Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De massale wraak in kasteel De Akker

In de miserabele krotwoning op de Kortrijksestraat 107 in Oostkamp woont de bewust aan lager wal geraakte freule Clémence van Severen, die haar dagen slijt met het scoren van zoveel mogelijk heroïne. Het verwilderde tuintje achter haar armoedige woonhol staat vol met bolpapavers en wietplanten. Ooit woonde zij met haar man, baron Alfons Vander Vliert, in Kasteel Schoonhove op de Boudewijnlaan 58 in Oostkamp. De verveelde en decadente vriend van Alfons, graaf Léon Ruzette, heeft Clémence aan de heroïne gekregen. Toen zij haar heroïneverslaving nog redelijk onder controle had, werd het in haar kringen als een exclusieve gewoonte geaccepteerd. Men gaf haar zelfs te kennen, dat het haar een extra chique tint gaf, dat het haar edele trekken meer naar buiten liet komen. Die visie ging kantelen, toen zij buitensporige acties ondernam, zoals met de oersaaie echtgenoot van markiezin Gertrude Pecsteen naar bed gaan. Dat gebeurde nota bene in het riante hemelbed van het echtpaar Pecsteen in hun Kasteel de Cellen op de Kapellestraat 113 in Oostkamp, terwijl Gertrude gewoon beneden aan de thee was en zij dacht alleen thuis te zijn, maar toen zij verdachte geluiden van boven hoorde komen, ging zij behoedzaam polshoogte nemen en trof zij haar naakte man Wilfried met de eveneens naakte Clémence aan, die zonder enige schroom waanzinnig heftig met elkaar aan het vrijen waren. Wilfried was duidelijk stomdronken, want hij schreeuwde tegen Gertrude: 'Hé, lekker wijfje van me, kom er lekker bij, dat verhoogt de pret!'. Daar was Gertrude natuurlijk helemaal niet van gediend en zij sloeg Clémence net zo lang met een heksenbezem, totdat zij in haar jurk, met verder niets eronder en op blote voeten kasteel de Cellen uitrende. Gertrude vergaf het haar stumperige manlief meteen, maar Clémence zou ze voor de leeuwen werpen en ten diepste vernederen. Bij iedereen van stand roddelde ze uiterst negatief over Clémence, maar zelf liet ze het niet na om in het geheim met baron Alfons naar bed te gaan. Ze hamerde er bij Alfons op om zijn verdorven vrouw te verstoten en op een dag heeft hij haar inderdaad bij de weg gezet en gilde hij: 'Het is óf de heroïne en een ordinair leven of mij!'. 'Dan natuurlijk de heroïne, oetlul!', reageerde zij.

Inmiddels woont Clémence zo'n drie jaar in haar kot aan de Kortrijksestraat en verloedert zij meer en meer, indien dat nog mogelijk is. Toch is haar vroegere, intense schoonheid nog steeds door de zichtbare verslechteringen heen te zien. Haar mooie, trotse, gestolde haviksneus staat nog steeds fier op haar voorhoofd en haar perfecte, zwarte wenkbrauwen bekronen nog steeds haar heldere, zwoele, bruine ogen. Door een bruine plek in haar linkeroog lijkt het alsof zij een oog in een oog heeft, heel apart, een soort derde oog, een alziend oog van God, dat stiekem naar binnen is geslopen. Het doet ook denken aan Jack Sparrow, die zes ogen op zijn wangen heeft getekend. Haar ravenzwarte haar blijkt bij nader inzien donkerblond te zijn. Ze lijkt sprekend op de jonge, bloedmooie Ingrid Weverbergh, toen die met Jotie T'Hooft een zeer romantische liefdesrelatie had. Haar vuurrode, sappige en volmaakte kuslippen glinsteren als een Chagall-schilderij, waarbij haar tedere zoenlippen door het vrije azuur zweven, voortdurend lustig om een mannenmond te kussen en te behagen. Omdat de aanschaf van de nodige heroïne veel geld vergt, is Clémence, sinds zij aan de Kortrijksestraat woont, een prostituee voor rijke klanten geworden, dat wil zeggen, haar klanten bevinden zich voornamelijk binnen de chique kringen van weleer. Graaf Maurice van Outryve d'Ydewalle van kasteel Macieberg op de Fabiolalaan 22 in Oostkamp, baron Eugène de Thibault de Boesinghe van kasteel Sint-Hubert op de Kortrijksestraat 493 in Ruddervoorde en baron Hector-Idesbalde de Blaeuwe van kasteel Raepenburg op de Kortrijksestraat 532 in Ruddervoorde zijn haar beste klanten. Deze drie heren zijn gek genoeg dik bevriend met haar ex-man Alfons, maar dat kan haar niets bommen. Hoewel, op momenten van helderheid van geest voelt ze zich best wel zwaar vernederd door die rijke stinkerds, die op een bepaalde, perverse manier inmiddels wat geld dokken voor ongelimiteerd seksueel genot met haar, die eens nog volop respect bij hen wist af te dwingen. Vooral die Hector-Idesbalde is een ongelofelijke viezerik, die er enorm van geniet om over haar heen te plassen en omgekeerd. Voor de rest speelt die idioot niets klaar. Er is klaarblijkelijk veel mis gegaan in zijn zindelijkheidsfase, maar hij betaalt wel het meeste van al haar koopkrachtige minnaars. Bovendien komt zijn malle vrouw, Clotilde Rotsart de Hertaing de Blaeuwe ook wel eens bij Clémence langs en ook zij zweert bij plasseks, maar dan met iemand van hetzelfde geslacht. Wat lesbisch gedoe maakt Clémence allemaal niet uit, zolang zij maar dik betaald krijgt en aan de heroïne kan blijven. Hector-Idesbalde en Clotilde weten het van elkaar, dat zij naar Clémence gaan en zij beleven daar juist extra veel genot aan.

De vrouwen van Maurice en Eugène, Sybille Coucke van Outryve d'Ydewalle en Marguerite le Gillon de Thibault de Boesinghe, staan op de stoep voor de voordeur van Clémence. Zodra Clémence open doet, beginnen ze hoog van de toren te blazen. 'Jij, vuile stoephoer, wil je het wel eens laten om met onze eerbiedwaardige mannen naar bed te gaan, schaam je diep, vuile junk!', schreeuwt Sybille met een gebalde vuist, die zij dreigend heen en weer beweegt. 'Inderdaad, vuile stoephoer, laat onze mannen met rust, of anders schakelen we de politie in!', bromt Marguerite erachteraan. 'Wel wel, keurige dames toch, dat komt zomaar onaangekondigd met mij de vloer aanvegen alsof het niets is, terwijl jullie in wezen de echte stoephoeren zijn! en nee, ik blijf die verdomde kerels van jullie geld aftroggelen en dat doe ik met mijn benen zo wijd mogelijk! Begrijp één ding heel goed, ellendige stoephoeren die mijn stoep vervuilen, die beroerde neukstieren van jullie komen uit zichzelf naar mij toe, omdat ik ze dat kan geven, wat jullie blijkbaar niet in huis hebben!', brult Clémence vanuit haar jolige wiebeltenen. Sybille en Marguerite kunnen geen weerwoord bedenken en nadat Clémence de deur voor hen heeft dichtgegooid, druipen ze verslagen af. Voor Clémence is echter de maat van vernederingen vol en zij zint op een massale vorm van wraak. Van haar eveneens aan de heroïne verslaafde, prostituerende vriendin Félicie d'Anethan weet zij, dat er vanavond een groot feest in kasteel De Akker op de Proosdijstraat 1 in Ruddervoorde is, waar alle mensen van adel zijn uitgenodigd. Zij sjokt naar haar zolder en uit een oude kast pakt zij haar onlangs aangeschafte Kalashnikov met munitie. Vervolgens rookt zij extra veel heroïne en gaat zij op oorlogspad. Haar wraak op de hoge heren zal zoet zijn. Met de Kalashnikov in haar rugtas fietst zij naar kasteel De Akker. Ondertussen geniet zij ook van haar heroïnekick. Zij sluipt voorzichtig naderbij en het chaotische feestgedruis vervult haar met woede. 'Daar staan al die lafbekken met elkaar te pronken!', denkt ze, 'daar spelen ze stuk voor stuk mooi weer en wanen ze zich meer dan alle anderen!'. Clémence ziet Eugène en Maurice samen een sigaartje roken en van hun whisky nippen. Na twee schoten liggen zij roerloos op de grond. In de ontvangsthal schiet zij Hector-Idesbalde door zijn hoofd en in de danszaal krijgt Wilfried als eerste de volle lading. Zodra ze Alfons ziet, schiet ze hem aan flarden. Haar volgende slachtoffer is Léon, die zij expres eerst door zijn kloten schiet en daarna door zijn hoofd. Sybille en Marguerite zitten op hun hurken onder een tafel, met onder hen een plas urine. Clémence richt even haar Kalashnikov op hen, waardoor ze elkaar bibberend omhelzen. 'Domme ganzen vind ik de moeite niet waard!', roept Clémence, die meteen daarna iedere kerel van adel, die bij haar langs is geweest, neerschiet. Kasteel De Akker verandert in een groot bloedbad, terwijl de overlevenden aan alle kanten bij het kasteel wegvluchten. Het is gravin Marthe Dhont, die vanuit een voor Clémence onverwachtse positie met haar damespistool Clémence in haar achterhoofd treft. Een laatste schot uit Clémence's Kalashnikov weerklinkt, terwijl zij voorover valt. Zij voelt het niet meer, maar haar bijzonder elegante neus breekt door de val en even later stroomt er bloed uit. Bloed dat zich vermengt met het passievolle rood van haar lippen. Baron Thierry de Bousies Borluut van kasteel Gruuthuse op de Stationsstraat 196 in Oostkamp gaat door zijn knieën en hij aait de verwarde haren van Clémence. Hij prevelt: 'Je hebt helemaal gelijk, onbegrepen schoonheid, maar mij ben je nog vergeten!'. Hij grijpt de gevallen Kalashnikov en hij schiet zichzelf ermee door zijn mond, terwijl zijn vrouw gillend van 'Néééé!' op hem afrent.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
30 juni 2024


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 9



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)