Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

OLIFANT EN MUIS 1O: Kaart lezen

“Hee, hee,” zei Olifant.
“Wat is er,” vroeg Muis
“Oh nee, niets….nou ja….ik dacht dat we hier rechtsaf moesten, maar ik zat verkeerd, ”
“Wil je me niet meer zo laten schrikken.”
Ze naderden een voorrangskruising. Olifant zat op de kaart te turen, maar kon het kruispunt zo snel niet vinden.
“Wat moet ik nu,” vroeg muis geagiteerd.
“Eh …eh…ik weet niet”
“Ik moet wat,” gilde muis, “zeg wat!”
“Recht door”
Muis reed de kaarsrechte weg aan de overkant in.
“Zet hem maar even aan de kant,” zei olifant, “dan kunnen we kijken.”
“Ik kan hier niet stoppen…dat zie je toch.”
Zeker twee kilometer reden ze zwijgend verder. Auto’s zoefden hen tegemoet.Toen pas kwam er een plekje waar Muis de auto in de berm kon parkeren.
“Wil je dat nooit meer doen, Olifant. Het is gevaarlijk. Hoe vaak heb ik je niet gezegd dat je maar iets moet roepen als je het niet weet. Ik snap het trouwens niet. Met Sonja had ik dit nooit! Die kon fantastisch anticiperen.”
“Ja, Sonja,” dacht olifant, “die er altijd bijgehaald werd als er ook maar het kleinste foutje gemaakt werd bij het kaartlezen.”
“Waarom ga je dan niet met Sonja op vakantie,” die gedachte kwam bij hem op als en venijnige slang , maar hij zei niets en met een strak gezicht bestudeerde hij de kaart.
“We zijn verkeerd gereden, we moeten terug. Ergens op deze weg hebben we een afslag gemist. Kijk maar.”
Muis boog zich over de kaart.
“We moeten nog een stukje rechtdoor,” zei ze. De afslag komt pas na het volgende kruispunt.
“Laat eens zien”
Muis zette haar nagel in een groene vlek.
“Volgens mij zijn we daar al voorbij,” zei olifant.
Muis zette de motor weer aan.
“Wat doe je?”
Muis antwoordde niet en trok op. Olifant hoopte dat ze het afslagbord niet zouden tegenkomen. Lange tijd leek het er op dat hij gelijk zou krijgen. Maar juist toen hij met een gevoel van triomf achterover leunde, werd zijn hoop de bodem ingeslagen.

Er waren geen auto’s op de parkeerplaats. Ze namen hun waterflesjes en de zakjes met hun lunch uit de achterbak. Muis trok haar wandelschoenen aan. Ze bestudeerden de folder van het natuurgebied. Ergens moest een gemarkeerd pad beginnen tussen de bomen. Ze liepen verder over de autoweg en daarna een stuk terug zoals ze gekomen waren. Overal gingen graspaden het bos in, maar die waren niet gemarkeerd. Het was klam in het bos en de stammen van de bomen glansden van het vocht.
‘Wat een rot kaart!,” zei olifant.
“Jij zei dat we hem maar moesten meenemen!”
“Ja, omdat jij het zonde vond om het boekje met wandelroutes te kopen.”
“Dat heb ik helemaal niet gezegd.”
‘Je vond het wel erg duur voor één dag,” hield olifant vol.
“Laat maar. Je krijgt me hier het bos niet in.”
Ze besloten door te lopen naar het gebied dat op de kaart met de kleur paars was aangegeven. Na een paar honderd meter strekte zich een immens vaal heidegebied voor hen uit. Ze waren op het laagste punt. Overal in het landschap liepen zandwegen omhoog. Er was geen mens te zien. De lucht was nog grijs, maar het werd lichter. Waar de heuvelrug afstak tegen de hemel vertoonden zich ijle blauwe stukken. De hei rook kruidig en een behaaglijke warmte kwam uit de aarde omhoog.
“Wil je al wat eten,” ze vroeg Muis, “Ze heeft broodjes met kaas, broodjes met ei en voor allebei een appel.”
Haar stem klonk vrolijk.

Schrijver: melvijn, 28 aug. 2010


Geplaatst in de categorie: reizen

4,0 met 2 stemmen 167



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)