Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3955):

Mooi het Spaanse koningshuis met erotische prenten bespot

(voor Gustavo Adolfo Bécquer (1836 - 1870))

Je bent geboren als Gustavo Adolfo Claudio Dominguez Bastida op 17 februari 1836 in Sevilla. Jouw moeder was Joaquina Bastida de Vargas. Jouw vader José Dominguez Bécquer was van Vlaamse afkomst en hij was een gerespecteerde schilder met een groot talent, wat jou sterk beïnvloedde. Reeds op jonge leeftijd was je dol op de schilderkunst. Je had een aangeboren talent om te schetsen en te tekenen. Je tekende jouw hele leven. Je was vijf jaar, toen jouw vader overleed en zes jaar later overleed jouw moeder. Je ging naar de San Antonio Abad-school en in 1846 naar de nautische San-Telmoschool, waar je Narciso Campillo ontmoette, die een grote vriend van jou werd. Met Narciso begon je te schrijven.

Jouw broers en zussen en jij werden na het overlijden van jullie moeder door jullie oom Don Juan de Vargaz opgevangen. Kort daarna ging jij bij jouw peetmoeder Doña Manuela Monahay wonen, die een grote bibliotheek voor jou had. Je zat urenlang te lezen en Manuela stimuleerde jouw passie voor kunst en geschiedenis. In 1850 werd je leerling in het atelier van Don Antonio Cabral Bejarano, op de Santa Isabel de Hungria school. Na twee jaar ging je naar het atelier van jouw oom Joaquin, waar jouw oudere broer Valeriano ook studeerde. Valeriano werd een goede vriend van jou. Hij was kort getrouwd met de dochter van een Ierse zeeman, met wie hij twee kinderen kreeg. In 1862 ging hij net als jij ook naar Madrid. Jullie hebben elkaar sterk beïnvloed. Jouw broer Luciano studeerde ook bij oom Joaquin. Je was een romantische dichter en een schrijver van korte verhalen. Plus een toneelschrijver en een literaire columnist.

Jij dichtte en jij kreeg Latijnse lessen, waardoor jij Horace las en door hem beïnvloed werd. Je werd ook beïnvloed door Cervantes, Shakespeare, Goethe en Heinrich Heine. Oom Joaquin stimuleerde jou om een schrijver te worden, ondanks zijn vrouw Doña Manuela. Op jouw 17-de verhuisde je naar Madrid om een bekende dichter te worden. Jouw vrienden Narciso Campillo en Julio Nombela, ook dichters, gingen om dezelfde reden naar Madrid. Je was alleen en vrij arm. De dichter Luis Garcia Luna uit Sevilla kwam ook naar Madrid. Jij had geen echte baan en geen vast inkomen en jij woonde een jaar bij Doña Soledad, een kennis van Luis Luna. Daarna ging jij met Valeriano naar Toledo, waar je 'Historia de los templos de Espagña' (Geschiedenis van de Spaanse tempels) schreef. Je had een grote interesse voor het werk van Lord Byron. Je werkte korte tijd voor een kleine krant en in 1855 kwam Valeriano naar Madrid, waar jullie samen woonden en bij elkaar bleven. Met Luis schreef je tot 1860 komische toneelstukken om geld te verdienen.

Je ontmoette de Cubaanse dichter Rodríguez Correa en in 1857-1858 werd je ziek, waarbij Valeriano en jouw vrienden jou verzorgden. Je werd smoorverliefd op Julia Espin, wat veel romantische poëzie opleverde, echter Julia hield niet van jou. Rond 1860 had je korte tijd een regeringsfunctie, maar omdat je tijdens jouw werk zat te schrijven en te tekenen, werd je ontslagen. In mei 1861 trouwde jij met Casta Esteban Navarro. Kort voor dit huwelijk had jij nog een romance met Elisa Guillén. Je was ongelukkig met Casta en zodra Valeriano weer op reis ging, ging je met hem mee. Casta ging vreemd met een man, met wie ze kort voor het huwelijk met jou een relatie had. Je schreef weinig over Casta en meer over Elisa. Casta en jij kregen drie kinderen; Gregorio Gustavo Adolfo, Jorge en Emilio Eusebio. Emilio was waarschijnlijk niet jouw kind.

Je werd bekend door jouw schrijfwerk voor de kranten 'El Contemporáneo', 'El Museo Universal' en 'Los Tiempos'. Via jouw vriend en beschermheer Luis González Bravo kreeg je een regeringspost als fiscale de novela's, wat flink verdiende. Dit deed je tot 1868. Je verbleef korte tijd in Parijs om in 1869 met Valeriano en jouw zonen naar Madrid terug te gaan. Samen met Valeriano publiceerde je het boek 'Los Borbones en pelotas', een humoristische kritiek op het leven van de Spaanse royalty, met satirische en erotische illustraties. Valeriano overleed op 23 september 1870 door een leverziekte in Madrid. Hij werd 36 jaar. Hierdoor werd jij ernstig depressief.

Jij overleed op 22 december 1870 in Madrid door longtuberculose of levercomplicaties. Je werd 34 jaar en je bent in 1913 in de Capilla de la Universodad de Sevilla in Sevilla herbegraven, net als Valeriano.

Schrijver: Joanan Rutgers
21 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 38



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)