Een zijspoortje
Hoe nu na de Nazidonor?
In vervolg op In het spoor van de antiheld 10 nogmaals aandacht voor de docuserie The Nazi Donor Mysterie (o.a. besproken in het tv-programma Nieuwsuur). Lof voor de Deense publieke omroep, die de documentaire heeft gemaakt. Kenmerk: vijftien ontredderde donorkinderen vernemen na DNA-onderzoek wie hun vader is. Dat was eventjes schrikken en slikken. Een beruchte nazi…
Inmiddels waren ze op middelbare leeftijd en leden ze zo'n halve eeuw aan een knagend gevoel over dat ontbrekende stuk van hun identiteit. De onbekende vader wordt dus eindelijk bekend, net als de onaangename ontdekking dat er mogelijk wel tweehonderd donorkinderen van hem rondlopen. Het staartje van dat merkwaardige verhaal volgt dus nog (In het spoor van de antiheld 12). In deze aflevering nodig ik de lezer uit om met mij een zijpaadje te bewandelen.
Je zou bijna denken dat het onderwerp zaaddonatie (resp. zwartzaaddonatie) een obsessie is. Het aantal artikelen erover is misleidend; dat blijkt als je in de tijd terug scrolt in het overzicht van verhalen. Eerder was er al een berg oubollige vertelsels. Beschrijvingen van valse schoonmoeders, ook wel schoonloeders genoemd ontbraken niet. Verder gebeurde er niets bijzonders in mijn fictieve verhaaltjes. Dat was mijn ambitie ook niet. Een beetje spelen met de taal, eens wat uitproberen, daar ging het me om. Voor humorloze ambtenaren binnen het Openbaar Ministerie toch een reden om mij te vervolgen, zoals de trouwe lezer weet.
Hoe kom je in zo'n absurde toestand terecht als zwartzaaddonatie? Daarover gaat dit zijpaadje. Ik liep antiheld Jop tegen het lijf, juist toen ik door de venijnige wijfies heen was. Jop zorgde voor de inspiratie, die me in de steek had gelaten. Hij bleek een zaadzaaier te zijn. Uit zijn mond hoorde ik bizarre vertellingen waarvan iets gelijksoortigs nooit eerder ergens was gepubliceerd. Er heeft namelijk lang een taboe gerust op spermadonatie bij de pers in breedste zin.
Jop heeft met zijn vermeerderingshobby vijf voltreffers geplaatst. Daarover kon hij goed vertellen, maar hij schreef niets op. Dat ben ik dus gaan doen ergens in 2000 nog wat. Het publiek interesseerde het ondertussen geen zier en de media hadden ook al wat beter te doen. Reden om nu zo'n dik kwart eeuw terug te kijken. Zo word je eraan herinnerd hoe je geïnteresseerd raakte in zo'n bizar onderwerp.
Begin 2000 schuifelde ik wat rond op diverse fora. Daarbij heb ik mij ooit gewaagd op een forum van FIOM. Dat eerbiedwaardige instituut houdt zich onder andere bezig met de relatie donor en donorkind. Ik heb het toen bestaan om een stuk rood vlees in de arena te gooien door te schrijven dat het gezond zou zijn als donorkinderen minimaal weten wie hun leverancier van het leven was. Dat kwam immers overeen met de hogere doelstellingen van dat instituut.
Nou, dat werd een leerzame ervaring, want de hel brak los. Die club bleek propvol met intellectualistische, van mannen gruwende lesbische vrouwmensen te zitten. Zij verdrongen elkaar in venijnige commentaren op mijn geschrift. Het leek erop dat ze het niet eens met mij waren... Diverse van die reagluurders hadden als bewijs zelf een donorkind in huis. Hun donor zelf werd doodgezwegen en de kinderen misten hem ook niet. Die stelling van wèl weten waar je wortels groeien was typisch iets van vooringenomen mannetjes zoals ik en allerlei „ogen“ (psycho-, peda- en zo).
De vijf kinderen van Jop vonden ook iets. Zij bevestigden wat die felle tantes op dat forum al hadden geschreven. Met Noord-Koreaanse eensgezindheid gaven ze namelijk spontaan aan niets te willen weten over hun zaadleverancier. Alleen een kwaaddenkende lezer gelooft dat hen dat was ingefluisterd door hun moeders. Daar geloof ik niks van, want naar hun zeggen kwamen hun kinderen daar spontaan mee voor de dag.
We hebben het over een handjevol kindertjes (pak ‘m beet zeven), dat inmiddels circa veertig jaar de term donor uit het woordenboek heeft geschrapt! Iedereen die het beter weet dan ik, krijgt van mij gelijk, maar ik ben ook een beetje van de cijfers. In de hier aangehaalde documentaire valt het getal 200 donorkinderen. Niet weten of wel weten wordt dan een levensbelangrijk item.
In het tv-programma Nieuwsuur kwamen Nederlandse moeders en donorkinderen aan het woord, die ook tegen zo'n massazaaddonor waren aangelopen. De stress was te voelen als het beangstigende beeld werd opgeroepen van halfzussen en halfbroers, die zomaar om je heen kunnen bestaan. Met bewonderenswaardige realiteitszin uitten ze hun angst voor het ongelukkige moment, dat hun kind thuiskomt met de liefde van zijn of haar leven: een halfbroer of halfzus waarvan je dat niet weet.
Rechtvaardiging om zulke gevoelige documentatie aan te leggen is dit: de macabere ironie is dat voor die vijf koters van Jop dat wat ik hier opschrijf hun enige historische informatiebron is. Mochten zij zich ooit verderop in hun leven vragen stellen over hun herkomst, dan staat het tenminste ergens opgeschreven. En zoals u weet: wie zoekt zal vinden.
Wordt vervolgd met In het spoor van de antiheld (12)
... Dit is een tussentijdse beschouwing van de lopende serie "In het spoor van de antiheld" ...
Zie ook: https://rare-portretten-galerij.jouwweb.nl/
Schrijver: harrem, 9 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: humor

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!