Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3773):

Zelfs jouw abstracte kunst kon de depressie niet dempen

(voor Jessica Dismorr (1885 - 1939))

Je bent geboren als Jessica Stewart Dismorr op 3 maart 1885 in Gravesend, Kent, met als oudste gebouw Milton Chantry uit 1322, gebouwd door Aymer de Valence, 2de graaf van Pembroke. Het was de kapel van een ziekenhuis voor melaatsen. Pocahontas/Rebecca Rolfe (1596 - 1617), de dochter van het Indiaanse opperhoofd van de Powhatan-stam Wahunsenacawh, is in de St. George's Church begraven. Jouw ouders waren Mary Ann Clowes en John Stewart Dismorr. Je was de vierde van vijf dochters. Jouw vader was een rijke zakenman met vastgoedbelangen in Canada, Australië en Zuid-Afrika. In de jaren negentig verhuisden jullie naar Hampstead, waar je aan het Kingsley College studeerde. Jouw moeder was lange tijden in slechte gezondheid. Je reisde veel door Europa en van 1902 tot 1903 zat je op de Slade School of Art.

In 1904 kreeg je les van de schilder Max Bohm, in zijn huis in de kunstenaarskolonie in Étaples. Daar schilderde ook o.a. Elisabeth Nourse, Walter Gay, Robert Reid, Homer Dodge Martin, John Noble, William Edouard Scott, Rupert Bunny, Frances Hodgkins, Grace Joel en Henry Ossowa Tanner, die met de operazangeres Jessie Olsson was getrouwd. Hun zoon was Jesse. Van 1910 tot 1913 studeerde jij 's ochtends aan de Académie de la Palette op 18 Rue du Val-de-Grace. Jouw leraren waren Jean Metzinger en John Duncan Fergusson. Metzinger gaf ook les aan Marc Chagall, Nadezhda Udaltsova, Lyubov Popova, Serge Charchoune en Varvara Stepanova. In Parijs deelde jij een atelier met Marguerite Thompson. In oktober 1912 exposeerde jij bij de Allied Artists Association en de Stafford Gallery in Londen en van 1912 tot 1914 in de Salon d'Automne in Parijs. Je was beïnvloed door het fauvisme.

In 1913 ontmoette jij de schrijver/schilder Wyndham Lewis en in 1914 werd je lid van het Rebel Art Centre. Je had een atelier in Kings Road, Chelsea, en je ging geregeld naar Frankrijk. Je publiceerde in het Vorticistische, literaire tijdschrift 'Blast'. Helen Saunders was het andere, vrouwelijke lid van de vorticisten, al was Kate Lechmere in feite ook van de partij. Helen en jij waren gewillige marionetten van Wyndham. Zo heb jij een keer op verzoek van Wyndham in Oxford Street een striptease-show gegeven. Je had overigens geen sexuele relatie met hem en de vriendschap eindigde, omdat hij het door jou geleende geld niet wilde terugbetalen. In de Eerste Wereldoorlog was jij een verpleegster in Frankrijk en een tweetalige veldofficier bij het American Friends Service Committee, opgericht door de Quakers. In 1947 won de AFSC de Nobelprijs voor de Vrede, samen met de Friends Service Council.

Na de oorlog was je een centrale figuur binnen de Londense avant-garde beweging. Je was bevriend met T.S. Eliot en Ezra Pound en jouw poëzie en illustraties werden her en der gepubliceerd. In 1919 publiceerde je gedichten in 'The Little Review', opgericht door Margaret Caroline Anderson. De geliefde van Margaret, de uitgeefster Jane Heap, was de mede-redactrice, die een vooruitstrevend stempel op het blad drukte. In Margaret's memoires 'The Unknowable Gurdjieff' beschrijft ze haar ervaringen met de mysticus en spiritueel leraar George Ivanovitsj Gurdjieff en zijn leer. De dichter/literair criticus Yvor Winters schreef een zeer kritisch artikel over jouw poëzie, waardoor je pas in de jaren dertig weer poëzie publiceerde. Yvor was getrouwd met de dichteres/romanschrijfster Janet Lewis. In 1920 kreeg jij een zenuwinzinking en tot 1924 reisde jij weer door Europa.

In 1925 was jouw eerste solo-expositie in de Mayor Gallery in Londen. In 1926 overleden jouw moeder en jouw zus Blanche. In 1927 was je psychisch ziek en depressief. Je maakte een serie portretten van dichters, zoals Dylan Thomas, Cecil Day-Lewis en William Empson. Je maakte diverse pointillistische portretten van jouw moeder en van jouw vriendinnen, zoals van de modernistische aquarelliste Catherine Dawson Giles, met wie je in Londen jarenlang samenwoonde. Tenslotte schilderde je volkomen abstract. Op 29 augustus 1939 pleegde jij zelfdoding door jezelf in Londen op te hangen. Jouw psychische aandoeningen werden jou teveel en onverteerbaar. Je zag geen andere uitweg meer en je zat gevangen in de fuik van suïcidale eenzaamheid en hoogst pijnlijke isolatie. Men meed jou als een geestelijke melaatse of pestlijder. Je verdronk en je had geen mes om de fuik open te snijden, noch de kracht om de fuik open te scheuren. Je werd 54 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers, 12 dec. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 32



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)