Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De verkrachting op de Grote kerk in Dordrecht

De slanke, hoogst aantrekkelijke lerares Nederlands Bathilde van den Vondel geeft al ruim tien jaar les aan het Johan de Witt-gymnasium op het Oranjepark 11 in Dordrecht. Zij doet dit met veel genoegen en charme, ook omdat de sfeer onder haar collega's uitermate amicaal is. Zij kan het ook goed met de rector Wilfried Ekster vinden, die als openlijke vrouwengek geregeld complimenteuze opmerkingen aan de vrouwelijke docenten uitdeelt. Gezien de preutse, huichelachtige, puriteinse tijdsgeest natuurlijk net binnen de lijnen en met zo min mogelijk onnodige aanrakingen, geheel volgens de alom heersende smetvrees. Omdat Wilfried best een knappe kerel is, probeert Bathilde grensoverschrijdende en erotisch gekleurde aanrakingen bij hem uit te lokken, maar daar trapt hij vooralsnog helaas niet in. Hoezeer ze ook met haar strakke billen heen en weer beweegt, hij zal het niet wagen om ook maar één pink uit te steken. Zijn functie als gymnasiumhoofd is hem net even te lief. Bathilda baalt daar ontzettend van, maar zij heeft zich neergelegd bij dit eindeloze voorspel tussen Wilfried en haar. Het is inmiddels allang een ingesleten toneelspel geworden, waarbij beiden de ernst ervan ontkennen. Jazeker, Bathilda ook en zij is in stilte nog veel meer verliefd op de leraar geschiedenis Diederik Vossius, iets wat zij op een perfecte en geslepen wijze geheim weet te houden. Diederik woont helemaal alleen in het grote, statige huis op de Grotekerksbuurt 16, waar hij een werkelijk zeer imposante bibliotheek vol geschiedenisboeken heeft. Volgens haar collega, de lerares Frans Odilgard Edelhart, is Diederik nooit getrouwd geweest en heeft hij waarschijnlijk ook nooit een duurzame relatie gehad. 'Hij is met de geschiedenis getrouwd!', zei Odilgard, 'iemand, die zozeer in het verleden leeft, die kan natuurlijk geen aansluiting met het heden vinden, laat staan met de huidige vrouwen van vlees en bloed!'. Juist deze fuik van het gedoemde kluizenaarschap fascineerde Bathilde en het maakte haar stille aanbidding nog groter. Ze ziet hem geregeld in de prachtige gangen met hun gezellige JdW-gevoel en dan probeert ze hem met uiterst subtiele verleidingskunsten te versieren, maar de dolgedraaide zweefmolenplakker wil maar niet happen. Steeds wanneer zij even met elkaar in gesprek gaan, wijdt hij weer enorm uit over één van zijn vele, favoriete geschiedenisonderwerpen. 'Het lijkt wel alsof hij die geschiedeniskennis als een schild tegen mijn vrouwelijke verleidingen gebruikt!', denkt zij vaak zwaarmoedig. Voor Diederik is Bathilde gewoon één van zijn vrouwelijke collega's met wie hij het aardig kan vinden. Zodra Bathilde interesse voor zijn geschiedeniskennis toont, veert hij op en beginnen zijn ogen te twinkelen. Een beetje zoals de vastgeroeste knorrepot Maarten van Rossum bij De Slimste Mens, wanneer die met zijn belletje rinkelt en hij uit zijn enorme, historische reservoir mag grabbelen. Diederik heeft totaal niet door, dat het Bathilde om hem gaat en niet om zijn geschiedenisverhalen. Zij speelt haar interesse voor zijn geschiedenisverhalen om maar zo lang en dicht mogelijk bij hem te kunnen zijn. Dan geniet zij van zijn mannelijke parfum en zijn zwarte baardstoppels. Dan wil zij hem het liefste direct om de hals vliegen, maar zij beseft nog net, dat zij hem daarmee voorgoed van zich af kan stoten. Daar zou hij veel teveel van schrikken. Dus blijft ze haar verleidingskunsten langzaam opbouwen, al wordt dat 'langzaam' haar vaak wel ondragelijk. Haar lichaam hunkert zo enorm veel naar hem en het is niet echt vrouw-eigen om het lichamelijke te ontkennen. Hoe dan ook, morgen heeft zij wel weer eens een afspraak met Diederik en zullen zij een middagje samen zijn. Diederik denkt vanwege zijn vriendschappelijke geschiedeniskennis en zij heeft het gevoel alsof heel Dordt samen met haar feest gaat vieren, omdat hij eindelijk voor haar onweerstaanbare charmes zal zwichten. Volgens haar heeft heel Dordt de rood-wit-blauw-vlaggen al klaar staan. Die nacht doet ze de hele nacht nauwelijks een oog dicht. Ze ligt maar te woelen in haar schattige Huis met de Schelp op de Binnen Walevest 22.

'O, mijn God, hij staat er al!', denkt Bathilde, wanneer ze het bronzen standbeeld van Dirk IV nadert. Na een vormelijke handdruk begint Diederik meteen te ratelen. Hij zegt: 'Kijk, dit hier is een prachtig standbeeld van de ongelukkige Dirk IV, die nabij Dordrecht is vermoord en wel door de soldaten van de bisschoppen van Metz, Luik en Utrecht. Jan de Haas heeft dit gedenkmonument schitterend gemaakt, maar Dirk IV zelf was, zoals ik al zei, een tragisch figuur!'. Bathilde probeert de slaap uit haar ogen te wrijven en zij geniet van zijn donkere en enthousiaste stem. 'God, kerel, wat wil ik jou graag beminnen!', denkt zij half-wakker. 'Dirk IV stamt af van de Friese graaf Dirk I, oftewel Thidericus Fresonie, die met Gerberga van Hamaland was getrouwd. Hun zonen waren Dirk II en Gerulf. Dirk II was met Hildegard van Vlaanderen getrouwd, met wie hij vier kinderen kreeg, waarvan Aarnout en Erlindis later in de Abdij van Egmond zijn begraven. Dirk I, Gerberga, Dirk II, Hildegard, Dirk III en Floris I zijn ook in de Abdij van Egmond begraven. Dirk I was graaf van het graafschap Holland en de stichter van de Abdij van Egmond. In het begin was dat een nonnenklooster.'. 'Jeetje, wat interessant zeg, maar zullen we eerst ergens wat gaan drinken, want ik lust wel wat, wat jij?', zegt Bathilde een tikkeltje onrustig. Eenmaal in Café The Hide Away vervolgt Diederik zijn verhaal over de Dirken. 'Kijk, die oude Abdij van Egmond is door de watergeuzen verwoest en geplunderd. Die watergeuzen waren gewoon brute zeerovers, net als de Noormannen, en de leider Diederik Sonoy, ja grappig, een naamgenoot, nou, die Sonoy sloot een verbond met Willem van Oranje en samen gingen ze nog verder op hun roverspad. De Universiteit van Leiden, waar ik gestudeerd heb, is opgericht door de geroofde buit uit de Abdij van Egmond, iets waar ik zeker niet trots op ben, maar goed, die Sonoy overleed in de borg Dijksterhuis bij Pieterburen, waar zijn dochter Emmerantia met haar man, de borgheer Luiert Manninga, woonde. Emmerantia was de dochter, die hij samen met zijn eerste vrouw Maria van Malsen kreeg. Zijn tweede vrouw was Johanna de Mepsche. Sonoy is in de Petruskerk in Pieterburen begraven, net als zijn vrouw Johanna de Mepsche.'. 'Wat weet jij toch veel en wat is het allemaal boeiend!', zegt Bathilde, terwijl zij een slok van haar dampende koffie neemt. 'Ach, je bent geschiedenisleraar of je bent het niet!', antwoordt Diederik vol trots. Hij weet haar ook nog te vertellen dat het timpaan van Egmond uit 1130 zich in het Rijksmuseum bevindt, iets wat hem als historicus tegen de borst stoot, daar hij vindt, dat dat timpaan in de huidige Abdij van Egmond behoort te zijn. Bathilde zegt, dat zij dat ook wel vindt en zij slurpt deftig aan haar koffie, met de pink omhoog. 'Maar je weet natuurlijk zelf ook genoeg over de geschiedenis van Dordrecht!', zegt Diederik, 'want je woont er immers zelf al jaren!'. 'Dat klopt, maar dat van die Friese graven wist ik niet en bovendien vertel jij het allemaal zo mooi!', zegt Bathilde met smoorverliefde ogen. 'Zullen we dan nu maar meteen een pint bestellen?', zegt hij. Hij mist alle voelsprieten om haar verliefdheid te signaleren. 'Nou, doe mij dan nog maar een bakje koffie!', zegt zij een beetje teleurgesteld, omdat hij maar niet wil bijten. Diederik steekt zijn arm in de lucht en hij vraagt de ober om een nieuw bakje koffie en een Affligem tripel.

Bathilde en Diederik lopen via de Dolhuisstraat naar de Grote Kerk, waar ze naar binnen gaan. 'Wat een lekker strak kontje heeft hij toch!', denkt Bathilde, die achter hem aan loopt. Na het kopen van twee tickets beginnen zij aan de klim van de eeuwenoude kerktoren. 'Het zijn 275 traptreden!', zegt Diederik, 'als we bij iedere trede een weesgegroetje bidden, zijn we bovenop de toren heilig!'. Na iets van 100 treden zegt Bathilde: 'Diederik, ik wil je graag iets vragen!'. Diederik staat stil en hij draait zich om. Zij kijkt naar hem op en zij zegt: 'Weet je nu echt niet dat ik hartstikke dol op jou ben?'. 'Dol? Wat bedoel je, edele jonkvrouwe?' 'Ik bedoel, ridder Diederik, dat ik ontzettend veel van jou houdt en dat ik jou graag wil kussen!' 'Dat lijkt me niet verstandig, lieve Bathilde, we zijn vrienden en daar wil ik het graag bij houden, bovendien reikt mijn intentie niet verder dan dat!' ''Jouw intentie? Godver zeg, jij durft! Sta ik hier mijn liefde voor jou te verklaren en bazel jij wat over jouw intentie!' 'Inderdaad, Bathilde, het is niet mijn intentie om met jou over de vriendschapslijn te gaan!' 'Vind je mij niet aantrekkelijk dan?' 'Dat doet er verder niet toe!' 'Nee dus, anders zou je het wel zeggen!' 'Bathilde, jij bent een zeer elegante en beeldschone dame, maar ik heb die klik nu eenmaal niet met jou!' 'Intentie, klik, je probeert er gewoon onderuit te komen hé, volgens mij durf jij een vrouw niet eens aan te raken, volgens mij ben jij nog nooit met een vrouw intiem geweest!' 'Krijgen we dat weer, ook dat klopt niet, Bathilde, want wat ik tijdens mijn studententijd allemaal heb uitgespookt, dat wil je niet weten!' 'Juist wel, vertel maar op dan!' 'Daar ga ik jou en mijzelf nu echt niet mee vermoeien, want deze klimtocht is al vermoeiend genoeg!' 'Je weet de boel handig te omzeilen!' 'Ik omzeil helemaal niets, ik wil jou alleen maar duidelijkheid verschaffen!' 'Dat komt dan behoorlijk hard aan, weet je?' 'Sorry, maar het is zoals het is!' 'Je liegt dat je barst, Diederik, ik heb je heus wel naar mijn borsten zien loeren!' 'Daar ben ik niet de enige in en dat weet jij maar al te goed!' 'O, dus dat is een soort oogafwijking bij de heren?' 'Zo kun je het inderdaad wel stellen, ja!' 'Lekker dan al die lekker makende loerblikken die dus nergens op slaan!' 'Vrouwen zijn net zo mysterieus voor mannen als andersom!' 'Loop nou maar door, want ik wil graag adem happen en uitwaaien!' 'Het is hier wel benauwd hé?' 'Nee, verstokte historicus, jij maakt het hier benauwd!' 'Nou, dank je wel dan, ik zal je nog eens uitnodigen!' 'Die kans heb ik nu zeker wel verpest hé?' 'Niet echt, want ik vind je nog steeds een tof wijf, alleen een beetje té opdringerig!' 'O, het ligt weer aan mij, het ligt altijd aan de vrouw hé, die kan het nooit goed doen!' 'Rustig nou maar, we zijn er bijna en dan kunnen we van het mooie uitzicht genieten!' 'En dan ga jij mij zeker weer van alles uit de oude doos vertellen!' 'Dat ben ik nu even niet van plan!' 'O, dus ik heb je toch ergens geraakt, dwars door dat hermetisch afgesloten harnas van jou!' 'Je kunt mekkeren wat je wilt, schaapje, maar de waarheid kun je niet omver walsen!'. Zodra ze de deur naar de top openen, raakt Bathilde in de ban van een vlaag van krankzinnigheid. 'Dus ik zal jou nooit en te nimmer zover kunnen krijgen?', denkt ze verhit en kwaadaardig, 'dat zullen we nog wel eens zien, kereltje!'. Zij duikt op Diederik en zij smijt hem achterover. Diederik stoot zijn hoofd, maar voordat hij aan de pijn kan denken, ligt Bathilda al wijdbeens bovenop hem en snoert zij hem de mond met haar rechterhand. 'Als je ook maar één kik geeft, dan smijt ik je van deze toren!', zegt ze met vlammende ogen. In een mum van tijd heeft zij haar volle borsten ontbloot en laat zij die boven zijn hoofd bungelen. 'Hap dan, sukkel, ik weet wel dat je niets lievers wilt!', zegt ze opgewonden, terwijl ze zijn broek en onderbroek naar beneden weet te trekken. 'Dit is niet wat ik wil, Bathilde, ben je helemaal gek geworden of zo?', zegt hij met een angstig gezicht. Bathilde trekt zich helemaal niets meer van hem aan en zij wil maar één ding en dat is de liefde met hem bedrijven. 'Raak je hier niet een beetje opgewonden van?', vraagt ze. Ondanks zijn angst en rationale afkeer weet zij zijn toren toch in gereedheid te brengen en berijdt zij hem met veel verve. Diederik raakt helemaal van de kaart en hij ondergaat de gedwongen seks met een bloedend geweten. Hij is zelfs zo bang voor haar geworden, dat hij denkt, dat zij hem anders inderdaad van de toren zal gooien. 'Dat mens is oersterk!', denkt hij in paniek, 'ik kan maar beter toegeven!'. Nadat Bathilde met enkele geile oerkreten klaarkomt, staat ze meteen op en glipt ze door de torendeur naar beneden. 'Ho, dame, dat gaat zomaar niet!', roept Diederik nog, maar dat blijkt roepen in de woestijn te zijn. Hij is compleet overdonderd en in een diepe shock. Het loopt tegen vieren, sluitingstijd, en hij moet nog helemaal naar beneden lopen. Als een zombie daalt hij af en beneden krijgt hij een kleine reprimande van de boze ticketverkoper, maar die ziet al gauw dat hij niet bereikbaar is en duidelijk ernstig in de war is. 'Gaat het wel goed met u, meneer?', herstelt de ticketverkoper zich, maar Diederik kan niet reageren en hij drentelt de kerk uit. 'Maar meneer, er zit bloed op uw achterhoofd!', roept de ticketverkoper nog. Nu draait Diederik even zijn hoofd om en hij roept terug: 'Rustig maar, brave borst, ik woon vlakbij!'. In zijn huis krijgt hij een enorme huilbui en begint hij volop te trillen en te zweten. Hij neemt drie glazen whisky om wat bij te komen en daarna wandelt hij als een zware drugsverslaafde richting het politiebureau. 'Wat kan ik voor u betekenen, meneer?', vraagt de jonge agent. 'Ik kom aangifte van een verkrachting doen!', zegt hij met neerhangende oogleden. De agent wil bijna nog vragen 'Wie heeft u dan verkracht?', maar Diederik is hem voor en zegt: 'Inderdaad, ik ben zojuist door een vrouw verkracht en wel bovenop de Grote Kerk!'.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
5 februari 2023


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 52



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)