start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (130)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (133)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (60)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5380):

TREINREIS

Het is al vrij druk als ik in Leiden in de trein stap. Omdat ik nogal claustrofobisch ben aangelegd, probeer ik altijd een plekje vlakbij de uitgang te bemachtigen. Als ik het treinstel binnenkom, zijn er links vlak naast de ingang, gelukkig nog twee plaatsen vrij. Het zijn krappe plekken, maar als ik die aan het gangpad neem, kan ik mijn benen strekken en voel ik me niet zo opgesloten. Maar achter mij is iemand met grote haast binnengekomen, die kennelijk hetzelfde idee heeft. Hij botst tegen me aan en dwingt me daardoor bijna om door te lopen, zodat ik ingeklemd tussen hem en het raampje kom te zitten, terwijl hij zelf op de door mij begeerde plek plaats neemt. Als we een tijdje rijden, kijk ik naast me om te zien wie mijn medepassagier is. Het blijkt een nog jonge man van rond de dertig met een Arabisch uiterlijk te zijn. Hij is kennelijk nerveus en zit voortdurend aan de weekendtas op zijn schoot te plukken, draait onrustig rond, en kijkt om de haverklap op zijn horloge.

Op station Schiphol stroomt de trein helemaal vol. Ik ben het allemaal niet meer zo gewend, en voel me een beetje een provinciaal in deze Randstedelijke drukte. Als er een Nederlandse man naast me was komen zitten, had ik waarschijnlijk al lang een ander plaatsje opgezocht, of was desnoods gaan staan. In dit geval ben ik bang, dat het misschien uitgelegd zou kunnen worden als discriminatie en dit wil ik tot elke prijs voorkomen. Bovendien houd ik mezelf voor dat ik geen vooroordelen moet hebben, en me niet zo moet laten beïnvloeden door berichten op het nieuws over eventuele aanslagen door extreme moslims.
Maar toch, het feit dat ik hier ingeklemd in een hoekje zit, draagt er niet toe bij, dat ik me erg op mijn gemak voel.
Mijn bezorgdheid neemt alleen nog maar toe, als hij zijn telefoon pakt en een uitgebreid gesprek in het Arabisch voert, waarin regelmatig Station Amsterdam Zoet voor komt
Hij zal wel Amsterdam Zuid bedoelen; het zakencentrum van Amsterdam, met zijn banken en andere financiële instellingen. Dat zou wel eens een perfecte plek voor een eventuele aanslag kunnen zijn!
Als we station Duivendrecht binnen rijden, kijkt de man naast me nerveus om zich heen en vraagt me of dit Amsterdam Zoet is.
Hoewel ik intussen behoorlijk zenuwachtig ben geworden en hem graag uit zou zien stappen, blijf ik beleefd, en zeg dat het de volgende halte is. Even overweeg ik nog om zelf uit te stappen en een volgende trein te nemen, maar dat gaat me toch een beetje te ver.
Als we even later station Amsterdam Zuid naderen gebeurt er, waar ik al die tijd voor heb gevreesd.
Plotseling klinkt er een luid Arabisch gezang naast me. Zoals we dat kennen, wanneer er vanaf een minaret opgeroepen wordt tot het vrijdagmiddag-gebed. Het galmt door de trein en iedereen in onze wagon kijkt verschrikt op.

Ik sluit mijn ogen en wacht op de klap, die nu ongetwijfeld komen gaat. Het valt me op, dat ik eigenlijk heel rustig ben. Er gaan de gekste gedachten door mij heen, Zo vraag ik me af me af, of ik net als de martelaar naast me in aanmerking zal komen voor 72 maagden.
Omdat ik zo dicht bij de ontploffing heb gezeten en de man naast me niet onvriendelijk heb bejegend, zou ik toch op zijn minst een graantje mee moeten kunnen pikken. Aan de andere kant moet ik er niet aan denken, wat moet ik in Allah’s naam met 72 maagden, dat kan ik nooit aan. Twee of drie zou wat mij betreft ook al heel leuk zijn.
Omdat het gezang naast me ophoudt en er geen ontploffing volgt doe ik voorzichtig mijn ogen weer open. Net op tijd om te zien, dat de man zijn telefoon opbergt. Kennelijk, heeft hij zojuist zijn ringtoon uit gezet. Hij pakt zijn spullen bij elkaar. Knikt me nog even vriendelijk toe en verlaat de trein, want we zijn op station Amsterdam Zuid aan gekomen.
Als we weer verder rijden, doe ik net of ik iets laat vallen en kijk snel even onder zijn stoel of er geen explosieven verborgen zijn. Je kan immers nooit weten.

Schrijver: frans brugman, 02-10-2014


brugmanfransathotmail.com


Geplaatst in de categorie: actualiteit

Deze inzending is 112 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:02-10-2014
Bericht:Zeer vermakelijk, humoristisch en spannend geschreven. Geweldig hoe je de collectieve angst voor bomaanslagen door doorgedraaide, extremistische moslims weet te typeren. Een perfecte balans tussen actuele angstbeleving en humoristische ingevingen.
Je hebt me echt doen schuddebuiken van het lachen! Zo goed geschreven, dat zelfs moslims er om kunnen lachen!... Je bent echt een brugman, een bruggenbouwer!


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)