Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De Italiaanse gast (3 minuten)

De achttien jarige student Armando uit L’Aquila een stad in midden Italië lag urenlang begraven onder het puin van hun, door de recente aardbeving ingestort huis. Door angst voor volgende aardschokken kan hij 's nachts niet slapen en de stress graaft zich steeds dieper in zijn geest. Bang voor blijvende schade sturen zijn ouders hem, op advies van de psychiater, naar Nederland, een andere wereld waar men geen aardbevingen kent. Om ver weg van de ruïnes de gebeurtenis te verwerken en nieuwe beelden in z’n geheugen op te bouwen als pleisters op oude herinneringen. Zo kwam hij via de organisatie voor gastgezinnen bij ons in het dorp.

Ik wil hem ter afleiding het typisch Hollandse polderlandschap laten zien en we fietsen de dichtbij gelegen Beemsterpolder in. Met verbazing kijkt hij naar het door ochtenddauw gewassen groene vlakke land met zijn rechte wegen en sloten. Het is alsof ik zelf de polder voor het eerst zie, ik zie hem door de ogen van de Italiaan en probeer kenmerken van het landschap te benoemen.

Mijn Italiaanse gast staat bij een oude vijf meter hoge zwart geteerde paal waarop strepen met jaartallen waar eens het water stond en weer zal staan bij dijkdoorbraak. Ik zeg, “we staan op de bodem van een binnenzee, vierhonderd jaar geleden ingepolderd en droog gehouden met vijftig watermolens. De grond ligt hier vier meter beneden de zeespiegel en met de golven erbij komt bij dijkdoorbraak het water boven de paal uit. In 1609 toen hij praktisch drooggemalen was sloeg een storm kilometers dijk weg en konden ze opnieuw beginnen; in 1612 was de polder gereed voor landbouw. Historisch moment, dit nieuwe land viert zijn vierhonderdste verjaardag”.

Hij houdt de paal tussen zijn handen en kijkt naar boven, leeft zich blijkbaar in hoe het ooit was. Ik raad zijn gedachten en zeg: “We hebben de waterhuishouding onder controle, geen inwoner maakt zich zorgen, de polder houdt al vierhonderd jaar zijn broek droog”.

De student merkt op: “Als het waterpeil in de zeeën stijgt door klimaatverandering wat dan?, jullie kunnen de dijken niet blijven verhogen”. “Je hebt gelijk”, knik ik, “We gaan als het zover is steden bouwen op duizenden drijvende aan elkaar gekoppelde betonnen caissons. De stad gaat met het waterpeil op een neer, waar je niets van merkt door de grote massa van de stad die stabiel is als een eiland”.

Die nacht kon Armando nog steeds niet slapen, ik hoorde hem door het huis zwerven. Zoals hij de volgende dag vertelde, speelde de aardbeving geen hoofdrol maar vocht hij zo gauw hij ging liggen tegen het geweld van water, steeds verdwijnt hij onder water en worstelt zich weer naar boven. Bij zonsopgang verdween de nachtmerrie en viel hij in slaap in de stoel voor de tv. Wij zijn in de keuken gebleven om hem niet te storen. Toen hij wakker werd, lachte hij alsof hij blij was en dat was hij ook.

Hij kwam voor verwerking van een traumatische ervaring naar Holland, dat bezoek had onverwacht succes. De gedachte aan een groen polderland, en een geschiedenis van vele watersnoodrampen heeft de angst voor aardbevingen deels begraven onder nieuwe indrukken en wijsheden en misschien plaats gemaakt voor polderfobie maar daar zit hij niet mee, polders kennen ze niet, de stad ligt hoog en droog in de bergen.

Hij lacht: “Ik hou het langer vol onder een ingestort huis als onder vier meter water. Ik besef dat elke streek gevoelig is voor specifiek natuurgeweld zoals: tsunami's; lawines; vulkanisme; zandstormen; tornado’s; woestijnvorming; regenwoud; hitte of kou, en realiseer mij dat de kans op bepaalde natuurrampen voor een streek een gegeven is, het overleven ervan zoals in mijn geval, blij moet maken en niet depressief, er is een deur open gegaan naar het relativeren, naar de wereld”.

Schrijver: Custor
Inzender: Janneke Koster Baas, 19 jan. 2011


Geplaatst in de categorie: rampen

2,8 met 4 stemmen 234



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)