Inloggen
voeg je verhaal toe

categorie:kerstmis

< vorige | alles | volgende >

Laatst toegevoegde verhaal (nr. 85):

Pip en de kerk

Als je al zo lang niet meer naar de kerk bent gegaan dat het geen gewoonte meer is, dan wordt het iets wat je jezelf pas toestaat als al het andere het toelaat. Dat dacht Pip terwijl ze op de ochtend van 1e kerstdag was stond te vouwen en ze in de verte de klokken van de st. Barbarakerk hoorde luiden. Ze zag een paar mensen in die richting lopen, diep weggedoken in hun jas en hun paraplu stevig vasthoudend tegen de straffe wind. Haar voornemen was duidelijk geweest, en vastberaden, en haar verlangen om deel uit te maken van het gezang en de verbondenheid te voelen was hevig. Toch niet hevig genoeg om zich te laten weerhouden door de mening van anderen ‘tegenwoordig gaat toch niemand meer naar de kerk’, of het feit alleen te moeten gaan. Dus stond ze hier was te vouwen. Ze zei het tegen Shep, de oude collie, maar die schudde zijn zwart-witte kop en nestelde zich tegen de warme AGA. Hij had duidelijk geen voornemens die gebroken konden worden en voelde zich daardoor niet teleurgesteld in zichzelf.

Pip was 39 jaar en runde haar eigen brocantewinkel aan huis. Twee jaar geleden waren ze in de oude boerderij komen wonen en dit huis bood de mogelijkheid de winkel aan huis te voeren, iets waar ze heel blij mee was geweest. Het huis zelf was bijna geheel authentiek gebleven en bood genoeg gelegenheid om de oude, brocante sfeer door te voeren in elk detail en dat had Pip ten volle benut. Het was een sfeervol, gezellig gezinshuis geworden waar ook veel klanten de weg vonden naar de warme keuken om een kopje thee te drinken, steevast met iets lekkers erbij.

Pip zuchtte nu en legde het laatste paar sokken op het stapeltje. Zo. Klaar om opgeruimd te worden. Ze deed haar best om voldoening te voelen over de lege wasmand, het opgeruimde huis en de leegte van een dag waarop alles mag en niets moet. Ze wachtte met een kop koffie en haar lievelingsboek tot de rest van het huishouden wakker zou worden. Het uurtje in de gezellige warme keuken deed haar goed en tegen de tijd dat iedereen beneden was en het huis gevuld werd met geroffel op de trap, keukenkastjes die open en dicht gingen en muziekjes van mobiele telefoons, was Pip haar voornemen alweer vergeten en ging ze op in het drukke gezinsleven met 3 pubers.

‘Kom Shep, we gaan’ zei Pip later tegen de hond, die zich dat geen twee keer liet zeggen. Hij volgde haar naar buiten, waar ze door het poortje meteen de wei in liepen. Het lange, natte gras doorweekte meteen haar oude spijkerbroek, maar dat merkte ze niet eens. De hond snuffelde langs alle bekende plekjes en rende weg achter een koppel fazanten aan die luid protesterend opvlogen. Pip snoof diep en de natte winterse lucht vulde haar longen en bracht haar ook zoals altijd een diep gevoel van ontspanning en geluk. ‘Ik zou voor altijd kunnen wandelen’ zei ze tegen zichzelf en ze snoof nog eens de geur op van de aarde en de bladeren in de winter. Al wandelend en om zich heen kijkend bereikte ze het oude bosje. Pip wandelde hier graag, omdat ze hier het veilige gevoel ervoer van omringd te zijn door eeuwigheid. Het had zelfs wel iets magisch, vond ze. De oude bomen die alles
overleefden, opgewassen waren tegen de zwaarste stormen en wind, de bladeren die in de lente groeiden, in de zomer beschermden en in de herfst en winter stierven voor nieuw leven, gaven haar het gevoel één te zijn met alles. Pure vreugde welde in haar op en van diep in haar buik baande het zich een weg naar boven waar het zich uitte in een heldere, oprechte schaterlach. Shep keek even op, maar leek zich verder niet te verbazen over de vrolijkheid van zijn bazin. Alsof hij allang wist dat je hier in het bos die vreugde kunt vinden.

Genietend liep Pip door het bos en langzaam maar zeker voelde ze het kerstgevoel haar hart binnensijpelen. Straks zou ze de laatste hand leggen aan het kerstdiner, dat ze gewoon samen als gezin zouden gebruiken. Heerlijk samen met zijn vijven, dat was wat ze nu het fijnste vonden, nadat Pip’s schoonvader afgelopen september was overleden. Ze had alles zorgvuldig voorbereid, het grootste deel stond al in de ovens en was klaar om zo op tafel te zetten.
Ze verheugde zich op het dekken van de lange oude tafel in de keuken, voor het grote zwarte fornuis. Eenvoudig maar sfeervol door het oude hout, het servies van haar oma en het zilveren bestek dat ze op een van haar inkooptrips had gevonden. Pip was een plaatjesdenker, dacht ze zelf altijd, en ook nu kwam die gedachte in haar op. Zoals ze al voor zich kon zien hoe het er straks uitzag en hoe ze dan kon genieten van het moment dat alles op de tafel stond. Nog onaangeroerd, en niet overstelpt met etensresten, halfvolle glazen of flesjes bier die ongetwijfeld ook op tafel zouden verschijnen.

Ze riep Shep die was verdwenen om in het weiland op konijnen en muizen te jagen en liep het laatste stukje naar het poortje om de tuin weer binnen te gaan. Het begon al te schemeren. Het poortje stond open. Wat ze vreemd vond, want ze deed het toch altijd achter zich dicht?
Ze liep door naar de binnenplaats en keek eens goed om zich heen. Het was de binnenplaats van de boerderij waar Pip met haar gezin woonde, maar iets klopte er niet. Ze wist nog niet wat, maar net toen ze dat hardop tegen zichzelf wilde zeggen vloog de oude staldeur open en stormde een klein jongetje, Pip dacht een jaar of zeven, de binnenplaats op. Hij was gekleed in een blauwe boerenkiel, en hij had klompen aan. Hij leek haar niet te zien, want hij rende vlak langs haar heen zonder vaart te minderen, naar het poortje, de wei in. ‘wie was dat?’ vroeg Pip zich hardop af en ze keek de jongen na, die al halverwege het weiland was. Veel tijd om zich nog meer af te vragen kreeg ze niet, want meteen hoorde ze binnen in het huis tumult. Een zware basstem die ‘Bert, Bert!’ riep -wie is in Godsnaam Bert?- en geroffel van zwaar schoeisel op de achtertrap. In de deuropening verscheen een grote man op klompen en geheel in het zwart gekleed. Hij leek haar ook niet te zien, maar riep nogmaals om Bert, in de richting van het poortje. Aha. Dat jongetje dat net langs rende was dus Bert. Maar wat deden die mensen in haar huis? Ze opende haar mond om het aan de man in de deuropening te vragen, toen haar oog opeens viel op de grote waterpomp aan de tegenoverliggende muur. Op het rooster stond een grote zinken emmer, en de pomp druppelde, langzaam maar gestaag. ‘Hè? Die pomp staat toch al jaren droog? Dat zeiden de vorige eigenaren nog, dat ze hem niet meer aan de praat hadden kunnen krijgen. En Sven heeft het niet eens meer geprobeerd’ dacht Pip bij zichzelf. ‘En die emmer heb ik er ook niet neergezet!’ Hier was iets vreemds gaande!

De man, die nog steeds in de deuropening stond, werd aan de kant geduwd door een forse boerenvrouw, in een lange zwarte rok en zwarte bloes. Ze droeg klompen, net als de man en het jongetje en had een net, zwart mutsje op. ‘We moeten gaan, het is tijd’ zei ze, en kordaat liep ze naar buiten richting het poortje. Op hetzelfde moment begonnen de klokken van de kerk te luiden en verscheen ook Bert, aan de andere kant van het hek. ‘Ah, daar ben je, kwajong!’ zei de man. ‘Kwajongen?’ dat woord had Pip al een eeuwigheid niet meer gehoord. Wat een ouderwetse uitspraak! De man keek quasi boos naar wat zijn zoontje leek, maar kon een glimlach niet onderdrukken. Gedrieën liepen ze de poort uit, de straat op. Ondanks zichzelf en haar verwarring kon Pip de verleiding niet weerstaan en liep ze achter het gezin aan. Op straat kwam ze voor een volgende verrassing te staan. In plaats van alle huizen aan de overkant zag ze een weiland, en de geasfalteerde weg was beklinkerd met kinderkopjes. De lantaarns waren ouderwetse gaslantaarns. In de verte zag ze iemand aankomen die de lampen een voor een aanstak. De familie die uit haar huis was gekomen haastte zich om een andere familie bij te houden en eenmaal bij elkaar hoorde Pip ze grapjes maken en samen lachen. Ze liepen een eindje door het dorp, waar pip sommige huizen herkende, als de grote authentieke villa’s, en de kleine schattige arbeiderswoninkjes. Ze kon zich herinneren dat ze pas nog waren gerenoveerd. Pip keek verbaasd om zich heen. Het waren wel dezelfde huizen, maar waarom leken ze dan zo anders? En waar was het huis van de Jonkers gebleven? Het schoolvriendje van de tweeling woonde toch in deze straat? Ze wist zeker dat de nieuwe, in jaren ’30 stijl opgetrokken villa tussen die twee herenhuizen was gebouwd! Het moet niet gekker worden, dacht Pip en ze merkte dat ze stil was blijven staan. Terwijl ze daar zo stond, bedacht ze dat ze nog iets miste, maar wat? Ineens wist ze het: auto’s, verkeer, lawaai! In het niet zo grote dorp was het centrum waar ze zich nu bevond normaal toch een komen en gaan van allerlei soorten verkeersdeelnemers.

Snel liep ze door en keek ze waar de mensen die ze volgde waren gebleven. Daar zag ze ze weer, ze waren net aangekomen bij de kerk. O, daar waren ze naar op weg geweest en daarom hadden ze zo’n haast! De pastoor stond bij de deur om de mensen te begroeten. Pip fronste haar wenkbrauwen. Ze kon zich niet herinneren dat de pastoor er zo uitzag. Hij had een kalend hoofd, met een rand van witte haren die eruit zag als een grappig soort stralenkrans. Vriendelijke ogen achter een ziekenfondsbrilletje bekeken de mensen die hem schijnbaar allemaal graag persoonlijk wilden begroeten, en onder de zwarte soutane die hij droeg was een bol buikje het zichtbare bewijs van het rijke roomse leven. Droeg de pastoor altijd zo’n gewaad? Dat kreeg je er van als je niet vaak naar de kerk ging, dacht Pip, je wist niet eens meer hoe een pastoor er eigenlijk uitzag. Van alle kanten kwamen mensen aanlopen, allemaal ouderwets gekleed, de meeste in zwarte boerenkledij. Op het kerkpleintje stond een kar met paard, vastgebonden aan de oude lindeboom, die er bij nader inzien veel jonger uitzag dan in Pip’s herinnering. En daar kwam zelfs een koets, een prachtig zwart rijtuig met een vosbruine merrie ervoor. Uit de koets stapte een deftig, victoriaans gekleed gezin en de andere mensen weken beleefd uiteen om hen door te laten. Geen van allen sloeg acht op Pip. Het was zelfs alsof ze haar niet eens opmerkten. Pip stond alles ademloos te bekijken en zag dat de pastoor aanstalten maakte om de grote dubbele deur te sluiten. Ze bedacht zich niet lang en glipte nog vlug naar binnen. Wat was het druk! Er was geen enkele zitplaats meer vrij, dus Pip ging stilletjes achter in een hoekje staan terwijl het orgel “wij komen tezamen” inzette. Zonder aarzeling zong iedereen in de kerk uit volle borst mee, en Pip kon niet anders dan hun voorbeeld volgen. Dat was toch wat ze vanmorgen had gewenst, dat ze deel kon uitmaken van deze saamhorigheid en zich kon onderdompelen in het gezang en de kerstsfeer in de kerk!

Zonder verder nog ergens aan te denken liet Pip zich meevoeren op de stem van de pastoor, die eerst het kerstverhaal vertelde, vervolgens een bezielde preek afstak op de antieke preekstoel en de gebeden die iedereen, zonder uitzondering van harte mee uitsprak. De bekende kerstliederen die allemaal in samenzang werden gezongen ontroerden haar nog het meest. Vervuld van warmte en geluk kwam ze weer tot zichzelf toen op het einde van de dienst de kerk leegstroomde. Op het pleintje was het een geroezemoes van jewelste, kerstwensen werden over en weer uitgesproken. Mensen gingen blij richting hun huizen, de deftige familie stapte in haar mooie koets en ging ook huiswaarts. Allemaal zouden ze straks aanschuiven in een warme keuken of eetkamer aan een mooi gedekte tafel, en het kerstdiner samen gebruiken.

Op dat moment schudde Shep zijn natte vacht en stond Pip met het tuinpoortje in haar handen naar haar binnenplaats te kijken.
‘Hé!’ riep Sven, die net de keukendeur uitkwam, ‘kom je naar binnen? Hier is het lekker warm’ Pip keek even verbaasd naar hem en dacht ‘hm, plaatjesdenker? Dromer zal je bedoelen!’ toen een klein geluidje haar aandacht trok. Op het rooster onder de pomp stond een grote zinken emmer, en de pomp druppelde langzaam, maar gestaag.

... Een kerstverhaal, mijn allereerste verhaal... ...

Schrijver: Nancy Sijstermans, 11 jan. 2020


Geplaatst in de categorie: kerstmis

2,7 met 21 stemmen 236



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)