Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Hinkepootje,deel 2

De kinderen van het rijk gingen uitzinnig van vreugde met een gouden appel aan hun hart weer naar huis.
En het gewone jaar nam weer een aanvang.
De onderdanen van de koning die inmiddels ziek op bed lag onder zijn militaire dekens hadden het in alle opzichten goed. Er heerste vrede en voorspoed in het land. Maar er waren ook zorgen en dat was voor de kroonpretendent.

De prins was en bleef het probleem.Deze zonderlinge man was nooit te bereiken ook niet voor de koningin moeder. Hij woonde verlaten in het bos in zijn paleis uit zilverwerk vervaardigd.
En elk jaar verdwenen er mooie meisjes uit de dorpen die nooit meer terugkwamen. En het gerucht dat de prins hen verleidde en ze ontvoerde met zijn geheimzinnige grijze ogen nam in hevigheid toe.

Want in zijn paleis werden deze meisjes eerst in slaap gewekt door zijn zilver en glanswerk daarna werden ze opgesmukt door de prins met zware halskettingen vol met geheimzinnige edelstenen zo mooi wat nog geen oog gezien heeft.

Daarna bracht hij de mooie meisjes van geen kwaad bewust naar zijn hele grote spiegels. De meisjes wilden er graag in kijken omdat ze zo mooi waren getooid door de prins.En toen, ja toen vielen de meisjes meteen dood ter aarde.
Hoewel er geen enkel bewijs was voor dit verhaal wilden de mensen graag dat dit zo was. Bijna iedereen geloofde erin.

En wat als de gulle koning zou sterven dachten de mensen.Ja dan komt de foeilelijke prins aan de macht die alleen maar aan hem zelf dacht en met zijn geheimen bezig was. Dat betekende dat het volk in armoede terecht zou komen.
Maar goed er was nog een oplossing voor later. En dat was de toverhond. Die toverhond hoefde maar te kwispelen voor kiezelstenen en het werden meteen opalen. Het hondje kon ook profeteren en dus ook goudbronnen aanwijzen.

En hij kon door tovenarij de kaarsen aansteken en de kaarsen doven. En hij kon alles met een bal op zijn neus. Hij is en vormt de grote gouden kassa van ons volk dachten de mensen.
Diep in de nacht niet ver van het zilveren paleis kwamen mannen en vrouwen samen diep in het geheim in kringen rondom een tafel. Ze hieven zwaarden op en
hieven gezamenlijk deze zwaarden in de lucht en daarna sloegen ze de zwaarden zachtjes tegen elkaar waarbij geheime en sinistere plannen werden gesmeed om de goeie maar ook lelijke en voor hen onuitstaanbare prins te doden en de toverhond te stelen.

De toverhond moet in een zilveren hok van tralies op wielen door het rijk gereden worden en onze huizen in gereden worden en alles zal dan bij ons veranderen in parelmoer, in blinkend goud, in saffieren en diamanten dachten de mensen.,,En we laten hem likken met zijn tovertong aan al ons kroost en ze zullen veranderen in lieflijke prinsjes en beeldschone prinsesjes! En we hoeven nooit meer naar school te gaan en nooit meer naar de kerk dachten de mensen.

Bij deze boze gedachten gingen de mensen spontaan dansen van vreugde.De marktpleinen waar het gonsde van de geruchten over de prins zonder hart liepen
vol met lallende en schreeuwende en feestvierende burgers die zongen over hun nieuwe koningin ,de lieftallige prinses en een leven zonder de foeilelijke prins!
Oh de zieke oude goeiige koninginmoeder hoorde het niet,Nee ze mocht het ook niet horen van wat haar volk in het geniep schreeuwde!, En oh wat was dat hondje ook mooi! Hij leek op een witte poedel. Hij had een snuit
met eromheen allemaal zwarte stipjes. Zijn ogen waren van marmer leek het wel en zijn krullen witter dan kinderwolkjes aan de hemel. Zijn oortjes staken parmantig en oplettend omhoog als van een reejong. En van alle kindertjes hield hij. Hij at graag suikerklontjes uit hun hand.

Nu op een kwade dag zaten drie roofridders achter een boom en hadden het op het hondje gemunt. De arme foeilelijke prins die nooit sprak liet net zijn hondje uit.
Een grote man met brede schouders liep op de hond af en wilde hem stelen. Net toen hij zijn grijpgrage klauwen in de hond zette beet het hondje
hem diep in zijn handen.Bloeddruppels vielen in de koude aarde. De andere mannen vochten nu ook om de hond. De prins probeerde zijn hondje te verdedigen maar dat werd hem fataal bijna. Hij werd bewusteloos neergeslagen. Het hondje verdedigde baas en hemzelf. Een rover begon nu zo hard te trekken aan een achterpoot van het hondje dat het afbrak.

Met de toverachterpoot van het hondje al feestvierend vluchtten de rovers het bos uit. Sinds dit voorval moest het lieve toverhondje met nog maar drie pootjes al hinkelend door het leven.
En nu noemde iedereen hem Hinkepootje.

Schrijver: cornil, 5 nov. 2010


Geplaatst in de categorie: rampen

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 2.698



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)