Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een gedicht aan de vergetelheid ontrukken

Van de indrukwekkende dichter Albert Verwey (1865 - 1937) resteert, afgezien van de afzonderlijk verschenen dichtbundels, een kolossale verzamelpil, getiteld 'Dichtspel', uitgegeven bij, hoe kan het ook anders, de fameuze 'Arbeiderspers' (1983).

Ik heb dit boekwerk ooit aangeschaft bij een tweedehands boekenzaak te Amersfoort, omdat ik - en nog steeds - verzot was op de Tachtigers, waar heer Albert deel van uitmaakte.

Ik heb Verwey nooit helemaal als een van de Tachtigers kunnen accepteren, misschien omdat hij zo op de achtergrond bleef, omdat zijn houding zo mistig was en ook omdat zijn verzen mij vaak extra moeite kosten om in door te happen, alsof ik zo af en toe in steen zat te bijten, maar ik realiseer mij dat niet alle gedichten parels kunnen zijn, dat alle takken van kunst zo hun bloeitijden hebben, dat het niet altijd een spectaculair feest kan zijn.

Nu heb ik wel eens van die vreemde momenten van onverwachtse gelukzaligheid. Dat overkwam mij laatst met het boek 'Dichtspel', ik liep wat dromerig en angstig-verloren door mijn werkkamer, toen ik opeens door 'een hand' naar de boekenkast geduwd werd. Ik bleef voortdurend in de mij vertrouwde hypnotische toestand, maar ik was verbaasd dat mijn handen Verwey uit de kast tilden, het leek mij een zinloze, doelloze handeling, totdat ik er een gedicht in tegenkwam, dat mij trof als een brandende pijl.

Dit gedicht staat op bladzijde (blad van zijde!) 413 en 'De slaper in 't dal' is, zoals de voetnoot op bladzijde 669 mij aangeeft, een vertaling van 'Le dormeur de val', een beroemd gedicht van mijn grootste literaire vriend Arthur Rimbaud (1854 - 1891).
Rimbaud is al elf jaar, wanneer Verwey geboren wordt; zo'n vijf jaar later schreef de Franse dichtergod dit curieuze gedicht.

Voordat ik het gedicht persoonlijk wil ontleden en herbezielen, vermeld ik dat Verwey de uitgaven 'Poésies complètes' (1895) en 'Oeuvres' (1898) bezat (zie blz. 669) en dus geen eerste druk van 'Une saison en enfer', waar ik zo o zo o zo graag eens mee uit eten ga en iedereen kan raden waar ik dan van smullen ga. Verdomd zeg, zo'n elitaire wens is dit toch ook weer niet! Ik weet niet door wie ik naar dit gedicht geleid ben, van wie die onzichtbare hand in mijn rug was, ik hou mijn vermoedens dan ook voor mijzelf. Wel wil ik samen met u de reis door het gedicht maken.

De titel 'De slaper in het dal' is een terugblik van Rimbaud op zichzelf, zoals hij in een bosrijk dal in slaap is gevallen, wat niet verwonderlijk is voor een geniale jongen met tergende zorgen. In een dal voelt men zich geborgen en afgesloten van de bedreigende buitenwereld. Zo ook Rimbaud. Het dal kunnen we situeren in de Ardennen rondom Charleville. Het is de tijd van de Frans-Pruisische oorlog en op enkele kilometers afstand is de grote veldslag te Sedan. Charleville houdt de adem in en is op het ergste voorbereid.
Rimbaud wil niet als een rat in de val zitten, als samengedreven slachtvee achter hekken, hij ontvlucht keer op keer de collectieve dreiging en de zware spanningen thuis tussen hem en zijn tirannieke moeder, tussen hem en de kleinburgerlijke stadsgenoten.

In die tijd plaats ik dit gedicht, de wereld was zeer wreed en bedreigend voor de overgevoelige puber, hij kon niet anders dan zijn talloze angsten bezweren in zijn beeldrijke gedichten, waar de verwarring duidt op een ondraaglijk getergd worden. Voor straf moest hij een hele week in de gevangenis, omdat hij geen kaartje had.
Nou, zoiets moeten ze tegenwoordig niet flikken en terecht, denk je eens in wat een pijnlijke ervaring dit geweest is voor die avontuurlijke jongen, die een groot dichtershart in zich voelde bonzen.
Een van de vele, geestdodende vernederingen, die Rimbaud's leven tekenden. Hij moest buigen en alsmaar buigen, terwijl hij zo trots had kunnen zijn. Parijs is in die dagen volop in de ban van oorlogsdreiging en de daaruit voortspruitende defensieve wanorde en agressie.
Terug naar het gedicht.
Mijn visie over het totaalbeeld van dit gedicht is, dat hij (net als zijn oudere broer Frédéric) wilde meevechten in die Frans-Pruisische oorlog en daarbij zag hij zichzelf al als een gesneuvelde soldaat, gedood door oorlogsgeweld. De doodgeschoten soldaat, het refereert allemaal aan zijn kindertijd en aan de onherstelbare, pijnlijke wonden, die zijn sadistische, louter kritische moeder hem heeft toegebracht.
Ik loop even vooruit naar de slotzin: 'Twee rode gaatjes heeft zijn rechterzij'. Welnu, in ieders rechterzij bevindt zich de lever en de lever staat zoals wij weten voor levenskracht. Hij is dus getroffen in zijn levenslust, tot tweemaal toe, wat ik interpreteer als een schot van zijn vader, die in 1860 het gezin Rimbaud voorgoed de rug toekeert en een schot van zijn moeder, die koel en meedogenloos één brok haat blijkt te zijn. Zij weet de ziel van Arthur dag in dag uit te molesteren, dodelijk te doorboren. Zo heeft Rimbaud zich gevoeld als kind, een vermoorde strijder, eenzaam gelegen in een inkeping, een troostrijke holte van Moeder Aarde.

Hij geeft ook aan dat zijn moeder een moorddadige vijandin was, een krankzinnige Medea, die zijn tere gevoelens vermorzeld heeft als een overmachtige wals, die zijn kinderlijke behoeften (aan tederheid, bescherming, stimulering, kortom liefde) botweg doodgezwegen heeft, de kop ingedrukt als een weerloos dier. Dit immense lijden is zijn noodgedwongen uitgangspunt voor heel zijn poëtische verwerkingsdrang, uitgesmeerde therapie, overladen met de zeer bittere smaak van een ondanks alles sparen van de moeder, de gevreesde moeder die tot zijn ellendige dood buiten schot blijft.

Zie je, in die zin was Arthur een profeet voor zijn eigen leven, zijn poëzie is bikkelharde profetie, wat hij maar al te goed wist, hij heeft zijn lijdende wezen willen bestendigen, hij was een dichter, die werkelijk alleen in zijn gedichten leefde, hij wel, zijn ware zelf kon enkel nog daar tot bloei komen, dat, is de pure tragiek in woorden uitgeschreven. Hopelijk later verder.

Schrijver: Joanan Rutgers, 11 dec. 2009


Geplaatst in de categorie: psychologie

4,7 met 3 stemmen 231



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Gabriëla Mommers
Datum:
21 jun. 2016
Voorgelezen door de schrijver:
www.youtube.com/watch?v=4GnRMW6sJr0

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)