Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Getergd genie

(voor Gustaf Fröding (1860 - 1911))

'Ik kocht mijn liefde (hoe duur!) voor geld - wat kon ik anders krijgen?' G.F.

Je moeder was de dochter van de bisschop van Karlstad, deze bisschop Agardh was zijn tijd dan ver vooruit of was hij soms een oud-katholieke gezaghebber? Die erkenden Rome niet, dus wellicht ook niet dat absurde celibaat, waar een doorsnee mens acuut krankzinnig van wordt. Je vader was een zeer rijke ondernemer, jij werd geboren op een herenhof, maar toen begon meteen het gedonder al, want je arme moeder kreeg niet lang na de bevalling een psychose en ernstige depressies, waardoor ze verpleegd moest worden en haar vrome vader maar kruisen slaan, de gevoelsarme marionet. Na zeven jaren verhuisden jullie naar Kristinehamm, waar je een redelijk onbekommerde jeugd had. Als veelbelovende jongeman ging je monter en vrolijk studeren aan de befaamde universiteit van Uppsala, maar na verloop van tijd kwam je in aanraking met radicale, politieke medestudenten, die zeer sinister waren over de huidige maatschappij. Je ging erin mee en je had dikwijls meningsverschillen met je conventionele vader. Op je twintigste ontmoette je de jonge schrijfster Selma Lagerlof, die twee jaar ouder was en met wie je een klein avontuurtje beleefde, maar groot genoeg om je te herinneren. Ze was helemaal idolaat van je Byron-achtige schoonheid en daarom was ze een makkelijke prooi voor jouw ongeremde vurigheid. Ja, het was ergens in een keurig theehuis en ze heeft je libido als eerste daadwerkelijk aangewakkerd. Daarna sloegen alle stoppen door. Op je een-en-twintigste stierf je vader en erfde je bakken vol geld en je ging je zonder universitair diploma geheel aan de literatuur wijden. Het geluk lachte je toe. Overmoedig en roekeloos kocht je dure flessen sterke drank en je begon wat humoristische werken te schrijven, ingegeven door je dronken lachbuien. Omdat je lustleven door dijkdoorbraken stuurloos alle richtingen opging, ging je bordeel in en bordeel uit, je zag in korte tijd meer hoeren dan menigeen in heel zijn leven. Zwaar dronken en erotisch op drift geslagen joeg je in twee jaar tijd je hele erfenis er doorheen. In 1889 werd je voor het eerst opgenomen in een psychiatrische inrichting, je alcoholmisbruik was een symptoom van een ernstige geestesziekte. Dat je door je moedermelk was vergiftigd, is natuurlijk klinkklare onzin, soms is het karma, soms is het niet anders. Je las er grote dichters als Goethe, Heine, Byron en Poe. Je schreef er je eerste dichtbundel 'Gitaar en trekharmonica'. Je leed aan een uitgehold eenzaamheidsbesef, beangstigende weemoed, bloednerveuze waanideeën, ingebeelde schuldcomplexen, ongecontroleerde zelfdestructie, talloze sociale angsten, voortdurende depressies en suïcidale neigingen, die je vermomde met liters wodka. Je onmacht om vrouwelijke liefde te vergaren nekte je. Je autistische overlevingsgewoonten ervoer je als een goddelijke doem. Toch vond je ergens de oerkracht om van de nood een deugd te maken en zo schreef je maar voort aan je heilige, bevrijdende, genade-verlenende poëzie. Je zat een aantal jaren in een Noorse gevangenis, in Lillehammer, waar je weer een dichtbundel wist te schrijven. Ze ontdekten ook daar wel dat je eigenlijks in een inrichting thuishoorde, waardoor je eindelijk veel vrienden maakte. Daarna werd je nogmaals vervolgd vanwege onzedelijke passages in een boek, maar je werd natuurlijk vrijgesproken, want de zaak was door kritische kerkmensen opgeblazen. Ene Ida wilde met je trouwen en je naar een Hollandse psychiater sturen, de heer Van Eeden, die zeer integer de psycho-analyse hanteerde, maar afgezien van een aantal keren sex, moest je verder niets van haar hebben. Je binden aan een vrouw, dat was wel het allerlaatste wat je zou doen. Je had een grote sympathie voor de uitgestotenen en de zwakken, de zieken en de anders-zijnden, dat stimuleerde je om door te schrijven. Misschien toch wat van je opa van moederszijde meegekregen. De laatste jaren van je zware dichtersleven verbleef je in Villa Gröndal te Stockholm, geplaagd door diabetes en een nooit overwonnen alcoholisme. Bacchus maakte een dikbuikige sater van je, maar allez, je poëzie behoort inmiddels tot de grootste op aarde. Tenslotte werd je uiterst liefdevol verzorgd door je privé-verpleegster Signe Trotzig, een zeer mooie, jonge verpleegster met een zuivere uitstraling. Je was hartstikke verliefd op haar en zij koesterde naast haar eerbied ook een zekere verliefdheid voor jou, zoals koning David op latere leeftijd door jonge vrouwen getroost werd. Daarom, het is begrijpelijk dat zij soms naast jou sliep en dat er het een en ander aan vooraf is gegaan, op de valreep van je getormenteerde leven vond je toch nog de broodnodige troost, die je je hele leven had nagejaagd. Je stierf door de combinatie van alcoholverslaving en diabetes. Het was de zwaarbedroefde Signe, die jarenlang trouw een bosje bloemen op je graf gelegd heeft en die daar op onbewaakte momenten jouw gedichten met trillende stem voordroeg.

Schrijver: Joanan Rutgers, 13 aug. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

4,0 met 1 stemmen 53



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)