Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6667):

Er heerst veel blabla in Blaricum

Met haar bloemenboek 'Nauwkeurige observaties' heeft de hooglerares biologie Iris Akelei internationale roem verworven. Dat ze zelf ook een bijzonder mooie bloem is, weet ze maar al te goed en dat buit ze dan ook zoveel mogelijk uit. Wanneer ze haar strakke, leren broek draagt, dan weet haar man Joris Juffermans wel weer hoe laat het is. Tijd voor zijn geliefde vriendin om de bloemetjes buiten te zetten en op mannenjacht te gaan. 'Je lijkt Olivia Newton John uit 'Grease' wel!', complimenteert hij haar, 'als ik niet op kerels zou vallen, dan zou ik er helemaal voor gaan!'. 'Vind je mijn kont nog sexy gevormd?', vraagt Iris, terwijl ze als een Braziliaanse vrouw met haar billen schudt. 'Voor een lijntje geef ik antwoord!', zegt Joris, die zenuwachtig met een rietje speelt. 'Pak maar!', antwoordt Iris, 'als je nog maar wat overhoudt voor mij!'. 'No problem, hot lady, the party goes on!' 'Nederlands graag, Joris, niet dat vervloekte Engels, want die eigengereide eilandgasten kunnen de pot op!' 'Doe nou een keer geen opvulling in je BH en laat ze lekker BH-loos los zwabberen!' 'Vind je dat kunnen?' 'Meid, als iemand dat kan hebben, dan ben jij het!' 'Zijn ze niet te petieterig dan?' 'Die van jou? Kom nou! gewoonweg perfect zeg ik je, maar geef ze de ruimte en verstik ze niet!' 'Okay, baas, ga je mee?' 'Jazeker, het naaktstrand wacht!' 'Maar wel bij me blijven hé?' 'Zeker, schat, geen probleem!'. Terwijl zij nog even alle deuren checkt, start Joris alvast zijn BMW. Haar huis aan de Torenlaan 65 in Blaricum ziet er picobello uit en ze grist nog gauw even een fles witte wijn mee.

Terwijl ze wegrijden, gluurt buurvrouw Chloé Koudijs ijskoud naar haar. Ze kijkt precies door een spleet in de gordijnen. 'Zie je wel, daar gaat ze weer, alweer met een andere man en opgedirkt als een ordinaire straathoer!', bekt Chloé tegen haar man Koert Koudijs, die met zijn pantoffels aan de NRC zit te lezen. 'Laat die vrouw toch, lieveling, wij wonen op nummer 67 en ver genoeg van haar af!' 'Je zou jezelf eens wat meer om de buurt kunnen bekommeren, wijsneus, met je stupide clichés!' 'Volgens mij ben je jaloers op haar?' 'Jaloers? há, waarom zou ik?' 'Vanwege al die mannen bijvoorbeeld!' 'Maar, tijger, ik heb jou toch!' 'Ik ben te Freudiaans onderlegd om daar in te stinken, wilde panter!' 'We hebben elkaar getemd, maar we zijn nog geen fossielen!' 'Je bent anders hard op weg om een gluurfossiel te worden!' 'Dank je wel, maar zeg nou zelf, dat mens past toch helemaal niet in onze wijk!' 'Lijkt ze misschien op ma Flodder?' 'Nee, eerder op die dochter van haar, die Tatjana nog wat, maar dan zonder riante voorgevel!' 'Waar jij al niet op let!' 'Het is de vijfde, andere man, waar ze deze week mee weg gaat!' 'Mischien collega's van haar werk!' 'In ieder geval erg flamboyante types, gigolo's als je het mij vraagt!' 'Nou en? Die vrouw houdt van variatie en wellicht betaalt ze daar grof voor, komaan zeg Chloé, laat dat mens toch!' 'Volgens mij vinden daar allemaal orgiën plaats en is zij gewoon een dure hoer!' 'Hoe kun je dat nou denken? Tijdens onze kennismaking vond ik haar zeer beschaafd overkomen en ze schonk heerlijke koffie!' 'Man, ze bood zichzelf bijna aan, inplaats van die aardbeientaartjes met slagroom!' 'Daar heb ik echt niets van gemerkt!' 'Omdat je jouw bijziende ogen in je broekzakken verstopt, naïeve, verstrooide universiteitsprofessor!' 'Waarom geloof je haar nou niet? Ze is echt een hooglerares in de biologie, ik kan het je zo laten zien, ze is zelfs wereldberoemd!' 'En dat geloof jij allemaal maar, mán, wat ben jij goedgelovig!' 'Zal ik het je laten zien>' 'Nee, liever niet, ze zal wel de identiteit van iemand anders hebben gepikt, daar zijn zulke sloeries goed in!' 'Zelf maar weten dan!'.

Op het naaktstrand heeft Iris veel bekijks van de omliggende mannen, die bijna allemaal hun erecties verbergen, wanneer zij haar strakke broek naar beneden trekt. Een slipje draagt ze meestal niet. Joris smeert haar stevige borsten in en hij plant een parasol naast de handdoeken. Zo'n dertig meter verderop ligt een veertiger op zijn rug te zonnen. Hij kreeg meteen een strandpaal toen hij Iris naakt zag. Hij doet geen moeite om dat te verbergen, integendeel zelfs, hij kan de piratenvlag wel hijsen. Soms kijkt hij even schuin naar achteren om zijn opgewondenheid extra te voeden. Zijn zonnebrilglazen hebben een gouden glans. Ook al zie je zijn ogen niet, je voelt hem kijken. Zodra hij niet kijkt, loert Joris vol spanning en vreugde naar zijn fiere flierefluiter. Iris kijkt naar de reactie tussen de benen van Joris. 'Volgens mij heb je beet!', zegt ze lacherig, 'ook al staat je dobber rechtop!'. 'Ik denk dat ik maar even een duik ga nemen!', zegt Joris, 'Ga je mee?'. Samen rennen ze naar de aanstormende golven en duiken ze in iedere, hoge golf. 'Hmmm, lekker koel!', zegt Iris, 'precies goed op zo'n hete dag!'. Iris is als de dood voor kwallen en krabben, waardoor ze heel voorzichtig haar voeten verplaatst. Wanneer ze iets vreemds voelt, krimpt ze van afschuw in elkaar. Door de kou zijn haar tepels hard geworden en is de penis van Joris richting de garnaalstand gegaan. Hun hoofden prijken nog net boven het Noordzeewater uit. 'Kijk, hij ligt daar nog steeds te showen!', zegt Iris. 'Zullen we hem nat spetteren?', zegt Joris, 'terwijl we hard langs hem rennen!'. 'Dat durf je niet!' 'Zul jij zien!'. Tijdens het terug sprinten, weet Joris inderdaad wat druppels op de dromende veertiger te spetteren. Enkele seconden later kijkt hij verschrikt om zich heen. Joris zwaait naar hem. Iris ook en hij zwaait gelukkig vriendelijk terug. Even later drinken Iris en Joris samen de wijnfles leeg en smullen ze van de paprikachips. De veertiger neemt eindelijk ook een duik en hij keert met een gekrompen onderdaan terug. Iris en Joris zwaaien nog een keer naar hem, terwijl ze door het warme zand richting de duinen lopen. 'Niet jouw type?', vraagt Iris. 'Het jouwe soms?', reageert Joris en ze lachen beiden als kinderen zo blij. Ze weten immers van elkaar, dat ze beiden geen behoefte aan een vaste relatie meer hebben, deels uit ervaring, deels uit angst, deels uit geruststelling.

'Daar is ze weer!', roept Chloé, 'wacht eens, o nee, het is toch diezelfde man, wat een vertoning zeg, en nu zeker weer de hele nacht beesten en drugs gebruiken!'. 'Mens, wind je toch niet zo op!', zegt Koert, 'laten we een ijsje gaan eten! Misschien is ijssalon De Hoop nog open!'. 'Ik heb toch graag dat jij vannacht even gaat polsen wat daar allemaal gaande is!', zegt Chloé op een stuurse toon. 'Waarom zou ik?' 'Omdat ik het vraag en omdat ik anders geen oog dicht doe!' 'Dan neem je een slaappil!' 'Ja, of een fles gin, sukkel, snap het nou, die vrouw deugt voor geen meter en dat straalt af op de buurt, de waarde van ons huis keldert zienderogen!' 'Vergeet je niet dat we morgenochtend naar de kerk gaan?' 'Dat kan er evengoed wel om, ga nou eens polshoogte nemen, man, jouw vader was toch kolonel bij de mariniers? Nou, die had zoiets meteen gedaan!' 'Onzin! Die liet zich echt niet door zoiets onzinnigs uit de tent lokken!' 'En als ik het jou nou eens heel lief vraag?', zegt Chloé, die met haar hand over zijn kruis streelt. 'Chantage, dame, daar doe ik niet aan mee!' 'Dan doe ik het zelf wel!'. 'Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten!', waarschuwt Koert, 'het lijkt mij geen goed idee, maar je moet het zelf maar weten!' 'Godsamme, lafaard, wil je soms naast een bordeel wonen? Naast een getikte hoerenmadam?' 'Je ziet spoken, schat, maar ik ga naar bed!'.

Rond middernacht ziet Chloé de auto van de zogenaamde minnaar wegrijden. Ze glipt meteen via een achterdeur naar de enorme, schaarsverlichte tuin. Ze heeft een fotocamera en een dikke hamer bij zich. Niet om te timmeren, maar om zichzelf eventueel te verdedigen. Bij de buurvrouw branden de lichten in het overdekte zwembad. Chloé sluipt behoedzaam naderbij en ze kijkt haar ogen uit. Iris zit langs de rand van het zwembad en ze spartelt met haar sierlijke benen in het blauwe water. Door de witte zuilen lijkt het net een Italiaans lustoord. Iris drinkt rechtstreeks uit een groene wijnfles en ze rookt een geestverruimende plant. Op een schotel liggen enkele lekkernijen, waar ze zo af en toe wat van neemt. Het naakte lichaam van Iris maakt Chloé, die zwaargebouwd en ingezakt is, stinkend jaloers. 'Van al dat geneuk blijf je lekker slank hé, teringwijf, maar ik heb jou wel door, vuile slet, ik weet wel hoe jij je geld verdient!', denkt Chloé kwaadaardig. Als een bezeten heks loopt Chloé via de openstaande achterdeur naar binnen en gluurt ze naar alles wat verdacht is. In de gang richting het zwembad ligt de strakke broek van Iris. Ze ruikt eraan en ze meent honderden mannen te ruiken. 'Allemaal gevallen voor die vreselijke bitch!', denkt ze. Via de kier in de deur gluurt ze naar de op haar rug zwemmende Iris. De haat en de walging stijgt tot grote hoogte. 'Daar dobbert de totale verloedering!', denkt ze, 'daar heb je die door de duivel bezeten hoer!'. Chloé gaat aan het einde van het zwembad zitten, wachtend tot Iris niets vermoedend naar haar toe zwemt. Zodra Iris bij haar is, slaat ze haar met de dikke hamer keihard op haar hoofd. Meerdere keren. Het bloed vermengt zich met het zwemwater en Iris zinkt naar de bodem. Even is er een opleving en komt zij weer boven water, maar Chloé slaat haar daarna definitief naar de bodem. Na een tijdje komt Iris morsdood boven drijven en maakt Chloé daar foto's van. 'Het bewijs van mijn overwinning!', mompelt ze. In een razend tempo vlucht ze naar haar huis terug.

De volgende ochtend zitten Iris en Koert in een stijve kerkbank in de Nederlands Hervormde Kerk aan de Torenlaan 16, op loopafstand van hun eigen huis. 'Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand!', zingen de kerkleden. Terwijl de dominee over het belang van vergeving predikt, raast er een politie-auto met sirene voorbij. Chloé kijkt Koert met angstige ogen aan en ze pakt zijn hand ineens stevig beet. De dominee bidt het 'Onze Vader' en terwijl hij 'en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven!' zegt, lopen er twee agenten naar voren. Één van hen kent het echtpaar Koudijs heel goed en hij loopt naar hen toe. 'Mevrouw Koudijs, is dit uw fotocamera?', vraagt hij. Chloé knikt. 'Verdomme, dat ik die verloren ben!', vloekt ze. 'Wilt u met ons meekomen, want wij arresteren u vanwege de moord op uw buurvrouw Iris Akelei!'. De dominee en de meeste kerkleden kijken verbijsterd voor zich uit. Er valt een speld en Koert ondersteunt zijn vrouw naar de politiewagen. 'Ik deed het alleen maar voor de buurt, ik deed het voor ons allen, verdomme nog aan toe, ik heb ervoor gezorgd dat het hier geen ordinaire hoerenbuurt wordt!', krijst Chloé over de Torenlaan. De diepontroerde dominee sluit de kerkdeur om zijn gemeente ondersteunend toe te spreken. 'Laten wij bidden voor onze zuster in de Heer, mevrouw Chloé Koudijs, die al zolang als een goed gemeentelid in ons midden is en die nu voor een vreselijke beproeving is komen te staan!', vergoelijkt de dominee met goede bedoelingen, ''Gij zult niet doden!' zegt onze God en dat is ook zo, maar het was Jezus, die zelfs de moordenaar aan een kruis naast hem wist te vergeven, laten we dat in gedachten houden!'. 'Wie heeft zij doodgemaakt, mama?', vraagt een kind ineens luid en duidelijk.

Schrijver: Joanan Rutgers
27 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

5,0 met 1 stemmen 37



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)