Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6703):

Dikke Mien op de scooter

Ze rijdt wat heen en weer, die dikke Mien Achterbuurt. Haar stinkende scooter maakt een vreselijke herrie, maar daar zit zij niet mee, want haar gehoor was al tijdens haar geboorte volledig afgestompt en verfijning is niet aan haar besteed. Bovendien houdt ze van dat verdovende geknetter en die rookwolken uit de roestige uitlaat. Op de scooter waant ze zich heer en meester of tenminste iemand met wie men rekening moet houden, al is dat nergens op gebaseerd. De meeste mensen walgen van haar lawaai-overlast en de wanstaltige aanblik van haar monsterlijk dikke verschijning. De scooterbanden kunnen het gewicht nog maar net verdragen. Zonder die scooter zou ze al die stompzinnige boodschappen van haar lopend moeten doen en zou ze zichzelf als een log gedrocht voortbewegen. Gezien alle overlast die zij andere mensen bezorgd, zou een scooterloos leven een welverdiende therapie voor haar zijn, maar zij gruwelt natuurlijk van de benenwagen en de anonieme stilte, die dat met zich meebrengt. Hoe moet ze anders al die slanke en gezonde mensen irriteren. Ze is te laf om haar boosheid rechtstreeks te uiten, dus doet ze dat via haar brutale scooter, wat nog steeds een legaal afreageermiddel is. Ze is een dikke treiterkop en dat wil ze graag zo houden. Ze zwaait alleen naar op benzine rijdende scooterrijders en ze heeft de pest aan milieuvriendelijke, elektrische scooters, die vaak door nette, vooruitstrevende mensen worden bereden. Dikke Mien scheurt ook graag door de plassen, wanneer ze daar argeloze voetgangers mee nat kan spetteren. Daar gedijt haar permanente wraakzucht bij. Ze wil door niemand worden afgeremd, want dan wordt ze opstandig en kwaadaardig. Ze heeft ze het grootste gedeelte van de stadsbewoners de huid al vol gescholden. Omdat mevrouw even moest afremmen, wat haar niet zinde. Indien haar scooter niet rookt, dan rookt ze zelf wel, aan één stuk door en met een boze, verbeten, verbitterde en holle blik, alsof iedereen speciaal tegen haar is en zij iedereen moet zien te vervloeken. Zij spuugt op iedereen, die het beter voor elkaar heeft, dan zij zelf en dat is bijna iedereen. Met opgeheven strijdbijl waggelt zij door de supermarkten op jacht naar vette diepvrieshappen en tweederangs bierblikken in de aanbieding. Dat slingert zij dan tussen haar dikke benen op haar dominante, fascistische strijdkar. Tijdens het starten laat zij het liefste zoveel mogelijk stinkende rook en knetterherrie achter. Serene en harmonische sferen weet zij in een mum van tijd tot chaotische, onrustige en agressieve sferen om te buigen. Ze geniet intens veel van die macht en het mooie is, dat niemand er wat van kan zeggen, want op een scooter de beest uithangen mag gewoon. Dat niet alles wat legaal is ook humaan en milieuvriendelijk is, komt niet in haar op. Dikke Mien jakkert van supermarkt naar supermarkt om haar vetzucht te bevredigen en om haar kindertrauma's eronder te houden. Haar ouders hadden altijd een knetterende ruzie en zij zagen haar nooit staan. Tering nog aan toe, wat was zij boos op haar ouders geweest! Maar dat heeft zij uit angst nooit geuit en ze is het weg gaan eten, waardoor ze alsmaar dikker werd, dik van woede. Vervolgens werd zij door haar dik-zijn gepest en afgewezen, wat haar verdrietig maakte, maar vooral steeds bozer. Nu knalt zij bijna uit elkaar van boosheid en moeten onschuldige mensen eronder lijden, ervoor boeten. Maar Dikke Mien beseft dat allemaal niet en zij wil dat ook niet beseffen, nee, liever raast zij maar door en koestert zij haar illusionaire vijandsbeelden. Het wegeten, wegroken en wegklieren zijn haar enige houvast. Daarachter schuilt de gapende, vreeswekkende leegte, die zij koste wat het kost op afstand houdt. Zij heeft helemaal niks met de natuur, omdat zij dag en nacht achter de beeldbuis zit en milieuverdedigers grote leugenaars vindt. Ze kan niet van bloemen houden, omdat er nooit een man in haar leven is geweest, die haar een bos bloemen gaf. Ze zit gevangen in een verrotte cultuur, die op instorten staat. Het zal Mien's tijd wel duren. Dikke Mien jakkert lekker door, zolang haar scooter staande blijft, maar op een dag zal het noodlot zeker toeslaan en zal Dikke Mien met net iets teveel bier op ergens dodelijk onderuit gaan of ergens in een sloot verzuipen. Dan zal de tragiek van die nutteloze lastpak eindigen.

Schrijver: Joanan Rutgers
18 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: psychologie

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 34



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)