Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 1917):

Blauwhelm

De droogte eist haar tol. Het vee is uitgedund.
Ik strijk neer in een kamp, in een rood niemandsland, door regen vergeten.
Blauwhelmen rijden in een schokkende jeep door de poort.
Een stofwolk.

De vluchteling, nipt ontglipt aan de oprukkende rebellen,
wacht op een schraal rantsoen, achter prikkeldraad.
Een drop olijfolie, een schep rijst en een kom suiker moet volstaan.
Daar kan je twee weken op teren.
En als de buit binnen is, jagen we op kleren en sprokkelhout.
Het kwik klimt hier, de zon drijft als een withete dooier in het azuur.
Een knarsend bed in een ziekenzaal van leem.

De moeder, te moe om te geeuwen, verweerd door honger, gaf het onderweg op.
Ze wiegt een ijlend, verloren kind.
Af en toe spits ik het oor, een stem die nog niet brak, een broos verzet.
Ik moet elders eten, helm op de tafel naast mijn bord. Kippenbouten, brood en boterkoeken, kaas, chocolade. Fruitsap om het door te spoelen. Doekjes in citroensap gedrenkt om het vet van mijn handen te spoelen.
Al bij al een sober westers maal.
Ik kauw zonder te proeven, schuif de rest van me af. Kokhalzen.

Tussen kale struiken zie ik de sloppen met hun daken van golfplaten.
We doen ons best, we zijn toegewijd en toch loop ik binnensmonds te vloeken om wat ik niet deed, om wat ik morgen niet zal doen.


Ze staren en drommen rondom ons, zonder papieren, zonder ik.
Hun lege blik kan ik niet lezen.

Ergens onderweg is het vruchtwater van hun bloedarme moeder gebroken.
Daar lagen ze dan, lammeren in een vlies, schoongelikt en klaar voor de woestijn.

Schrijver: Wim Veen, 26 jun. 2006


Geplaatst in de categorie: wereld

3,8 met 6 stemmen 1.284



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)