhouet van het Tweede Goetheanum en ze deed aan euritmie. Haar man was Maximiliaan Voloshin.

In 1920 arriveerde de Rode Terreur op de Krim en werden de salons verboden. Jullie leden honger, wat nauwelijks overleefd werd, en in januari 1921 werd jij gearresteerd. Jij zat drie weken in een gevangenis in Sudak, terwijl jij daar de gedichtencyclus 'De Kelder' schreef. Later maakte jij van sommige gedichten essays, over de grens tussen leven en overlijden, waarin de mensen hun aardse genoegens achterlaten en de waarheid zoeken. In 1924 werden de gezinswoningen in Sudak genationaliseerd. Jij en jouw zonen leefden in bittere armoede en jij kon geen uitgevers vinden. Jullie moesten een enkel paar schoenen delen. Jullie probeerden naar Frankrijk te gaan, wat mislukte. Op 25 juni 1925 kreeg jij een acute aanval van nefritis en overleed jij in een ziekenhuis in Sudak. Jij werd 51 jaar en jij bent in de begraafplaats in Sudak begraven. In de jaren 80 is die begraafplaats verwoest en is de plek van jouw graf verdwenen.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
11 nov. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 33



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)