Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Een Schots en scheef tragedie

(voor Bessie MacNicol (1867 - 1904))

Jij bent geboren als Elizabeth (Bessie) MacNicol op 5 juli 1867 in Glasgow. Jouw vader Peter MacNicol was een schooldirecteur en leraar. Jouw moeder was Mary Ann Matthews. Jouw tweelingzus Mary en andere bloedverwanten overleden in de kindertijd. Jij bent verder met twee zussen opgegroeid, o.a. Jessie, met wie je als volwassene stralend op de foto staat, één van de weinige foto's van jou. Jessie en jij droegen chique, elegante jurken met grote pofmouwen en veel knoopjes. Op jullie hoofden droegen jullie sierlijke, charmante hoeden met veren. In jouw tijd was het een feest om naar de kleding van vrouwen te kijken. Tegenwoordig lopen de vrouwen in opengescheurde herenbroeken en flodderige T-shirts met opzichtige, schreeuwerige reclameteksten. Vaak gecombineerd met afstotelijke piercings en lelijke tatoeages. Jouw zussen en jij hielden veel van muziek. In de zomermaanden leed jij aan allergieën, zoals hooikoorts.

Van 1887 tot 1892 studeerde jij aan de Glasgow School of Art in de McLellan Galleries in Sauchiehall Street, in 1886 opgericht door de kunstmecenas/koetsenbouwer Archibald McLellan. In 1893 exposeerde jij in de Royal Academy in Londen. In 1893 exposeerde jij ook 'Fifeshire Interior' in de Royal Scottish Academy en 'Study of a Head' in het Royal Glasgow Institute. Daarna ging jij op aandringen van de kunstacademiedirecteur Francis Henry Newbery naar de Académie Colarossi in Parijs. Francis was getrouwd met de kunstenares/borduurster Jessie Wylie Rowat, die borduurles op de kunstacademie gaf. Op Colarossi werd je continu onderdrukt en niet aangemoedigd. Terug in Schotland woonde jij weer bij jouw ouders en kreeg jij een atelier op 175 St Vincent Street in Glasgow. In 1895 exposeerde jij in de Stephen Goodden Art Rooms in Glasgow en in 1896 op de München Secession Exhibition. In 1899 had jij jouw enigste solo-expositie in de Stephen Goodden Art Rooms. Jij exposeerde ook in Gent, Wenen, Pittsburgh en St. Louis.

In 1896 verbleef jij een tijd in de kunstenaarskolonie Kirkcudbright. Deze kolonie trok allereerst de schilder Edward Atkinson Hornel, die in Kirkcudbright was opgegroeid en één van de Glasgow Boys was. George Henry en James Guthrie volgden, net als John Faed, die in Gatehouse-of-Fleet woonde, vlakbij Kirkcudbright. Faed stimuleerde de kolonie. Thomas Bromley Blacklock en William Stewart MacGeorge waren ook van de partij. Blacklock woonde op Church Place en hij verdronk in 1903 in de Clyde. Hij werd 39 of 40 jaar. In 1896 portretteerde jij E.A. Hornel, die samenwerkte met George Henry op 'The Druids Bringing in the Mistletoe' uit 1890. Zij gingen ook samen anderhalf jaar naar Japan. Vanaf 1901 woonde Hornel met zijn zus Elizabeth in 'Broughton House' aan de High Street in Kirkcudbright, met een Japanse tuin en een bibliotheek met 15.000 boeken, waarvan 2500 boeken van en over de dichter Robert Burns. De grootste collectie over Burns, die er bestaat.

William Mouncey was ook verbonden aan de Kirkcudbright Kolonie, net als de voormalig tandarts/kunstenaar William Hanna Clarke (1882 - 1924), die in Kirkcudbright woonde, werkte en overleed. Hij overleed door een tragisch ongeval, toen hij aan zijn huis 'Skairkilndale' en atelier aan Barrhill Road werkte. Samuel Rutherford Crockett schreef in 1907 de roman 'Little Esson' over de artistieke kunstgemeenschap van Kirkcudbright. De hoofdpersoon Archibald Esson is gebaseerd op zijn vriend, de kunstenaar William Stewart MacGeorge. De kunstenares Jessie Marion King woonde vanaf 1914 met haar man Ernest Archibald Taylor in het huis 'The Greengate' aan High Street in Kirkcudbright. Zij kregen vaak bezoek van de schilder Samuel John Peploe, getrouwd met Margaret MacKay. Jij was lid van de Glasgow Girls, net als o.a. Norah Neilson Gray, Frances MacDonald McNair, Margaret MacDonald Mackintosh, Janet Aitken, Agnes Raeburn, Katherine Cameron en Jessie Keppie.

In 1899 trouwde jij met de arts/kunstenaar Alexander Frew (1862 - 1908). Jullie woonden in de wijk Hillhead in Glasgow, ten noorden van Kelvingrove Park, waar in 1901 het Kelvingrove Art Gallery and Museum werd voltooid en geopend, waar nu veel van jouw kunstwerken te zien zijn, net als in de Hunterian Museum and Art Gallery. Achter jouw huis had jij een groot atelier. In 1901 hing jouw naaktportret 'Vanity' in München, wat veel lof kreeg. In 1903 overleden jouw ouders. Jij overleed op 4 juni 904 in Glasgow, terwijl jij hoogzwanger was en zo ontzettend graag naar het moederschap verlangde, denkend aan de schilderijen, die jij van vrolijke moeders met vrolijke kinderen maakte. De oorzaak was eclampsie. Jij werd 34 jaar. Alexander hertrouwde kort voor zijn overlijden in 1908 met een jonge zangeres. Alexander pleegde zelfdoding, waarna zijn weduwe het huis in Hillhead en al jouw schilderijen verkocht. Mogelijk zag ze een verband met zijn zelfdoding. Hij hield natuurlijk nog steeds zielsveel van jou en jullie ongeboren kind. In zijn hart was absoluut geen ruimte voor een nieuwe vrouw, ook al probeerde hij dat even. Zijn depressie woog vele malen zwaarder en was dodelijk geworden. Hij werd 45 of 46 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers
3 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 30



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)