Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Writersblock

En toen kwam er een man met een pistool de kamer binnengelopen. Sterker nog, het was agent Sipowicz: snor, kaal, chagrijnige blik en een drankprobleem, schatte ik zo in. Het pistool was niet getrokken, laat stáán op mij gericht. Neen, het pistool zat in een holster aan zijn riem. In zijn handen hield hij een mok in de vorm van een clown, naar ik verwachtte gevuld met koffie. Toch nerveus schoof ik heen en weer op mijn krukje, welke met bouten vast zat aan de betonnen vloer. Zenuwachtig tikte ik met de banden van mijn boeien ritmisch op de tafel voor mij, die eveneens in de vloer verankerd was. Aan de andere kant van deze tafel stond een stoel. Agent Sipowicz nam plaats in de stoel, zijn clowns-mok – met koffie inderdaad – tikte tegen de tafel op precies hetzelfde moment dat het leer van de stoel zuchtend haar lucht uitblies onder het gewicht van de dikkige agent. Donuts verschenen voor mijn geestesoog. Sipowicz wierp een geïrriteerde blik op mijn handen, waarop ik terstond besloot het getik te stoppen. Doelloos lagen mijn handen in mijn schoot, geen bierviltje in de buurt om mijn frutselgrage vingers bezig te houden, geen klikkerdeklik-pen om mijn duimen tevreden te stellen. Sipowicz snoof en keek me aan. Irritatie, dat was wat hij uitstraalde. Irritatie en vermoeidheid. Hij opende zijn mond om me toe te spreken.

‘Zó mijnheer van den Tol, of heeft u liever dat ik u Ornor noem?’ De nickname sprak hij uit met minachting, het voelde alsof hij een rochel uit het achterste van zijn keel terug naar boven aan het manoeuvreren was. Het duurde even voor ik doorhad dat hij daadwerkelijk antwoord op deze vraag verwachtte.
‘Steven,’ stamelde ik, ‘Steven is goed.’
‘Welnu dan, Steven’ - weer die walging - ‘heeft u misschien enig idee waarom u hier zit?’ Sipowicz stelde het als een retorische vraag.
‘Wel...’ de snorremans onderbrak me bruusk.
‘Bij het doorzoeken van uw woning hebben we dit in prullenbak gevonden,’ Sipowicz hield een gekreukeld a4tje naar mij op, ‘kunt u mij misschien vertellen wat dit is?’ Ik bestudeerde het papiertje even aandachtig.
‘Dat is een stukje wat ik heb geschreven.’ Antwoordde ik hem dan ook, nog steeds in het ongewisse over wat nou precies het probleem was waar de kalende man zo geërgerd door bleek. Sipowicz maakte weer een klagend, onbestemd geluidje.
‘Zou u misschien zo vriendelijk willen zijn het stukje voor te lezen?’ Het was te horen dat het de kalende vetzak enorm veel moeite kostte beleefd te blijven.
‘Eh.. Ja, natuurlijk.’ Ik kuchte, haalde het papiertje naar me toe en begon te lezen:

De IKEA

De wereld valt grofweg onder te verdelen in twee groepen mensen: zij die wél van de IKEA houden en zij die dit niet doen. In hun hetze tegen de IKEA willen mensen van deze laatste groep nog wel eens melden dat ze het niet zo hebben op ‘het publiek’ wat er bij de IKEA rondloopt.

‘Begint het al te dagen?’ Sipowicz onderbrak me abrupt. Ik schoof het papiertje voor me uit op de tafel.
Hij stak een vinger in de lucht en haalde met zijn andere hand nóg een papiertje uit de binnenzak van zijn colbert.
‘Lees.’ Beval hij me.
Ik was te verbaasd om anders te doen dan hij me opdroeg en ik stak van wal.

Poffertje

Ik heb een klein, lief katje en ze ligt op dit moment boven op mijn monitor. Af en toe zwiept ze pesterig haar staart voor het scherm langs, maar...

‘En nu dan?’ de chagrijn onderbrak me nu nog sneller dan de eerste keer, ‘ook maar iets van een flauw vermoeden? U beseft niet dat u in overtreding bent?’ Sipowicz hield zijn hoofd iets schuin en keek me met prangende ogen aan.
‘Overtreding? Nee, daar ben ik mij niet van bewust nee.’
Sipowicz maakte een gebaar naar de hemel. Plots sloeg hij woest met zijn vuist op tafel en sprong op uit zijn stoel.
‘Regel één!’ schreeuwde hij ziedend, zijn hoofd nu donkerrood met kloppende paarse aders. Het duurde even voor hij weer tot rust kwam. Geschrokken hoorde ik het vervolg van zijn verhaal aan.
‘Regel één, schrijf nóóit over de IKEA! Dat is echt het meest uitgemolken onderwerp ter aarde en uiteindelijk winkelt tóch iedereen er.’
‘Ja maar...’ probeerde ik mijzelf te verdedigen.
‘Regel twéé!’ brieste hij dwars door mijn betoog heen. Wederom werd zijn hoofd verscheidene tinten rood en kon ik het bloed vlak onder zijn huid zien pulseren. Sipowicz nam zwaar ademend de tijd om weer bij zinnen te komen alvorens weer verder te praten.
‘Regel twéé, schrijf nóóit over je huisdieren! Huisdieren zijn leuk, voor jou! Een ander zijn huisdier is ongeveer net zo interessant als de teenschimmel van mijn buurman.’ het zat Sipowicz duidelijk hoog.
‘Maar Midas Dekkers...’
‘Midas Dekker is bioloog!’ drukte hij mijn verzet de kop in, ‘en jij schrijft stukken over de IKEA en over je kat.’
‘Ja... ik had ook wel een beetje een writersblock!’
‘Wéljaaaah!’ Sipowicz begon duidelijk de controle over zichzelf te verliezen, ‘schrijf ook maar een stukje over je writersblock, dan heb je helemáál alle regels die er zijn bruusk overtreden.’
De inmiddels donkerpaarse agent viste een derde papier uit zijn binnenzak, evenals een pen. Vervolgens maakte hij ook zijn holster los en smeet de riem met pistool en al op de tafel.
‘Weet je, miezerig mannetje, wat je moet doen wanneer je een writersblock hebt?’
Angstig schudde ik mijn hoofd.
‘Als je een writersblock hebt, wanneer je het even he-le-maal niet meer weet, wanneer je zo inspiratieloos bent als krop sla, weet je wat je dán moet doen?’
Wederom gebaarde ik ontkennend.
‘Dan moet je een man met een pistool de kamer laten binnenkomen,’ Sipowicz wees naar het pistool, maar knikte met zijn hoofd bruusk naar de pen en papier die hij voor me op tafel had gelegd, ‘en nu schrijven lul.’

Schrijver: Ornor, 7 apr. 2007


Geplaatst in de categorie: humor

1,7 met 6 stemmen 390



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)