Inloggen
voeg je verhaal toe

categorie:rampen

< vorige | alles | volgende >

Laatst toegevoegde verhaal (nr. 56):

Een navrant liefdestragedie in Sint-Oedenrode

(gebaseerd op ware feiten)

Aan de Laan van Henkenshage 1 in Sint-Oedenrode woont de deftige jonker en politicus Willem van Haren in een versterkt herenhuis. Hij is in 1710 in Leeuwarden geboren en hij studeerde aan de universiteiten in Franeker en Groningen. Zijn eerste vrouw was Marianne Charles en in 1748 kocht hij het herenhuis, waar hij met veel plezier woont. Marianne zorgt goed voor hem en hij zorgt voor de inkomsten. Hij ontving vroeger huuropbrengsten van zijn panden in Friesland, maar sinds de boeren in Sint Annaparochie kwaad op hem waren, vanwege zijn opgelegde boetes, valt er uit Friesland niets meer te halen. Sterker nog, de boze boeren reisden naar zijn huidige woning, die ze volledig plunderden. Gelukkig waren Marianne en hij toen net op reis naar Den Bosch, waardoor ze geen fysieke schade hebben opgelopen, want volgens één van de buurvrouwen had dat zomaar gekund. 'Je had ze moeten zien, die woedende Friezen met het schuim op de bekken!', zei zij, 'er was zelfs een halfblote Friezin met boomstamarmen bij!'. Toch was de diefstal en de verwoesting een grote schok voor Marianne en Willem. Ze zouden in ieder geval nooit meer een stap in Friesland zetten, ook al hadden ze daar officieel nog behoorlijk wat onroerend goed. Voortaan verschansten ze zich in het langzaam weer ingerichte huis op het zonder die dieven zo kalme eiland. Willem zit graag in zijn nieuwe leunstoel voor het raam. In hun huis in Sint Annaparochie had hij een imposante bibliotheek, maar die was in een nacht afgebrand. 'Waarschijnlijk aangestoken!', zei de veldwachter. Nou, Willem wist dat wel zeker, want heel veel boeren hadden een gruwelijke hekel aan zijn belezenheid, omdat hij hen daar altijd mee overtroefde. Ze hadden trouwens van nature een hekel aan gestudeerde wijsneuzen. Vanuit zijn leunstoel kan hij mooi de lange toegangsbrug in de gaten houden. 'Je weet maar nooit of er weer eens een verdwaalde Fries met snode plannen voorbij komt!', denkt hij oplettend.

Niet dat het helemaal koek en ei is aan de binnenkant van zijn vesting, want hij speelt al enkele maanden gevaarlijk spel met zijn huishoudster Catharina Louise Natalis, een bijzonder sappige deerne uit het dorp. Wanneer Marianne boodschappen doet of naar een goede vriendin in Helmond gaat, is het partytime voor Catharina en Willem. Dan vrijen zij aan één stuk door, totdat zij uitgeput en weltevreden nog wat nagenieten met enkele glaasjes cognac. Toen Willem vorig jaar zijn dijbeen brak, moest hij noodgedwongen wel wat rustiger aan doen, maar ze kwamen desalniettemin tot verrassende oplossingen. Marianne denkt dat Willem na zijn jarenlange relatie met zijn minnares Maria Crullers niet zo nodig meer van bil hoeft, laat staan dat hij het nog behoorlijk kan. Dat Willem en Maria samen twee kinderen kregen, heeft haar een lange tijd veel pijn gedaan, ook omdat ze zelf onvruchtbaar is, maar ze kan er nu gerust mee leven, zolang Willem maar lekker bij haar blijft. Hun kinderen, de 34-jarige Adam Ernst en de 32-jarige Wilhelmina Frederika, komen soms op bezoek en dat verloopt alleraardigst. Mariannne heeft voor alle kinderen van Wilhelmina babysokjes en wintermutsjes gebreid. Willem heeft nog meer buitenechtelijke dochters, maar dat hoeft Marianne allemaal niet precies te weten, zegt ze. Dat is ook al zo lang geleden. Maar voor Willem's dochter Henriëtte Amalia de Nerah heeft ze nog steeds een zwak, want die komt ook wel eens langs. Zij is zeer vooruitstrevend en belezen, net als Willem. Zij heeft een vurige verhouding met een Franse revolutionair en zij vertelt vaak mooie verhalen over de hogere kringen in Parijs.

Terwijl Marianne stilletjes naar binnen loopt, hoort zij een wild gepiep en gekraak. Het komt uit hun slaapkamer en Marianne vreest het ergste. Wanneer zij de deur opent, ziet zij een naakte Catharina bovenop haar naakte Willem. Zij berijdt haar man als een gevaarlijke amazone, als een hebzuchtige tijgerin met heen en weer schuddende watermeloenen. Willem kijkt langs het op en neer gaande lichaam van Catharina en Marianne moet bijna gieren van het lachen, wanneer zij zijn vuurrode, volop zwetende kop ziet. 'Dus daar ben jij mee bezig, wanneer ik jouw lievelingsdrankje aan het halen ben!', spuwt ze eruit, 'welnu, Catharina, vuile sloerie, ga maar lekker zo door, want mij zul je hier nooit meer zien!'. Ze voegt de daad meteen bij haar woord en ze vult haar koffer met zoveel mogelijk kleren en parfums. Willem probeert haar nog te overreden om niet te overhaast te reageren, maar dat mag zeker niet baten. 'Willem, nu ben je potverdorie 58 jaar en lig je nog als een hijgende, oude bok vreemd te gaan! Ik dacht dat we dat allemaal allang achter ons hadden liggen! Dit valt me werkelijk zwaar van jou tegen en ja, deze keer maak ik er definitief een einde aan door voorgoed bij jou weg te gaan! Adieu, onbetrouwbare vrouwengek, stik er maar in!'. 'Maar mijn lieve Marianne toch, het was alleen maar vandaag, maar één keertje en het viel ook nog zwaar tegen!', reageert Willem. Liegen is zijn tweede natuur. Marianne weet dat en ze smijt de voordeur kei-en-de-keihard achter zich dicht. Alsof het de deuren van zijn hartkamers zijn.

Op 3 juli 1768 stuurt Willem Catharina uit zijn huis en hoeft ze nooit meer terug te komen. 'Ik ga het allemaal opschrijven!', zegt ze hatelijk, 'jij bent nog lang niet van mij af, misselijk kereltje!'. 'Lazer op, loopse teef, ga maar andere kerels lastig vallen met jouw egocentrische, narcistische wipgedrag!', roept Willem haar nog na. Daarna sluit hij de deur goed dicht en drinkt hij de hele avond en nacht jenever met verse citroen. De volgende dag wordt hij met een flinke kater wakker en waggelt hij als een vreemdeling door zijn eigen huis. Er is zoveel wat hem aan Marianne herinnert en bij ieder gedenkwaardig voorwerp snikt hij het uit. Hij is een gebroken man en hij kruipt op handen en voeten naar zijn studiekamer, waar hij van achter een stapel boeken een doosje met giftige snoepjes pakt. Hij gaat in een hoek van de kamer zitten en hij neemt zoveel snoepjes als hij kan. De laatste slikt hij met jenever weg. Hij zakt weg en na enige tijd stopt zijn diepgewonde hart met kloppen. Het is ineens doodstil in huis. Twee dagen later ziet de lijkschouwer Jan Van Stratum het doosje met de snoepjes en zonder erover na te denken stopt hij er twee in zijn mond. 'Wel een vreemd smaakje!', denkt hij nog. Binnen een jaar is ook Jan door deze giftige snoepjes gaan hemelen.

Schrijver: Joanan Rutgers
25 mei. 2020


Geplaatst in de categorie: rampen

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 81



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)