Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

springveer

Zoals het voorjaar ontwaakt en de telling van het groen zijn aanvang neemt was dit bij de mens Stuart McKenzie niet anders.
Deze Engelse boekenverkoper keek uit naar het jaargetijde, waarin de lust en haast van mensen toeneemt. Als hij dan in de lente bij mensen aan de deur kwam bleek hun bereidheid om al dan niet boeken te kopen, sneller te verlopen dan op een gemiddelde winterdag. In de winter namelijk, zo wist Stuart, kwam het dralen van de kopers met de stilstand van de natuur overeen; slaperig, koud en onhandig.
Menigmaal had de ongeduldige boekenverkoper een potentiele klant de beslissing uit handen genomen. Hij was wat dat betreft een eerlijke verkoper die soms meer belang aan beweging hechtte dan het koukleumen met winstbasis. Maar de lente betekende voor hem niet louter zon en geluk, maar tevens onrust. Van mooi weer, zo had hij ondervonden, lijkt het alsof de natuur je opdraagt dingen te doen zonder er over na te denken. Met andere woorden, de lente was ook iets om bang van te worden.

Het was midden mei toen Stuart zijn auto de oprijlaan naar een landhuis in de buurt van Manchester opreed. De middagzon scheeen flets over de gladde gazons en streelde het bladergroen in diverse tinten. Hij parkeerde zijn Scorpio in het grint aan de zijkant van de groen verweerde bordestrap die naar het huis liep. Lenig beklom hij de trap met de lading boeken in zijn grote koffer gepakt. Heel even pufte hij na op het valse plat voor de ingang en keek om zich heen. Dit had zijn droomhuis kunnen zijn met de neoklassieke zuilengalerij, de hoge ramen en de gotische decoraties. Keurig bleef hij voor de twee treden voor de deur staan en rekte zijn hand uit om aan de bel te trekken. Na een poosje werd de hoge houten deur door een kale bediende geopend.
'Waarmee kan ik u helpen', vroeg hij. Stuart stak zijn hand uit en stelde zich voor. 'Ik kan u ook wel helpen', introduceerde Stuart de reden voor zijn komst. De bediende fronste zijn wenkbrauwen, waarop Stuart handig zijn koffer opende en de inhoud onder de neus van de argeloze man drukte.
'Is meneer nu niet van gediend', zei de knecht en hij wilde de deur sluiten. 'Hoho', zei Stuart, 'het zijn maar boeken hoor', en hield de deur met een zachte drang op een kier.
'Ik wil u verzoeken om nu weg te gaan', zei de oude man met stemverheffing. Op dat moment verscheen er een hand boven het hoofd van de bediende die de deur omklemde. Verschrikt keek de bediende achterom en zag een man van middelbare leeftijd achter hem staan. Uit de verontschuldigende woorden van de bediende maakte Stuart op dat dit de heer des huizes moest zijn. De bediende sloop weg en Stuart keek in het grauwe, norse gelaat van de heer. De man keek in Stuarts koffertje en begon te beven.
'Boeken, boeken', stamelde hij. 'Is er wat', vroeg Stuart. De man leek niet goed te worden en klampte zich aan de deurpost vast. In een ingeving sloot Stuart zijn koffertje, waarna de man zichtbaar herstelde. Dit kan niet waar zijn dacht Stuart, een man die de aanblik van boeken niet verdraagt. Stuart nam de proef op de som en opende zijn koffertje, waarop de man wederom beroerd werd. 'Sorry meneer', zei Stuart en sloot zijn koffertje weer.

De heer wenkte Stuart en even later zaten de twee in de woonkamer met elkaar te praten. 'Ik denk dat je een maand te laat bent' zei de heer die zich als Richard Fromwell had voorgesteld. 'Hoezo', vroeg Stuart. 'Het zit zo', verklaarde Richard,' als de lente zich aandient ontvang ik een overvloed aan prikkels die ik maar nauwelijks in goede banen kan leiden om maar niet gek te worden.' En als ik boeken zie moet ik al aan hun inhoud denken. De inhoud van boeken zorgt ervoor dat ik me zowel met het gewone leven als dat van het geschreven woord wil vereenzelvigen.
'U kunt ze niet scheiden', merkte Stuart op.'Precies', zei Richard 'en weet je wat, Stuart, zoiets lukt me wel bij de intrede van het najaar.
'Weinig prikkels', zei Stuart begripvol. Hij dacht even na en pakte uit het zicht van Stuart een boek uit de koffer en scheurde vervolgens de blaadjes eruit. Daarop pakte hij enkele witte velletjes en stopte ze tussen de kaft. 'Hiermee moet het lukken', zei Stuart en overhandigde het onbeschreven boekwerk aan Richard. Aarzelend opende deze het boek en bij de anblik van het wit keek hij naar Stuart. 'Rustig toch', zei Stuart, nu hoeft er niks.
'Prachtig', zei Richard verheugd, 'wat een weldaad en schoonheid. Nu komt het papierwit overeen met de sprankelende zon van het voorjaar.'
Tevreden met deze uitkomst stond Richard op en nam afscheid van de man.
'Kom in oktober maar weer terug', zei Richard in de deuropening.

Schrijver: martin hoekstra, 14 jan. 2003


Geplaatst in de categorie: jaargetijden

2,4 met 12 stemmen 1.586



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)