Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3929):

Een prooi van valse psychiaters, die satanische massamoordenaars waren

(voor Elfriede Lohse-Wächtler (1899 - 1940))

Je bent geboren als Anna Frieda Wächtler op 4 december 1899 in Dresden. Jouw vader was Gustav Adolf Wächtler, een commercieel medewerker. Jouw roomse moeder was Maria Zdenka (Sidonie) Ostadal. Jouw ouders waren op 17 juli 1899 getrouwd, toen jouw moeder zwanger was van jou. Je bent in een protestantse kerk gedoopt. In 1911 werd jouw broer Hubert Wächtler geboren. Hij overleed in 1988. Op jouw zestiende verliet jij jouw ouderlijke huis en van 1915 tot 1918 studeerde jij aan de Kunstgewerbeschule Dresden, opgericht in oktober 1875 op Antonsplatz, in het gebouw van de Polytechnischen Schule. In jouw tijd was de beeldhouwer/goudsmid Karl Gross de directeur van de Kunstgewerbeschule. Karl was een leerling en medewerker van van de goudsmid/beeldhouwer Fritz von Miller, getrouwd met Rosina Theresia Anna Sedlmayr, familie van de bierbrouwer Gabriel Sedlmayr de Jongere.

Jij ging naar de nieuwe Kunstgewerbeschule aan de Güntzstrasse, in 1901 door de architecten William Lossow en Hermann Viehweger gebouwd. Voor de hofjuwelier Heinrich Mau bouwden zij bij de Seestrasse en de Waisenhausstrasse het Viktoriahaus. In februari 1945 is het door een bom verwoest en uitgebrand. Dat gebeurde ook met hun schitterende Central-Theater aan de Reitbahnstrasse. De neo-barokke gevel was door Heino Otto ontworpen. Sprookjesachtig en imposant. Ook hun Kaufhaus Herzfeld op de Altmarkt, Schössergasse 2, in de Art Nouveaustijl gemaakt, werd in 1945 vernietigd. Jij studeeerde mode en toegepaste tekenkunst. Van 1916 tot 1919 volgde jij ook teken- en schilderlessen aan de Kunstakademie Dresden, in 1764 opgericht in opdracht van Kurfürst Friedrich Christian. De directeur was de schilder/hoogleraar Otto Gussmann. In 1919 werd je lid van de Dresdner Sezession Gruppe. Je vertoefde in de vriendenkringen rondom Otto Dix, Otto Griebel en Conrad Felixmüller. In het atelier van Conrad verkocht je batiks, prentbriefkaarten en illustratiewerken.

In juni 1921 trouwde jij met de schilder/operazanger Kurt Lohse (1892 - 1958). Jullie gingen in 1922 in Görlitz wonen en in 1925 in Hamburg. Het was een ongelukkig huwelijk met veel spanningen. Jullie gingen meerdere keren voor een tijd uit elkaar. In 1926 werd je lid van de Bund Hamburgischer Künstlerinnen und Kunstfreundinnen. In 1928 exposeerde je op exposities van de Neue Sachlichkeit. In 1928 werd je ook lid van de Hamburgische Künstlerschaft. In 1929 kreeg jij een zenuwinzinking, vanwege jouw problemen met Kurt en de geldzorgen. Je raakte geïsoleerd en creatief geblokkeerd. Je was extreem nerveus. Je werd op 4 februari 1929 in de Staatskrankenanstalt Friedrichsberg opgenomen, in de wijk Barmbek-Süd in Hamburg. Dit was geopend op 20 oktober 1864, met als eerste directeur de psychiater Ludwig Meyer. Je verbleef er twee maanden. Je bleek schizofrenie en een psychose te hebben, althans dat vermoedde de arts. Je maakte er zo'n 60 pastels en tekeningen, vooral portretten van medepatiënten. Deze serie heet de Friedrichsberger Köpfe. 21 tekeningen zijn spoorloos verdwenen.

In mei en juni 1929 exposeerde je in de Kunstsalon Maria Kunde in Hamburg-St. Georg. Je kreeg lovende recensies. Na jouw herstel had jij een creatieve periode. Je maakte vele kunstwerken van de Haven van Hamburg, van het arbeidersmilieu en het prostitutiemilieu. Je maakte ook meedogenloze zelfportretten. Je verkocht het een en ander en je leefde van kleine beurzen, maar dit verhinderde jouw feitelijke armoede niet. Medio 1931 ging je naar jouw ouders op de Vöglerstrasse 15 in Dresden terug. Daar is nu een Stolperstein geplaatst. Je was verdomde eenzaam en je had geldproblemen. Jouw geestelijke staat verslechterde en in 1932 zorgde jouw vader voor een opname in het Landes-Heil- und Pflegeanstalt Arnsdorf aan de Hufelandstrasse 15, zo'n 15 kilometer vanaf Dresden. Daar kreeg jij de diagnose schizofrenie. Van 1932 tot 1935 maakte jij portretten en andere kunstwerken. In mei 1935 scheidde Kurt definitief van jou en werd jij arbeidsongeschikt verklaard vanwege jouw ongeneeslijke geestesziekte.

Nadat jij weigerde gesteriliseerd te worden, mocht jij het verpleeghuis niet meer vrijuit verlaten. In december 1935 werd jij in de Frauenklinik des Stadtkrankenhauses Dresden-Friedrichstadt gedwongen gesteriliseerd. Dit was een onderdeel van de nationaalsocialistische eugenetica. Door deze ingreep werd jouw creatieve talent kapotgemaakt. In 1940 werd je naar de Tötungsanstalt Pirna-Sonnenstein gedeporteerd. Daar werd je op 31 juli 1940 vermoord. Jij werd 40 jaar. Als gevolg van de nazi-euthanasie operatie T4. T4 verwijst naar het centrale kantoor op Tiergartenstrasse 4 in Berlijn. Vele duizenden mensen met een lichamelijke en/of geestelijke handicap werden systematisch vermoord. In de kelder van kasteel Sonnenstein in Pirna werden 14751 mensen met een verstandelijke beperking en geesteszieken vergast. Jouw officiële doodsoorzaak was 'longontsteking met hartspierzwakte'. Zo gruwelijk geestesziek waren jouw moordenaars.

In het Sonnenstein-kasteel zat van 1811 tot begin 1940 een psychiatrisch, therapeutisch ziekenhuis met activiteiten-, biljart- en muziekkamers. In de kelder van de voormalige herentoiletten werden een gaskamer en een crematorium geplaatst. Aan het hoofd van deze moordorganisatie stond o.a. de psychiater Paul Nitsche, die van 1928 tot 1939 directeur van de Sonnenstein-kliniek was. De hoofd-moordarts in Sonnenstein was Horst Schumann (1906 - 1983). De andere moordartsen waren Curt Schmalenbach, Klaus Endruweit en Kurt Borm. Horst Schumann was van 1933 tot 1943 getrouwd met Frieda Meye, met wie hij twee zonen kreeg. In 1944 hertrouwde hij met de kantoormedewerkster Josefa Pütz, die hij in Sonnenstein had ontmoet. Met haar kreeg hij drie kinderen.

De eugenetische ideeën werden door de zwaargestoorde psycholoog Adolf Jost (1874 - 1908) populair gemaakt. In 1895 publiceerde hij 'Das Recht auf den Tod'. Na de zelfdoding van zijn oude vader Ignaz Jost werd Adolf ongeneeslijk krankzinnig, epileptisch en paranoïde. Hij zat in een psychiatrisch ziekenhuis en hij overleed door meningitis. Reichsleiter Philipp Bouhler was verantwoordelijk voor het Aktion T4 euthanasieprogramma. Hij pleegde op 19 mei 1945 zelfdoding met een cyanidecapsule. Zijn vrouw Helene Majer had negen dagen eerder zelfdoding gepleegd door uit een raam van Schloss Fischhorn te springen. Hitler's persoonlijke arts Karl Brandt organiseerde het massamoordplan, net als de SS-Oberführer Viktor Brach en de SA-Oberführer Werner Blankenburg.

Illustratie: Elfriede Lohse-Wächtler
Schrijver: Joanan Rutgers
17 mei. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 25



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)